‘Waarom deze ingeving?’, Liahona, februari 2026.
Onder heiligen der laatste dagen
Waarom deze ingeving?
De Heilige Geest gaf me in dat ik de excursie moest annuleren, maar ik wist pas een paar uur later waarom.
Illustratie, David Green
Ik gaf op de middelbare school in Concord (Californië, VS) biologie, biowetenschappen en kunst, waaronder een kunstklas voor gevorderden na schooltijd. Ik ging ook op excursies met mijn leerlingen om enkele van de kunstschatten in de San Francisco Bay Area te zien.
Voor een van die excursies waren we van plan om een collectie bronzen sculpturen van Rodin en andere kunstwerken in een kunstmuseum in San Francisco te bezoeken en daarna in het Golden Gate Park te lunchen. De leerlingen verheugden zich op dat uitje.
We zouden op 17 oktober 1989 gaan, maar die ochtend kreeg ik een ongemakkelijk, angstig gevoel. Ik had het gevoel dat we toch niet naar San Francisco moesten gaan, maar ik begreep niet waarom. De geestelijke ingeving was sterk en hield de hele ochtend aan. Ik probeerde het van me af te zetten en bad in stilte om te weten of dit een ongegronde angst was of normale angst als je de leiding over meerdere tieners in een nieuwe omgeving hebt.
Maar toen kwam er een gedachte uit de Schriften bij me op die ik niet kon negeren:
‘Ik zal in uw gedachten en in uw hart tot u spreken door de Heilige Geest, die op u zal komen en die in uw hart zal wonen.
‘Welnu, zie, dat is de geest van openbaring’ (Leer en Verbonden 8:2–3).
Die gedachte bevestigde dat ik de reis moest uitstellen. Toen ik mijn leerlingen vertelde dat we niet zouden gaan, was er over de hele campus gekreun en gesteun van teleurstelling te horen. Ik zei dat het me speet, maar dat ik vond dat we niet moesten gaan. In plaats daarvan zouden we zoals gewoonlijk de kunstklas voor gevorderden na schooltijd houden. Ik beloofde dat we een andere keer op die excursie zouden gaan.
In plaats van die middag binnen te blijven, besloot ik naar het park naast het schoolterrein te gaan, zo’n 150 meter van het klaslokaal, om te tekenen. Ik zat op het bankje van een betonnen tafel en demonstreerde enkele technieken voor de leerlingen toen ik de tafel voelde bewegen.
Even dacht ik dat een leerling tegen de tafel aan het schoppen was, maar plotseling begonnen de bomen in het park hevig te schudden. Takken braken af. De grond in het park schokte als een tapijt dat wordt geschud. Een verschrikkelijk gerommel groeide uit tot gebrul. Sommige leerlingen begonnen te huilen en te jammeren. Na 20 seconden volgde er een vreselijke stilte.
Toen het lawaai en het schudden waren afgenomen, keerden we stilletjes terug naar het klaslokaal. Het toch al rommelige kunstlokaal was een puinhoop. De stroom naar de school was uitgevallen en het lokaal was donker. Ik legde wat materiaal weg, zei tegen de leerlingen dat ze direct naar huis moesten gaan, deed het lokaal op slot en vertrok.
Onderweg naar huis meldde de autoradio dat een aardbeving met een kracht van 6,9 op de schaal van Richter de Bay Area had getroffen. Er waren duizenden gewonden en tientallen doden. In San Francisco stonden veel gebouwen in brand of stortten in. Wegen en bruggen werden afgesloten. Het duurde bijna een week voordat sommige mensen die in de stad vastzaten terug naar huis konden. Het duurde jaren voordat sommige zwaarbeschadigde gebouwen waren hersteld, waaronder het museum waar mijn leerlingen en ik de middag zouden doorbrengen.
Ik ben dankbaar te weten dat onze Vader in de hemel ons liefheeft en dat Hij volgens zijn wil voor ons zorgt en over ons waakt. Ik ben ook dankbaar dat de Heilige Geest ons door zijn influisteringen voor lichamelijke en geestelijke gevaren waarschuwt, als we oren hebben om te horen.
‘Wat onze kerkroeping ook is, we kunnen tot onze hemelse Vader bidden en leiding ontvangen, gewaarschuwd worden voor gevaren en afleiding, en het vermogen krijgen om dingen te doen die we alleen gewoon niet zouden kunnen’, heeft president Russell M. Nelson gezegd. ‘Als we de Heilige Geest echt ontvangen, en zijn ingevingen leren herkennen en begrijpen, zullen we in grote en kleine kwesties geleid worden.’
Daar ben ik van overtuigd.