Gods liefde
Ik getuig vol vreugde dat de Heiland Jezus Christus de liefde van God is. Zijn liefde voor ons is volkomen, persoonlijk en oneindig.
Ons gezin bracht eens een zomer in een afgelegen gebied door waar we een keer onder een wolkeloze hemel buiten sliepen. Boven ons was de magnifieke Melkweg duidelijk zichtbaar, vol ontelbare sterren, en af en toe een vallende ster. We verwonderden ons over de majestueuze schepping van God, en we voelden een eerbiedige band met Hem. Onze kleine kinderen, die in Hongkong waren opgegroeid, hadden nog nooit zoiets meegemaakt. Ze vroegen heel onschuldig of we thuis onder dezelfde hemel woonden. Ik probeerde uit te leggen dat het dezelfde hemel was, maar dat we deze sterren door lucht- en lichtvervuiling niet konden zien, ook al waren ze er wel.
In de Schriften staat: ‘Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet.’ Terwijl desoriënterende afleidingen en aardse verleidingen onze geestelijke blik vertroebelen, krijgen we een duidelijke bevestiging dat God en zijn Zoon Jezus Christus bestaan en dat Ze om ons geven, als we maar geloof in Ze oefenen.
In het Boek van Mormon staat dat de profeet Lehi ‘een boom zag, waarvan de vrucht begerenswaardig was om iemand gelukkig te maken’, en dat die ‘zeer zoet was, zoeter dan alles’. Toen hij de vrucht proefde, werd zijn ziel met grote vreugde vervuld, en wilde hij dat zijn gezinsleden die ook zouden proeven. We leren dat deze boom ‘de liefde van God’ voorstelde, en dat wij net als Lehi een vreugdevol getuigenis van God kunnen krijgen als we Hem in ons leven uitnodigen.
Jezus Christus belichaamt de liefde van onze hemelse Vader voor ons. Door zijn zoenoffer nam Hij onze zonden op Zich en werd Hij voor onze ongerechtigheden verbrijzeld. Hij heeft in eigen persoon onze kwellingen en smarten gedragen, en onze pijnen en ziekten op Zich genomen. Hij stuurt de Heilige Geest om ons te troosten, en de vruchten van de Geest zijn onder meer vreugde, gemoedsrust en geloof, wat ons met hoop en liefde vervult.
Gods liefde is er voor iedereen, en velen zoeken er oprecht naar. Anderen willen Gods liefde graag voelen, maar geloven dat zij die niet verdienen. Weer anderen proberen zich er juist wanhopig aan vast te houden. De Schriften en de profeet van de Heer leren ons dat we voortdurend Gods liefde kunnen ondervinden als we ons door de genade van Jezus Christus herhaaldelijk bekeren, vrijelijk vergeven, ernaar streven zijn geboden te onderhouden, en anderen onzelfzuchtig dienen. We voelen Gods liefde als we doen wat ons dichter tot Hem brengt, zoals dagelijks door gebed en Schriftstudie met Hem communiceren, en niet meer doen wat ons van Hem verwijdert, zoals hoogmoedig, ruzieachtig en opstandig zijn.
President Russell M. Nelson heeft ons aangemoedigd om, ‘met de hulp van de Heiland, het oude puin in ons leven op [te ruimen] en ‘verbittering uit te bannen’. Hij heeft ons aangemoedigd om ons geestelijke fundament te versterken door ons leven op de Heiland te richten, en op de verordeningen en verbonden van de tempel. Hij heeft beloofd: ‘Als we onze tempelverbonden nakomen, krijgen we meer toegang tot de versterkende kracht van de Heer. […] We ervaren de reine liefde van Jezus Christus en onze hemelse Vader in grote overvloed!’
Ik heb een vriend die gezegend was met een fijn gezin en een veelbelovende loopbaan. Dit veranderde toen hij door een ziekte niet meer kon werken, wat gevolgd werd door een echtscheiding. De jaren daarna waren moeilijk, maar zijn liefde voor zijn kinderen en de verbonden die hij met God had gesloten, steunden hem. Op een dag vernam hij dat zijn voormalige echtgenote was hertrouwd, en dat ze annulering van hun tempelverzegeling had aangevraagd. Hij was verdrietig en in de war. Hij zocht in het huis des Heren gemoedsrust en begrip. De volgende dag kreeg ik dit bericht van hem:
‘Ik had gisteravond een geweldige ervaring in de tempel. Ik denk dat het duidelijk was dat ik nog heel wat wrok koesterde. […] Ik wist dat ik moest veranderen, en ik heb daar de hele week om gebeden. […] Gisteravond in de tempel voelde ik de Geest letterlijk de wrok uit mijn hart wegnemen. […] Het was zo’n opluchting om die kwijt te zijn. […] Een zware last die mij terneerdrukte, is van mijn schouders weggenomen.’
Hoewel hij nog met problemen worstelt, koestert mijn vriend die ervaring in het huis des Heren. De bevrijdende kracht van Gods liefde daar heeft hem geholpen om een nauwere band met God te voelen, optimistischer in het leven te staan, en minder bezorgd te zijn om zijn toekomst.
Als we Gods liefde ondervinden, kunnen we onze lasten makkelijker dragen en ons geduldig en blijmoedig aan zijn wil onderwerpen. We hebben het vertrouwen dat God zijn verbonden met ons zal gedenken, ons in onze kwellingen zal bezoeken, en ons uit knechtschap zal bevrijden. We willen ook de vreugde die we voelen met onze familieleden en dierbaren delen. Net als het gezin van Lehi heeft ieder de vrijheid om te kiezen of hij wel of niet van de vrucht neemt. Wij hebben echter de gelegenheid om lief te hebben, te delen en uit te nodigen op een wijze waardoor onze dierbaren Gods liefde kunnen voelen.
