Verhalen uit de Schriften
Paulus en Silas: Gered door wonderen van de Heer


Handelingen 16:9–40

Paulus en Silas

Gered door wonderen van de Heer

Paulus en Silas reizen samen.

De Heer riep Paulus en Silas om samen het evangelie te verkondigen. Ze reisden naar veel steden om te kijken hoe het met de kerk ging.

Handelingen 15:40–41; 16:4–8

Paulus heeft een visioen.

Op een nacht zag Paulus in een visioen een man uit Macedonië die hem vroeg om naar zijn stad te komen. Paulus en Silas gingen er meteen heen. Ze wisten dat God dit wilde.

Handelingen 16:9–10

Paulus en Silas prediken tot een vrouw die Lydia heet.

Toen ze in Macedonië aankwamen, hoorde een vrouw, Lydia, hen onderwijzen. De Heer opende Lydia’s hart. Ze geloofde wat Paulus onderwees en liet zich dopen.

Handelingen 16:13–15

Lydia zegt tegen Paulus en Silas dat ze bij haar thuis mogen logeren.

Lydia zei tegen Paulus en Silas dat ze in haar huis mochten logeren.

Handelingen 16:15

Mensen nemen Paulus en Silas mee naar de markt.

Maar niet iedereen vond het goed dat Paulus en Silas er waren. Sommige mensen waren niet blij met wat ze onderwezen. Ze namen Paulus en Silas mee naar de markt en vertelden de leiders van de stad dat ze problemen veroorzaakten.

Handelingen 16:16–21

Mensen zijn boos op Paulus en Silas.

Het volk was boos op Paulus en Silas. De leiders van de stad scheurden hun kleren en zeiden dat ze geslagen moesten worden.

Handelingen 16:22–23

Paulus en Silas worden gevangengezet.

Toen brachten de leiders van de stad Paulus en Silas naar de gevangenis. Zij bonden hun voeten vast en lieten hen bewaken.

Handelingen 16:23–24

De boeien van Paulus en Silas worden losgemaakt.

Die avond baden Paulus en Silas en zongen ze lofzangen voor God, terwijl de andere gevangenen luisterden. Plotseling begon de aarde te beven. De deuren van de gevangenis gingen open en hun boeien raakten los.

Handelingen 16:25–26

Paulus zegt tegen de bewaker dat hij zich geen zorgen hoeft te maken.

De bewaker werd wakker en zag de deuren openstaan. Hij dacht dat de gevangenen waren ontsnapt en dat hij in de problemen zou komen. Paulus zei tegen de bewaker dat hij zich geen zorgen hoefde te maken. Alle gevangenen waren er nog.

Handelingen 16:27–28

Paulus zegt tegen de bewaker in Jezus Christus te geloven.

De bewaker was bang. Hij knielde naast Paulus en Silas neer en vroeg: ‘Wat moet ik doen om zalig te worden?’ Ze zeiden: ‘Geloof in de Heere Jezus Christus.’

Handelingen 16:27–31

Paulus en Silas onderwijzen de bewaker en zijn gezin in het evangelie.

Paulus en Silas onderwezen de bewaker en zijn gezin in het evangelie. De bewaker verzorgde de wonden van Paulus en Silas. Diezelfde avond lieten hij en zijn gezin zich dopen!

Handelingen 16:32–33