Mattheüs 8:23–27; Markus 4:36–41
Jezus stilt de storm
Zelfs de wind en het water gehoorzamen Hem
Op een dag voeren Jezus en zijn discipelen met een boot over het Meer van Galilea. Het begon heel hard te waaien. De golven sloegen tegen de boot en er kwam water in. Maar Jezus lag rustig te slapen.
Mattheüs 8:23–24
De discipelen waren bang. Ze maakten Jezus wakker. ‘Heere, red ons!’ riepen ze. Ze dachten dat ze in het meer zouden verdrinken.
Mattheüs 8:25
‘Waarom bent u angstig?’ vroeg Jezus. Hij zei tegen de discipelen dat ze meer geloof moesten hebben. Toen stond Hij op en zei tegen de wind en de golven: ‘Zwijg, wees stil!’
Mattheüs 8:26; Markus 4:39
Plots hield de storm op en was het water kalm. Jezus en de discipelen waren veilig. Jezus’ discipelen waren verbaasd. Ze vroegen zich af wat voor persoon de wind en het water bevelen kon geven, zodat ze Hem gehoorzaamden!
Mattheüs 8:26–27