Verhalen uit de Schriften
Een engel bevrijdt Petrus uit de gevangenis: God verhoort gebeden


Handelingen 12:1–17

Een engel bevrijdt Petrus uit de gevangenis

God verhoort gebeden

Petrus wordt in de gevangenis gezet.

Een koning die Herodes heette, hield niet van christenen. Hij liet de apostel Jakobus doden. En toen zette hij Petrus in de gevangenis. Hij liet zestien soldaten de gevangenis bewaken.

Handelingen 12:1–4

Mensen bidden voor Petrus.

Toen de leden van de kerk dit hoorden, baden ze tot hun hemelse Vader voor Petrus.

Handelingen 12:5

Petrus slaapt in de gevangenis.

Op een nacht lag Petrus te slapen. Hij was met twee kettingen gebonden en er stonden twee soldaten naast hem.

Handelingen 12:6

Er verschijnt een engel aan Petrus.

Plotseling was het licht in de gevangenis en er verscheen een engel. ‘Sta snel op’, zei de engel en de kettingen vielen van Petrus’ handen af. De engel zei dat Petrus hem moest volgen.

Handelingen 12:7–8

De engel leidt Petrus langs de soldaten.

Petrus dacht dat hij droomde. Hij volgde de engel langs de soldaten. De ijzeren poort die naar de stad leidde, ging vanzelf open en Petrus en de engel gingen erdoorheen.

Handelingen 12:9–10

Petrus wandelt alleen door de stad.

De engel ging weg en Petrus besefte dat hij niet droomde. Hij wist dat de Heer de engel had gestuurd om hem te redden.

Handelingen 12:10–11

Petrus klopt bij Maria aan.

Petrus ging naar het huis van een vrouw die Maria heette, waar veel kerkleden samen waren om te bidden. Hij klopte op de deur.

Handelingen 12:12–13

Rhodé hoort Petrus’ stem achter de deur.

Een meisje dat Rhodé heette, kwam bij de deur. Toen ze Petrus’ stem hoorde, was ze heel blij! Ze rende naar de anderen toe om het te vertellen.

Handelingen 12:13–14

Rhodé zegt tegen de kerkleden dat Petrus voor de deur staat.

Toen Rhodé iedereen vertelde dat Petrus voor de deur stond, geloofden ze haar niet. Petrus bleef kloppen.

Handelingen 12:15–16

Petrus vertelt de kerkleden dat de Heer hem uit de gevangenis heeft gered.

Uiteindelijk deden ze de deur open en zagen dat het waar was. Petrus was veilig! De Heer had hun gebeden verhoord. Petrus vertelde iedereen hoe de Heer hem uit de gevangenis had bevrijd.

Handelingen 12:16–17