‘Johannes: de discipel die Jezus liefhad’, Liahona, februari 2026.
Zij kenden de Heiland
Johannes: de discipel die Jezus liefhad
Johannes de Openbaarder bleef van Christus leren, ook na de opstanding.
Illustratie, Laura Serra
Johannes was een van de twaalf apostelen van de Heiland. Hij, zijn broer Jakobus en hun medeapostel Petrus waren de vertrouwelingen van de Heer en waren bij Hem, zelfs als de andere negen afwezig waren. Ondanks de nauwe band van dit trio met de Heiland, lijkt de band van Johannes met Jezus uniek te zijn geweest.
Hij was de enige van de apostelen die getuige van de kruisiging was. Meer dan 90 procent van zijn evangelie bestaat uit materiaal dat niet in de andere drie staat (waaronder het evangelie van Mattheüs, een medeapostel). Johannes zat tijdens het laatste avondmaal naast Jezus en liet zijn hoofd op Hem rusten (zie Johannes 13:23). De Heiland gaf Johannes de opdracht om voor zijn moeder te zorgen na zijn heengaan (zie Johannes 19:26–27).
En Johannes noemde zichzelf de discipel die Jezus liefhad (zie Johannes 21:7). Christenen vragen zich al eeuwenlang af wat Johannes hiermee bedoelde. De Heer heeft immers iedereen lief. Ouderling Karl D. Hirst van de Zeventig heeft gezegd: ‘Ik denk dat Johannes dit zei omdat hij heel sterk voelde dat Jezus van hem hield.’ Hij vergeleek het met Nephi’s verwijzing naar ‘mijn Jezus’ (2 Nephi 33:6; cursivering toegevoegd) – een band die zo diep en persoonlijk is dat die exclusief aanvoelt. Vanuit dat perspectief kunnen wij, als we meer over de Heer leren en dichter tot Hem komen, er allemaal naar streven om ‘de discipel [te zijn] die Jezus liefhad’.
Grotere liefde
Liefde is een terugkerend thema in de geschriften van Johannes. In het evangelie van Johannes komt het woord liefde of een variant daarvan ruim 50 keer voor. Dat is meer dan de andere drie evangeliën bij elkaar, deels omdat Johannes meer van de leringen van de Heiland over liefde citeert dan de anderen. Liefde of een variant daarvan komt nog eens een veertigtal keer voor in de 105 verzen van de eerste brief van Johannes. Het is dan ook passend dat de discipel die Jezus liefhad liefde als centraal thema aannam.
Johannes’ discipelschap begon al voordat hij Jezus ontmoette. Hij was schijnbaar een volgeling van Johannes de Doper en geloofde diens getuigenis van Jezus (zie Johannes 1:35–40). De apostel Johannes werd later Johannes de Openbaarder, voorgeordend om over het einde van de wereld te schrijven (zie 1 Nephi 14:20–27). Hij kreeg dingen te zien die weinig anderen hebben gezien, en dient, samen met de drie Nephitische discipelen (zie 3 Nephi 28:4–10), al bijna tweeduizend jaar de mensheid. Johannes’ geestelijke kennis en ervaring moeten bijna onovertroffen zijn.
Toch kwam dat inzicht slechts stapsgewijs. Toen Johannes op paasmorgen eerder bij de graftombe aankwam dan Petrus, ging hij niet naar binnen, maar ‘liet de senior apostel voorgaan, die het graf als eerste binnenging’. Johannes spreekt in de derde persoon en merkt op dat hij en Petrus pas op dat moment in de opstanding ‘geloofden’: ‘Want zij kenden de Schrift nog niet dat Hij uit de doden moest opstaan’ (Johannes 20:8–9).
Als Johannes – een van de beste vrienden en raadgevers van de Heer, de discipel die Jezus liefhad – de zending van Jezus pas volledig begreep toen hij het lege graf zag, moeten wij het onszelf niet kwalijk nemen als we iets niet begrijpen. Johannes’ leven en zijn zending met een open einde herinneren ons eraan dat zelfs voor discipelen – vooral voor discipelen – de Heiland leren kennen een continu proces is.