Liahona
Het vreugdevolle verbondspad
Liahona februari 2026


‘Het vreugdevolle verbondspad’, Liahona, februari 2026.

Het vreugdevolle verbondspad

Het wonder en de grootsheid van gezinsleden die in de tegenwoordigheid van de Vader en de Zoon met elkaar verbonden zijn, vervullen mijn ziel met buitengewoon ontzag, vreugde en dankbaarheid.

Ouderling Patrick Kearon en zijn vrouw, Jennifer

Ouderling Patrick Kearon en zijn vrouw, Jennifer

Toen Israel en Elizabeth Haven Barlow in 1848 Nauvoo (Illinois, VS) verlieten en naar de Salt Lake Valley vertrokken, lieten ze hun zoontje achter dat op een kerkhof in Nauvoo begraven lag. De kleine James Nathaniel Barlow, hun eerste kind, was kort na zijn geboorte in mei 1841 overleden.

Na hun vertrek naar de Salt Lake Valley verwachtten Israel en Elizabeth waarschijnlijk nooit meer het graf van hun zoontje te zien. Maar toen Israel een paar jaar later op zending naar Engeland werd geroepen, reisde hij naar het oosten via Nauvoo. Op verzoek van Elizabeth stopte hij daar om het graf van hun zoontje op te zoeken en zijn stoffelijk overschot naar de hoofdbegraafplaats ten oosten van de stad te verplaatsen.

Na een dag vruchteloos zoeken, vroeg Israel de plaatselijke beheerder om hulp. De volgende dag vonden ze het graf, gelegen naast James’ nicht Mary. Helaas waren de doodskisten vergaan en kapot. In een brief aan zijn vrouw schreef Israel: ‘Daarom keerde ik me om en kwam ik tot de conclusie dat ik hen voorlopig daar zou laten.’

Hij was nog niet ver van het graf toen hij een stem hoorde. Over zijn ervaring schreef hij: ‘Het was niet hoorbaar, maar zo duidelijk in mijn gedachten dat ik het niet kon tegenspreken: “Papa, laat me hier niet achter.”’ Israel keerde terug naar het graf en besloot zijn zoontje daar toch weg te halen. ‘Ik voelde een heel eigenaardige kalmte en gemoedsrust die ik voorheen niet had gevoeld. […] Dit kan ik wel zeggen: ik ben me nog nooit zo bewust geweest van enige plicht die ik ooit heb gedaan.’

Op 2 september 1853 brachten Israel Barlow en de conciërge de lichamen van James en Mary naar de hoofdbegraafplaats van Nauvoo, waar ze die plek markeerden met ‘stenen aan het hoofd- en voeteinde van de graven’.

Israel vertelde Elizabeth dat hij, toen hij bij het graf achterbleef, ‘verlangde om mezelf en al het mijne aan de Heer toe te wijden, zodat ik waardig bevonden mag worden om op de ochtend van de eerste opstanding samen met [James] tevoorschijn te komen.’

Israels toewijding aan het evangelie van Jezus Christus, samen met het nakomen van heilige verbonden, stelt Christus in staat om het eeuwige leven – de grootste van alle zegeningen – voor hem, zijn voorouders en nageslacht mogelijk te maken.

Dat geldt voor ons allemaal.

avondmaalsschalen

Foto, Jerry Garns, kopiëren alleen toegestaan voor kerkelijk gebruik

Heilige beloften

Onze hemelse Vader en zijn Zoon, Jezus Christus, houden meer van ieder van ons dan we ons kunnen voorstellen. Nergens komt hun liefde meer tot uitdrukking dan in de beloofde zegeningen die samengaan met de verbonden die ons bij de doop en in het huis des Heren worden aangeboden.

‘Een van de belangrijkste beginselen van ware godsdienst is dat van een heilig verbond’, heeft president Russell M. Nelson gezegd. ‘In juridische taal duidt een verbond doorgaans op een overeenkomst tussen twee of meer partijen. Maar in religieuze context heeft een verbond een veel belangrijkere status. Het is een heilige afspraak met God.’