Om anderen Gods liefde te laten voelen, moeten we zelf christelijke eigenschappen ontwikkelen, zoals nederigheid, naastenliefde, mededogen en geduld. Ook helpen we anderen om zich tot de Heiland te wenden door de twee grote geboden na te leven, namelijk God en onze medemensen lief te hebben.
Een van onze zoons voelde zich als tiener een buitenbeentje en worstelde met zijn gevoel van eigenwaarde. Mijn vrouw en ik baden dat wij mochten weten hoe we hem konden helpen, en we waren bereid om alles te doen wat de Heer van ons verlangde. Op een dag had ik de ingeving om mijn quorumpresident ouderlingen te vragen of hij iemand wist die het moeilijk had, die ik met mijn zoon kon bezoeken. Hij dacht erover na, en vroeg ons om een vrouw te bezoeken die grote gezondheidsproblemen had, en om haar met toestemming van de gemeentepresident elke week het avondmaal te bedienen. Ik was opgetogen, maar ook bezorgd over de reactie van mijn zoon op deze wekelijkse taak.
Bij ons eerste bezoek ging ons hart uit naar deze vrouw, die voortdurend pijn had. Ze was erg dankbaar voor het avondmaal, en we genoten van onze gesprekjes met haar en haar man. Na enkele bezoekjes was ik op een zondag weg en kon ik mijn zoon niet vergezellen, maar ik herinnerde hem aan onze taak. Toen ik thuiskwam, kon ik nauwelijks wachten om te horen hoe het bezoek was verlopen. Mijn zoon antwoordde dat zijn klasgenoten volgens hem niet de gelegenheid kregen om zoiets cools als dit te doen. Hij voegde eraan toe dat hij zijn broertje had meegenomen om te helpen, en dat de bediening van het avondmaal goed was verlopen. Alleen was die lieve zuster die week wat verdrietig geweest omdat ze vrienden had uitgenodigd om samen films te komen kijken, maar dat haar videospeler niet werkte. Mijn zoon zei dat hij het probleem online had opgezocht, de oplossing gevonden, en het apparaat ter plekke gerepareerd. Hij voelde zich nuttig en was blij dat hij iets kon doen om haar op te monteren. Hij voelde Gods liefde voor hem.
Als je leven je deprimeert, ondanks de moeite die je doet; als je meent dat je gebeden niet gehoord worden; of als je Gods liefde niet kunt voelen; weet dan dat alles wat je doet, telt. Weet dat onze hemelse Vader en Jezus Christus je kennen, horen en liefhebben, net zo zeker als de sterren aan de hemel staan.
Op een keer verkeerden zijn discipelen in een boot ‘in nood door de golven’, toen de Heiland over het water naar hen toe kwam en hen geruststelde: ‘Heb goede moed, Ik ben het; wees niet bevreesd.’ Toen Petrus over het water naar de Heiland toe wilde gaan, wenkte Jezus hem en zei: ‘Kom!’ En toen Petrus door angst overmand werd en begon te zinken, stak de Heiland onmiddellijk zijn hand uit om hem te redden. Hij bracht hem in veiligheid en zei: ‘Kleingelovige, waarom hebt u getwijfeld?’
Als er tegenwind in ons leven waait, zijn we dan bereid om opgewekt en moedig te zijn? Hoe kunnen we onthouden dat de Heiland ons niet in de steek laat en ons misschien nabij is op manieren die wij nog niet inzien? Zijn wij bereid om Hem in geloof te benaderen, met name als het pad vóór ons onbegaanbaar lijkt? En op welke manieren brengt Hij ons in veiligheid wanneer we wanhopig spartelen? Hoe kunnen wij gelovig naar Hem opzien bij elke gedachte, zonder twijfel of vrees?
Als je Gods liefde meer wilt voelen, dan nodig ik je uit om over het volgende na te denken:
-
Ten eerste, neem vaak de tijd om te bedenken dat je een kind van God bent, en te denken aan alles waar je dankbaar voor bent.
-
Ten tweede, bid dagelijks en vraag je hemelse Vader wie in jouw omgeving het nodig heeft om zijn liefde te voelen.
-
Ten derde, vraag oprecht wat jij kunt doen om die persoon Gods liefde te laten voelen.
-
En ten vierde, handel meteen naar de inspiratie die je krijgt.
Als we geregeld bidden en om zegeningen voor anderen vragen, zal God ons laten zien wie we kunnen helpen. En als we daar vlot op reageren, kunnen wij het middel worden waardoor Hij hun gebeden verhoort. Doen we dat, dan krijgen we na verloop van tijd antwoord op onze gebeden en gaan wij zelf Gods liefde voelen.
Enkele maanden geleden waren mijn vrouw en ik op reis in Vietnam, en vertrok onze vlucht tijdens een hevige storm. Er was hevige turbulentie, en we konden door het raampje donkere wolken, zware regenval en bliksem zien. Na een lange, schokkerige klim, kwam ons vliegtuig uiteindelijk boven de onweerswolken uit en ontvouwde zich dit heerlijke vergezicht. We werden weer aan onze hemelse Vader en Jezus Christus herinnerd, en voelden hun grote liefde voor ons.
Lieve vrienden, als iemand die Gods liefde heeft gevoeld, getuig ik blijmoedig dat de Heiland, Jezus Christus, Gods liefde belichaamt. Zijn liefde voor ons is volkomen, persoonlijk en oneindig. Mogen wij Hem getrouw volgen en dan vervuld worden met zijn liefde, en als een vuurtoren fungeren die anderen naar zijn liefde leidt. In de naam van Jezus Christus. Amen.