Liahona
Dienen: onze grootste vreugde
Liahona februari 2026


‘Dienen: onze grootste vreugde’, Liahona, februari 2026.

Onder heiligen der laatste dagen

Dienen: onze grootste vreugde

In mijn nieuwe roeping voelde ik iets wat ik nog niet eerder had gevoeld.

Tijdens de coronapandemie hadden mensen met een stabiele baan in Peru nog steeds een inkomen, maar veel Peruanen zijn ondernemers die dingen op straat verkopen. Mensen mochten vanwege quarantaine hun huis niet verlaten, dus veel mensen konden niet werken.

Op een dag kwam er een groep dansers met een band bij ons in de straat optreden. Buren gooiden vanuit hun deur muntjes naar hen. Wie geen geld had, gaf ze te eten.

Het brak mijn hart om mensen in zulke nood te zien. Mijn gezin had niet veel, maar we hadden meer dan zij. We hielpen ze zoveel we konden.

Die ervaring leerde me dat de Heer ons en onze behoeften kent, en dat is me in mijn roeping als bisschop goed van pas gekomen. Met de ontzagwekkende verantwoordelijkheid om voor Gods kinderen te zorgen, voelde ik in die roeping iets wat ik in andere roepingen nooit had gevoeld.

Toen ik na de pandemie mijn werk hervatte, kwam ik vaak rond 8 uur ’s avonds thuis. Daarna ging ik naar de kapel om met mensen te praten die behoefte aan raad en begeleiding hadden. Die gesprekken liepen soms laat uit.

Tijdens mijn bediening voelde ik de grote liefde die de Heer voor zijn kinderen heeft. Dat was een ongelooflijk gevoel dat ik nog niet eerder had gehad. Soms kwam ik huilend thuis.

Op andere momenten voelde ik me moe en zwak, maar de Heer steunde me in mijn tijd als bisschop. Mijn vrouw steunde me ook, en ik was dankbaar dat mijn kinderen konden zien dat ik de Heer diende.

Ik begon ook te begrijpen hoeveel onze leiders van ons houden. Ik ben dankbaar dat mijn getuigenis door die kennis is gegroeid. En ik ben dankbaar dat de Heer me met de gave van naastenliefde heeft gezegend (zie Moroni 7:46–48).

Voor mijn gevoel heeft God me een kans gegeven om te dienen die ik niet verdiende. Ik vroeg me vaak af: ‘Waarom ik?’ Uiteindelijk begreep ik dat de Heer me liefhad en iets in mij zag wat ik niet zag.

We verliezen niets in dienst van de Heer. Van alle activiteiten waaraan we in zijn kerk kunnen deelnemen, weet ik dat dienstbetoon, bediening en de handen van de Heer zijn, ons in moeilijke tijden de grootste vreugde brengen (zie Mosiah 2:17).

Noot

  1. Zie Henry B. Eyring, ‘Nader tot Mij’, Liahona, mei 2025, 24–28.