Romeinen 3:21–28; 5:1–11; 6:3–6
Op Jezus Christus vertrouwen voor ons heil
Door zijn genade gered
Mensen uit veel verschillende plaatsen sloten zich bij de Kerk van Jezus Christus aan. Leden van de kerk werden heiligen genoemd.
Romeinen 1:7
Sommige heiligen waren Joden die de wet van Mozes nog steeds gehoorzaamden. Anderen deden dat niet. Ze verschilden van mening over de vraag of ze de wet van Mozes wel of niet moesten gehoorzamen.
Romeinen 2:14–15, 23–29
Paulus wist dat de heiligen met deze vragen zaten. Paulus schreef een brief aan de heiligen in Rome. Hij zei dat niemand kon worden gered door alleen te proberen de wet van Mozes te volgen. Iedereen maakt fouten, legde hij uit. Om gered te worden, moet iedereen geloof in Jezus Christus hebben en Hem volgen.
Romeinen 3:20–23
Paulus zei dat God Jezus Christus heeft gezonden om onze zonden op Zich te nemen. Dankzij het offer van Jezus Christus kunnen we ons bekeren en vergeving van onze zonden ontvangen.
Romeinen 3:24–31
Paulus onderwees dat Jezus Christus ons de gave van vergeving geeft en de kracht om goede dingen te doen. Dit liefdevolle geschenk wordt de genade van Jezus Christus genoemd, waardoor we hoop en vreugde kunnen hebben. Paulus zei dat als we ons net als Jezus laten dopen, het is alsof we een nieuw leven beginnen als volgeling van Jezus.
Romeinen 5:1–11; 6:3–6