Verhalen uit de Schriften
Stefanus getuigt van Jezus Christus: Een moedige dienstknecht geeft zijn leven voor zijn getuigenis


Handelingen 6–7

Stefanus getuigt van Jezus Christus

Een moedige dienstknecht geeft zijn leven voor zijn getuigenis

Twee apostelen met leden van Jezus’ kerk.

De kerk groeide snel. Het werd steeds moeilijker voor de apostelen om voor alle leden te zorgen.

Handelingen 6:1–2

Een apostel geeft Stefanus een priesterschapszegen.

De apostelen besloten zeven mannen te roepen die konden helpen. Ze vroegen de leden om naar wijze mannen te zoeken die vol van de Heilige Geest waren.

Handelingen 6:3

Stefanus geneest een man.

Een van de mannen die ze kozen, was Stefanus. De apostelen gaven hem een zegen. Stefanus had veel geloof en verrichtte grote wonderen onder het volk.

Handelingen 6:5–8

Stefanus praat met de hogepriester en andere leiders.

Stefanus onderwees vol wijsheid en met de Geest over Jezus Christus. Maar de leiders van een synagoge waren niet blij met zijn onderwijs. Ze zeiden dat hij Mozes en God tegensprak. Ze brachten Stefanus voor de hogepriester en andere leiders.

Handelingen 6:9–15; 7:1

Stefanus vertelt de leiders over Jezus.

Stefanus’ gezicht leek op het gezicht van een engel. Hij herinnerde de leiders eraan dat God Mozes had gestuurd om de Israëlieten te redden, maar dat ze Mozes niet altijd volgden. Stefanus zei dat Mozes op Jezus Christus leek. God stuurde Jezus om zijn volk te redden, maar de leiders volgden Hem niet. De leiders waren boos op Stefanus.

Handelingen 7:20–43, 51–54

Stefanus krijgt een visioen van onze hemelse Vader en Jezus Christus.

Vol van de Heilige Geest keek Stefanus naar de hemel. Hij zag Jezus Christus naast onze hemelse Vader staan.

Handelingen 7:55–56

De leiders grijpen Stefanus vast.

Toen Stefanus de leiders vertelde wat hij zag, werden ze nog bozer. Ze schreeuwden woedend en grepen Stefanus vast. Ze sleurden hem de stad uit.

Handelingen 7:57

Saulus kijkt naar de dood van Stefanus.

Ze legden hun jassen neer aan de voeten van een man die Saulus heette. Toen gooiden ze stenen naar Stefanus om hem te doden. Saulus was het eens met wat ze deden. Stefanus bad. Hij vroeg de Heer om de mensen die hem pijn deden te vergeven. Daarna vroeg hij de Heer om zijn geest in de hemel te ontvangen.

Handelingen 7:59–60; 8:1