Liahona
Vreugdevolle vergeving
Liahona februari 2026


Boodschap van de gebiedsleiding

Vreugdevolle vergeving

De vergeving die God ons aanbeveelt, is schitterend en rustgevend, ja, zelfs bevrijdend en opbouwend. Op onze tanden bijten en maar slikken wat ons is aangedaan, is een heel ander verhaal. Voorgewende ruimhartigheid ook. Ware vergeving verruimt onze blik. Zo leren we Gods plan voor ons persoonlijk herkennen en waarderen.

Jakobs zoons waren aanvankelijk van plan om Jozef te doden. In plaats daarvan gooiden ze hem in een lege put en verkochten hem vervolgens uit winstbejag als slaaf. In Egypte werd hij gevangengezet vanwege zijn morele normen. Zou dat voor Jozef geen reden genoeg zijn geweest om verbitterd te raken?

Jozef werd uit de gevangenis vrijgelaten omdat hij farao’s droom over zeven vette jaren gevolgd door zeven magere jaren wist uit te leggen. Gedurende de zeven vette jaren legde hij enorme voorraden graan aan. Gedurende de zeven magere jaren was ‘er honger in alle landen, maar in heel het land Egypte was brood’. Vader Jakob stuurde zijn zonen naar Egypte om graan te kopen, opdat ze zouden leven en niet sterven. Na de aankoop stopte Jozef het geld terug in de zakken van zijn broers. De volgende keer dat ze graan kochten, wilden zijn broers de aankoopprijs voor het eerste graan betalen. Jozef was hen echter voor: ‘Vrede zij u, wees niet bevreesd. Uw God en de God van uw vader heeft u een schat in uw zakken gegeven; uw geld heeft mij bereikt.’ Jozef slaagde er op spectaculaire wijze in om zijn hele familie naar Egypte te laten komen. Hij maakte zich in tranen aan zijn broers bekend: ‘Ik ben Jozef, jullie broer, die jullie naar Egypte verkocht hebben. Maar nu, wees niet bedroefd en laat jullie ogen niet in toorn ontvlammen omdat jullie mij hiernaartoe hebben verkocht, want God heeft mij vóór jullie uit gezonden tot behoud van jullie leven. […] Nu dan, niet jullie hebben mij hiernaartoe gestuurd, maar God. Hij heeft mij aangesteld als een vader voor de farao, als heer over heel zijn huis en als heerser over heel het land Egypte.’ Voortaan zorgde Jozef ruimhartig voor zijn familie. Na de dood van hun vader Jakob vreesden Jozefs broers zijn vergelding en vroegen hem: ‘Vergeef toch de overtreding van de dienaren van de God van uw vader. Jozef huilde toen zij zo tot hem spraken. […] Jozef zei daarop tegen hen: Wees niet bevreesd, want sta ik soms op de plaats van God? Jullie weliswaar, jullie hebben kwaad tegen mij bedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, om te doen zoals het op deze dag is: een groot volk in leven te houden.’

Voor Jozef was vergeving iets vreugdevols: als zijn broers hem niet als slaaf naar Egypte hadden verkocht, zou hij nooit over het hele land Egypte zijn uitgegaan; hij zou nooit in staat zijn geweest om het leven van duizenden mensen te redden met de aangelegde voorraden graan. Toen zijn broers voor het graan wilden betalen, nam hij geen geld aan, maar beschouwde hij de hereniging met zijn broers als een hemelse beloning. Hij streek niet eens de eer op voor het stiekem teruggeven van het geld, maar legde uit dat het een geschenk van God aan zijn broers was. Toen hij zich aan hen bekendmaakte, legde hij met waardering Gods plan en de aan hem toebedeelde taken uit. Daarom nam hij zijn broers hun wrede gedrag niet kwalijk. Hij zag het als een middel waardoor hij een zegen kon zijn voor zijn familie en duizenden anderen. Jozef hield zich aan die zienswijze vast. Zelfs na de dood van zijn vader, Jakob, verzekerde hij zijn broers dat ze weliswaar met kwade bedoelingen hadden gehandeld, maar dat God hem hierdoor de gelegenheid had gegeven om veel mensen tot zegen te zijn.

Dit perspectief is geenszins bedoeld om het kwaad te rechtvaardigen, te bagatelliseren of zelfs maar te steunen. Maar het werkt bevrijdend als we God in onze beproevingen de kans geven om anderen door onze pijn heen tot zegen te zijn. Probeer het eens. Kies er bewust voor. Het is het waard.

NOTEN

  1. Genesis 37:17–21.

  2. Genesis 37:24.

  3. Genesis 37:26.

  4. Genesis 39:8–20.

  5. Genesis 41:29–30.

  6. Genesis 41:49.

  7. Genesis 41:54.

  8. Genesis 42:2.

  9. Genesis 42:25.

  10. Genesis 43:23.

  11. Genesis 45:4–8.

  12. Genesis 50:15–20.

  13. Zie Leer en Verbonden 59:21.

  14. Zie Mozes 5:11.