Mattheüs 12:1–12; Lukas 13:10–17
Jezus geneest een vrouw op de sabbat
Goed doen op zijn heilige dag
Jezus en zijn discipelen liepen op de sabbat door een korenveld. Ze hadden honger, dus plukten ze wat tarwe en aten die op. Enkele Joodse leiders, Farizeeën genoemd, zagen hen. De Farizeeën hadden veel regels voor de sabbat bedacht. Het plukken van tarwe was tegen hun regels.
Mattheüs 12:1–2
De Farizeeën vroegen Jezus waarom zijn discipelen de sabbat niet heiligden. Jezus antwoordde dat ze niets verkeerds hadden gedaan. God heeft ons de sabbat gegeven om ons te zegenen, niet om ons leven moeilijker te maken.
Mattheüs 12:2–8; Markus 2:27
Later gaf Jezus op de sabbat les in een synagoge. Jezus zag daar een vrouw. Ze kon niet rechtop staan. Ze had dit probleem al achttien jaar.
Lukas 13:10–12
Jezus vroeg de vrouw bij Hem te komen. Hij legde zijn handen op haar om haar te zegenen.
Lukas 13:12–13
De vrouw stond meteen rechtop. De leider van de synagoge was boos, omdat Jezus op de sabbat genas.
Lukas 13:13–14
Jezus zei dat het goed was om deze vrouw te helpen. Het is juist om goed te doen op de sabbat. De leider schaamde zich en de mensen in de synagoge waren blij dat de vrouw genezen was.
Lukas 13:15–17; zie ook Lukas 6:9