Handelingen 8:5–24
Simon en de macht van God
Leren over Gods priesterschap
In Samaria woonde een man die Simon heette. Toen hij over het evangelie van Jezus Christus hoorde, geloofde hij het. Hij stond versteld van de wonderen die Jezus’ discipelen met Gods macht deden. Simon liet zich dopen, net als veel andere mannen en vrouwen in Samaria.
Handelingen 8:5–13
De apostelen in Jeruzalem hoorden dat de mensen in Samaria zich lieten dopen. Petrus en Johannes gingen naar Samaria. Met Gods macht, het priesterschap, legden zij hun handen op het hoofd van de mensen die gedoopt waren en verleenden hen de gave van de Heilige Geest.
Handelingen 8:14–17
Toen Simon zag dat Petrus en Johannes dit deden, bood hij geld aan en zei: ‘Geef ook mij deze macht.’ Hij wilde Gods priesterschap kopen zodat hij ook de gave van de Heilige Geest kon verlenen.
Handelingen 8:18–19
Petrus legde uit dat niemand Gods macht kan kopen. Het is een geschenk van Hem. Petrus zei tegen Simon dat zijn hart moest veranderen. Hij moedigde Simon aan zich te bekeren en God in gebed om vergeving te vragen.
Handelingen 8:20–23
Simon had spijt. Hij vroeg Petrus om voor hem te bidden dat hij zou kunnen veranderen.
Handelingen 8:24