Efeze 2:19–20; 4:11–14
In de eenheid van het geloof
Jezus Christus leidt zijn kerk door apostelen en profeten
Jezus’ apostelen predikten zijn evangelie in veel landen. Mensen die het evangelie geloofden, lieten zich dopen. De apostel Paulus wilde dat iedereen zich welkom voelde in de kerk van de Heiland, ook als ze uit andere plaatsen kwamen.
Mattheüs 28:19–20; Efeze 2:19
Paulus schreef een brief aan de heiligen in Efeze. Hij zei dat toen Jezus voor ons stierf, het was alsof Hij een muur afbrak die Gods kinderen van elkaar scheidde. Waar iedereen ook vandaan kwam, ze waren geen vreemdelingen meer. Ze konden het evangelie ontvangen en als één grote familie de ‘huisgenoten van God’ zijn!
Efeze 2:11–19
Paulus zei dat de kerk net als een sterk gebouw is. Gebouwen hebben een sterk fundament nodig. De belangrijkste steen van het fundament is de hoeksteen. Alle andere stenen worden op een rij gezet met de hoeksteen. Jezus Christus is de hoeksteen van zijn kerk.
Efeze 2:20
De rest van het fundament van de kerk bestaat uit profeten en apostelen, die van Jezus Christus getuigen. De Heer nodigt ons allemaal uit om zijn kerk op te bouwen door te onderwijzen, te dienen, het evangelie te verkondigen, en op nog veel andere manieren.
Efeze 2:20; 4:11–12
Paulus zei dat de kerk nodig is, zodat iedereen Jezus Christus kan leren kennen. De Kerk van Jezus Christus is nu op aarde, met een stevig fundament van Jezus Christus en zijn profeten en apostelen. Door zijn kerk kunnen we ‘tot de eenheid van het geloof’ groeien en meer op Jezus gaan lijken.
Efeze 2:21–22; 4:13