Verhalen uit de Schriften
Engelen bezoeken Maria en Jozef: uitgekozen om voor de Zoon van God te zorgen


Mattheüs 1; Lukas 1

Engelen bezoeken Maria en Jozef

Uitgekozen om voor de Zoon van God te zorgen

Maria en Jozef praten met elkaar.

In Nazareth woonde een vrouw die Maria heette. Ze hield van God en gehoorzaamde zijn geboden. Maria zou gaan trouwen met een man die Jozef heette, die ook van God hield.

Mattheüs 1:18–19; Lukas 1:26–28

De engel Gabriël bezoekt Maria.

Op een dag kreeg Maria bezoek van een engel die Gabriël heette. Eerst was Maria bang. Maar Gabriël zei dat hij door God was gestuurd. Maria hoefde niet bang te zijn. Hij zei dat God Maria heel bijzonder vond en dat ze binnenkort een baby zou krijgen. Maria’s kind zou Gods Zoon, Jezus, zijn.

Lukas 1:26–33

De engel vertelt Maria dat ze een baby krijgt.

Maar Maria snapte het niet. Ze was nog niet met Jozef getrouwd. Hoe kon ze dan een kind krijgen? Gabriël legde uit dat dit door Gods macht zou gebeuren. Hij zei: ‘Geen ding zal bij God onmogelijk zijn.’

Lukas 1:34–37

Maria zegt tegen de engel dat ze bereid is om de moeder van Gods Zoon te worden.

Maria was nederig en trouw. Ze zei tegen Gabriël dat ze de dienares van de Heer was. Ze was bereid om de moeder van Gods Zoon te worden.

Lukas 1:38

Jozef komt erachter dat Maria een baby krijgt.

Toen Jozef hoorde dat Maria een baby zou krijgen, maakte hij zich zorgen. Hij vroeg zich af of hij nog met Maria moest trouwen.

Mattheüs 1:19

Er verschijnt een engel aan Jozef.

Maar op een nacht verscheen de engel aan Jozef in een droom. De engel zei tegen Jozef dat Maria’s kind de Zoon van God was en dat Jozef Hem Jezus moest noemen. Jezus zou alle mensen van hun zonden redden. De engel zei dat Jozef nog steeds met Maria moest trouwen.

Mattheüs 1:20–23

Maria en Jozef trouwen.

Jozef deed wat de engel gezegd had. Jozef en Maria trouwden.

Mattheüs 1:24

Maria bezoekt haar nicht Elizabet.

Maria ging naar haar nicht Elizabet toe. De engel vertelde Maria dat Elizabet ook zwanger was, ook al was ze heel oud. Ook dat was een wonder van God. Haar zoon zou later Johannes de Doper worden. Toen Maria het huis binnenkwam, begroette ze Elizabet.

Lukas 1:13–17, 36, 39–40

Elizabet en Maria zijn blij.

Zodra Elizabet Maria hoorde, sprong de baby van vreugde in haar buik op. Elizabet werd met de Heilige Geest vervuld. Ze wist dat Maria de Zoon van God droeg. Maria en Elizabet waren samen blij. Maria prees God voor alle geweldige dingen die Hij doet om zijn kinderen te zegenen.

Lukas 1:41–55