Johannes 1:44–52
Kom en zie
Een vriend uitnodigen om Jezus te volgen
Filippus was een van Jezus’ volgelingen. Hij wist dat Jezus de Heiland was. Filippus wilde dat zijn vriend Nathanaël ook over Jezus hoorde.
Johannes 1:44–46
Nathanaël wist dat er in de Schriften stond dat God een Heiland zou sturen. Filippus vertelde hem dat hij de Heiland had gevonden. Zijn naam was Jezus, uit Nazareth.
Johannes 1:46
Nathanaël geloofde hem eerst niet. Hij dacht dat de Heiland niet uit Nazareth kon komen. Hij vroeg: ‘Kan uit Nazareth iets goeds komen?’ Filippus zei daarop: ‘Kom en zie.’
Johannes 1:47
Nathanaël ging met Filippus naar Jezus toe. Toen Jezus hen zag aankomen, zei Hij dat Nathanaël een goed en eerlijk man was. Nathanaël was verbaasd. Hij had Jezus nog nooit ontmoet. Hoe kende Jezus hem?
Johannes 1:48–49
Jezus vertelde Nathanaël dat Jezus hem onder een vijgenboom had zien zitten voordat Filippus met hem had gesproken.
Johannes 1:49
Nathanaël wist nu dat Jezus de Zoon van God was. Jezus zei tegen Nathanaël dat hij dankzij zijn geloof grootse dingen zou zien, zoals engelen uit de hemel.
Johannes 1:50–52