Elke heilige belofte die we doen en nakomen, is ons tot zegen. Onze hemelse Vader en onze Heiland, Jezus Christus, willen ons dichter tot Hen brengen. Ze willen ons helpen om te leren en in geloof en begrip toe te nemen. Ze willen ons met hemelse macht begiftigen. Ze willen dat we genezing en gemoedsrust vinden in een wereld waar dergelijke zegeningen ongrijpbaar zijn. Ze willen dat we vreugde in dit leven en in het hiernamaals ervaren. Uit deze volmaakte liefde bieden Zij ons de mogelijkheid om een verbondsrelatie met Hen aan te gaan. Het is een zegen dat we ons wekelijks tijdens de avondmaalsdienst opnieuw aan die verbonden kunnen toewijden.

We nemen dankbaar deel aan het avondmaal omdat we de vreugdevolle zegen hebben om de naam van Jezus Christus op ons te nemen, Hem en de liefde die Hij ons liet blijken door de gave van zijn verzoening indachtig te zijn – dat voor ons het kruis Hem zoveel dulden deed. Het avondmaal zegent ons ook met een wekelijkse gelegenheid om blijk te geven van onze bereidheid om zijn geboden te onderhouden, onze verbonden te hernieuwen en een nieuw verbond te sluiten (zie Leer en Verbonden 20:77, 79).

‘Ik hoor vaak de uitdrukking dat we aan het avondmaal deelnemen om ons doopverbond te hernieuwen. Hoewel dat waar is, betekent het veel meer’, heeft president Nelson gezegd. ‘Ik heb een nieuw verbond gesloten. U hebt een nieuw verbond gesloten. […] Daarop verklaart [de Heer] dat we zijn Geest altijd bij ons zullen hebben. Wat een zegen!’

Als we ons bekeren en met een rein hart aan het avondmaal deelnemen, ontvangen we de Heilige Geest en worden we ‘van zonde gereinigd […], alsof we opnieuw gedoopt zijn. Die hoop en barmhartigheid biedt Jezus ieder van ons aan.’

Wat een vreugde om ons te bekeren en vergeving te ontvangen dankzij de verlossende liefde van Christus!

Nauvootempel (Illinois, VS)

Foto van de Nauvootempel (Illinois, VS), Jennifer Rose Maddy

Zijn huis van vreugde

Sinds hij president van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen is, heeft president Nelson vaak over het verbondspad gesproken, te beginnen met zijn eerste openbare boodschap als president van de kerk. Later zei hij dat we dat pad betreden door ‘bekering en doop met water’ (2 Nephi 31:17) en ‘in de tempel betreden we het pad nog verder’.

Net zoals deelname aan het avondmaal ons herinnert aan onze verbonden en de bijbehorende zegeningen, geldt dat ook voor plaatsvervangend werk in de tempel. Als we plaatsvervangend verordeningen verrichten voor overledenen, worden we herinnerd aan de heilige beloften die we hebben gedaan en de beloofde zegeningen die we zullen ontvangen.

Door het verbondspad worden we erfgenamen van alle zegeningen die aan Abraham, Izak, Jakob en hun nageslacht zijn beloofd. Ondanks die beloofde zegeningen leidden Abraham, Izak en Jakob geen makkelijk leven, en wij ook niet. Wij krijgen, net als zij, te maken met tegenspoed, kastijding en verlies omdat we in alle dingen worden beproefd (zie Leer en Verbonden 136:31; zie ook 101:4–5). Maar net als de profeten en rechtschapen heiligen vanouds weten wij op wie we kunnen vertrouwen (zie 2 Nephi 4:19).

Ons sterfelijk leven is maar een moment in ons bestaan, maar dat moment – soms heel moeilijk – is van eeuwig belang. Ja, onze hemelse Vader wil dat we leren en groeien. En ja, die groei gaat soms met teleurstelling en leed gepaard. Maar Hij wil dat ons leven mooi en hoopvol is. Daarom, en om onze reis terug naar Hem te vergemakkelijken, heeft Hij in een Heiland voorzien, die de ‘borg’ is van onze verbonden met zijn Vader. Door de verzoening van Jezus Christus vervult de Vader de beloften die in de tempel aan zijn kinderen zijn gedaan.

Door zijn liefde en zoenoffer heeft onze Heiland alles meegemaakt en genezen waar we in het leven mee geconfronteerd worden. En dankzij zijn heilig huis – zijn huis van vreugde – zal alles goed komen, ondanks tegenspoed. De balsem van verbonden nakomen veegt verdriet, pijn, leed en teleurstelling weg. We hoeven ons geen zorgen te maken of bang te zijn. We mogen ons er juist over verheugen dat de prijs voor onze verlossing betaald is (zie 1 Korinthe 6:20) en dat het verbondspad naar het eeuwige leven is gelegd.

