Handelingen 9:36–42
Tabitha, een vrouw ‘overvloedig in goede werken’
Door de macht van Jezus Christus weer tot leven gewekt
Tabitha was een trouwe discipel van Jezus Christus. Ze woonde in Joppe, een stad aan zee. Ze hield ervan om arme mensen te dienen en te helpen.
Handelingen 9:36
Tabitha maakte kleren en gaf ze aan arme vrouwen. Ze hielden van Tabitha.
Handelingen 9:39
Op een dag werd Tabitha erg ziek. Ze was zo ziek dat ze stierf.
Handelingen 9:37
De andere kerkleden in Joppe waren erg verdrietig. Ze wisten dat Petrus, een van Jezus’ apostelen, in een plaats dichtbij was. Ze stuurden twee mannen om Petrus te vragen snel naar hen toe te komen.
Handelingen 9:38
Petrus kwam bij Tabitha’s lichaam. Sommige vrouwen die Tabitha had geholpen, waren er. Ze lieten Petrus de kleren zien die ze voor hen had gemaakt.
Handelingen 9:39
Petrus vroeg alle mensen de kamer te verlaten. Hij knielde en bad.
Handelingen 9:40
Na zijn gebed zei Petrus: ‘Tabitha, sta op.’ Ze deed haar ogen open en ging rechtop zitten. Petrus hielp haar op te staan. Ze leefde weer! Petrus nodigde haar vrienden uit om bij haar langs te gaan. Ze stonden versteld! Ze wisten dat ze door de macht van Jezus Christus weer tot leven was gewekt. Nog meer mensen geloofden in Hem.
Handelingen 9:40–42