Verhalen uit de Schriften
Leven met geloof in Jezus Christus: Hij is ‘de Leidsman en Voleinder van het geloof’


Hebreeën 11–12

Leven met geloof in Jezus Christus

Hij is ‘de Leidsman en Voleinder van het geloof’

Een man en een meisje kijken toe hoe mensen hun aardewerk vernielen.

In de begintijd van de kerk was het niet altijd makkelijk om een volgeling van Jezus Christus te zijn. Mensen haatten kerkleden soms of lachten hen uit om hun geloof. Paulus wilde hen helpen om geloof in Jezus Christus te hebben.

Hebreeën 10:32–39

De man en het meisje bidden, met Paulus op de voorgrond.

Paulus schreef een brief aan de Hebreeuwse of Joodse heiligen. Hij leerde ze dat geloof betekent dat we ergens in geloven en erop hopen, ook al kunnen we het niet zien. Geloof in Jezus Christus houdt bijvoorbeeld in dat we op Hem en zijn beloften vertrouwen, zelfs als we de zegeningen waarop we hopen nog niet hebben gekregen.

Hebreeën 11:1, 6

Het meisje glimlacht terwijl de man verhalen voorleest over mensen die geloof hadden.

Om de Hebreeuwse heiligen met hun moeilijkheden te helpen, herinnerde Paulus hen aan verhalen over mensen in de Schriften die groot geloof hadden.

Hebreeën 11:4–40

Noach bekijkt de instructies voor de bouw van de ark.

Paulus vertelde bijvoorbeeld over Noach. God zei tegen Noach dat hij een ark moest bouwen om zijn familie van een zondvloed te redden. Noach had het geloof om te gehoorzamen, zelfs voordat hij de regen zag.

Hebreeën 11:7

Abraham en Sara verlaten hun woonplaats.

Paulus vertelde over Abraham en Sara, die het geloof hadden om hun woonplaats te verlaten omdat God had beloofd hen naar een betere plek te brengen. Ze geloofden ook in Gods belofte dat ze een hele grote familie zouden krijgen, ook al waren ze oud en hadden ze nog geen kinderen.

Hebreeën 11:8–16

Mozes’ moeder en zus verstoppen hem in een mand.

Paulus vertelde ook over Mozes’ moeder, Jochebed. Ze had het geloof om Mozes als baby te verbergen om hem te beschermen tegen een slechte koning.

Hebreeën 11:23

Mozes ziet dat een Egyptenaar een Israëliet mishandelt.

Mozes groeide op in Egypte. Hij had rijk en zorgeloos kunnen leven. Maar hij gaf dat allemaal op omdat hij geloof had in God, en Gods zegeningen.

Hebreeën 11:24–27

Mozes splijt de Rode Zee.

Door zijn geloof leidde Mozes Gods volk uit slavernij. Ze staken zelfs op droge grond de Rode Zee over!

Hebreeën 11:29

Rachab met haar kinderen.

Paulus vertelde ook over Rachab. Ze had geloof om Gods volk te helpen, ook al geloofde niemand in de stad waar ze woonde in de Heer. Haar geloof redde haar familie.

Hebreeën 11:30–31

De man en het meisje kijken naar de pot die ze hebben gerepareerd.

Paulus zei dat deze vele voorbeelden van geloof ons ook kunnen helpen om geloof in Jezus Christus te hebben, zelfs als het leven moeilijk is. We kunnen ons van onze zonden bekeren en opzien naar Jezus, de ‘Leidsman en Voleinder van ons geloof’. Hij was bereid om voor ons te sterven omdat Hij wist dat zijn verzoening grote vreugde en genezing zou brengen!

Hebreeën 12:1–2