Het verbondspad is werkelijk een pad van verlossende liefde. Als we de verbonden nakomen die we in de tempel hebben gesloten, ontvangen we zegeningen van meer kracht, meer liefde, meer barmhartigheid, meer begrip en meer hoop. Het wonder en de grootsheid van tempelverzegelingen – van familieleden die in liefde voor alle eeuwigheid aan elkaar verbonden zijn – vervullen mijn ziel met buitengewoon ontzag, vreugde en dankbaarheid.

‘Wanneer er ook maar enige opschudding in uw leven is, bevindt de veiligste plek in geestelijk opzicht zich binnen uw tempelverbonden!’ heeft President Nelson gezegd. Ik weet uit eigen zoete en soms bittere aardse ervaringen dat die woorden waar zijn.

illustratie van echtpaar dat een baby vasthoudt

James Nathaniel Barlow, het eerste kind van Israel en Elizabeth Barlow, stierf kort na zijn geboorte in mei 1841. Jaren later werd hij in de Logantempel (Utah, VS) plaatsvervangend aan zijn ouders verzegeld.

Illustratie, Allen Garns

Breng ze naar huis

Nadat Israel Barlow nog een laatste keer afscheid had genomen van zijn zoontje, schreef hij aan zijn vrouw: ‘De gedachte om weg te gaan, om nooit meer in mijn leven terug te keren naar [James’] graf, wrong het laatste sprankje genegenheid zo ver uit tot ik in tranen uitbarstte bij zijn graf.’

Ik stel me voor dat er op 4 december 1889 nog meer tranen – ditmaal van vreugde – zijn vergoten. Op die dag werd de kleine James Nathaniel Barlow in de Logantempel (Utah, VS) aan zijn ouders verzegeld. Israel was toen al heengegaan, dus anderen traden op als plaatsvervangers voor hem en James.

Mijn vrouw en ik hebben veel medeleven voor Israel en Elizabeth. Ons eerste kind, een jongen die Sean heette, overleed tijdens een hartoperatie toen hij nog maar drie weken oud was. Dat was voor ons een verpletterend verlies. We vroegen ons destijds af of we het zouden overleven. We hebben hem in een pijnlijk klein graf in Engeland begraven. Vijftien jaar later werd ons gezin gevraagd om uit ons huis in het Verenigd Koninkrijk te verhuizen en voltijds in de kerk te dienen, en we lieten dat kleine graf achter.

We hebben ons kindje niet verloren op de tocht naar het westen, en we hebben niet geleden onder de onbevattelijke ontberingen van de familie Barlow, maar we hebben wel begrip voor wat ze hebben doorgemaakt. Het graf van ons zoontje is heel ver weg, maar net als de familie Barlow hebben wij een onwankelbaar geloof in de opstanding van Jezus Christus en de eeuwige aard van ons gezin door het heilige verzegelingsverbond.

We hebben allemaal voorouders en andere dierbaren die zijn heengegaan die tegen ons zeggen: ‘Laat me hier niet achter.’ Dankzij de tempelverbonden hoeft niemand aan zijn lot overgelaten te worden. Onze roeping is om ze lief te hebben, te dienen en ze naar huis te brengen.

Onze hemelse Vader houdt van ons, van jou en mij. Hij heeft ons tempels gegeven, zodat ‘wat [wij] ook op aarde [binden], gebonden zal zijn in de hemel’ (Leer en Verbonden 128:8; zie ook Mattheüs 18:18). Hij zond zijn Zoon om de banden van de dood te verbreken en zo de weg vrij te maken voor eeuwige banden en familieherenigingen in de eeuwigheid.

Daarom hebben we verordeningen. Daarom sluiten we verbonden. Daarom bouwen we tempels. Daarom wijden we ons aan Gods werk en heerlijkheid (zie Mozes 1:39). Daarom vergieten we tranen van vreugde, wetende dat ons en onze dierbaren een eeuwig weerzien wacht bij de Vader en de Zoon.

Mogen wij vreugde en vrede vinden als wij onze verbonden nakomen en ons bij de Heer voegen in zijn heerlijke heilswerk.