Doe je deel met heel je hart
Heb voldoende vertrouwen in de Heiland en doe jouw deel geduldig en ijverig met heel je hart.
Vorig jaar bezocht ik tijdens een reis naar Europa mijn oude werkplek, de Duitse luchtvaartmaatschappij Lufthansa op de luchthaven van Frankfurt.
Om piloten te trainen, gebruiken zij verschillende geavanceerde vluchtsimulatoren die bijna alle normale omstandigheden en noodsituaties kunnen nabootsen. Tijdens mijn lange loopbaan als gezagvoerder moest ik elk half jaar een controlevlucht in de vluchtsimulator maken om mijn vliegbrevet te behouden. Ik herinner me die intense momenten van stress en ongerustheid nog goed, maar ook het gevoel van voldoening als ik geslaagd was. Ik was nog jong en hield van de uitdaging.
Tijdens mijn bezoek vroeg een van de leidinggevenden van Lufthansa of ik nog eens met de 747-simulator wilde vliegen.
Voordat de vraag helemaal was doorgedrongen, hoorde ik een stem – die verbazingwekkend veel op de mijne leek – zeggen: ‘Ja, heel graag.’
Zodra ik die woorden had uitgesproken, ging er een tsunami van gedachten door mijn hoofd. Het was alweer een tijdje geleden dat ik met een 747 had gevlogen. In die tijd was ik een jonge, zelfverzekerde gezagvoerder. Nu moest ik mijn reputatie als voormalig hoofdpiloot hooghouden. Zou ik mezelf in het bijzijn van deze professionals in verlegenheid brengen?
Maar ik kon niet meer terug. Ik nam plaats in de stoel, legde mijn handen op het vertrouwde, geliefde bedieningspaneel en voelde opnieuw de opwinding van het vliegen toen het grote toestel over de landingsbaan raasde en het blauwe luchtruim koos.
Gelukkig was het een geslaagde vlucht. Het vliegtuig bleef intact en mijn zelfbeeld ook.
En toch stemde die belevenis me nederig. In de bloei van mijn leven ging vliegen bijna moeiteloos. Nu vergde het mijn uiterste concentratie om de basisdingen te doen.
Discipelschap vergt discipline
Mijn ervaring in de vluchtsimulator herinnerde me eraan dat ergens goed in worden – of het nu gaat om vliegen, roeien, zaaien of weten – consequente zelfdiscipline en oefening vergt.
Je kunt er jaren over doen om een vaardigheid of talent te ontwikkelen. Je kunt zo hard je best doen dat het uiteindelijk moeiteloos gaat. Maar als je denkt dat je daarom kunt stoppen met oefenen en studeren, verlies je geleidelijk de kennis en vaardigheden die je ooit met veel moeite hebt verworven.
Dat geldt voor een taal leren, een muziekinstrument bespelen en een vliegtuig besturen. En het geldt om een discipel van Christus te worden.
Eenvoudig gezegd: discipelschap vergt zelfdiscipline.
We krijgen het niet in de schoot geworpen; het ontstaat niet per toeval.
Geloof in Jezus Christus is een gave, maar om die te ontvangen, moeten we een bewuste keuze maken en ons er met al onze ‘macht, verstand en kracht’ aan toewijden. We oefenen elke dag. Elk moment. Het vergt voortdurende studie en vastberaden toewijding. Ons geloof, onze trouw aan de Heiland, wordt sterker als het aan de hand van aardse tegenstand wordt getoetst. Het houdt stand omdat we het blijven voeden, het in praktijk blijven brengen en het nooit opgeven.
Als we daarentegen de overtuigingskracht van geloof niet gebruiken door het in praktijk te brengen, gaan we twijfelen aan dingen die we ooit heilig achtten – dingen waarvan we ooit wisten dat ze waar waren.
Verleidingen die nooit greep op ons hadden, beginnen ons minder af te stoten en meer aan te trekken.
Het vuur van ons vroegere getuigenis kan ons niet eeuwig verwarmen. Het heeft constante voeding nodig om fel te blijven branden.
In het Nieuwe Testament vertelde de Heiland een gelijkenis over een heer die aan elk van zijn dienaren een heilige verantwoordelijkheid gaf – een hoeveelheid geld in talenten uitgedrukt. De dienaren die hun talenten ijverig inzetten, kregen er meer. De dienaar die zijn talent begroef, raakte het uiteindelijk kwijt.
De les? God geeft ons gaven – zoals kennis, vaardigheden en kansen – en Hij wil dat we ze gebruiken en vergroten, zodat ze ons en zijn andere kinderen tot zegen zijn. Dat gebeurt niet als we die gaven hoog op een plank zetten als een trofee die we af en toe bewonderen. We kunnen onze gaven alleen grootmaken en vermenigvuldigen als we ze gebruiken.
Jij bent begaafd
‘Maar ouderling Uchtdorf,’ zeg je misschien, ‘ik heb geen gaven of talenten – althans geen nuttige.’ Misschien kijk je naar anderen wier gaven overduidelijk en indrukwekkend zijn, en voel je je in vergelijking vrij gewoontjes. Je vermoedt misschien dat op de dag van het grote buffet met gaven en talenten in het voorsterfelijk bestaan je bord bedroevend leeg bleef – vooral in vergelijking met de bomvolle borden van anderen.
O, ik zou je maar wat graag omhelzen en je deze grote waarheid laten inzien: jij bent een gezegend wezen van licht; het geestkind van een oneindige God! En je hebt meer potentieel dan je je kunt voorstellen.
Zoals een dichter heeft gezegd, kom je naar de aarde ‘in wolken van heerlijkheid’!
Je afkomst is goddelijk, en dat is je bestemming ook. Je verliet de hemel om hierheen te komen, maar de hemel heeft jou nooit verlaten!
Je bent allesbehalve gewoontjes.
Je bent begaafd!
In de Leer en Verbonden zegt God:
‘Er zijn vele gaven, en ieder mens wordt een gave geschonken door de Geest van God.
‘Aan sommigen wordt de ene gegeven en aan sommigen een andere, opdat allen erdoor gebaat zullen worden.’
Sommige gaven staan in de Schriften. Maar vele niet.
Zoals de profeet Moroni heeft gezegd: ‘[Verloochen] de gaven van God niet, want het zijn er vele; en ze komen van dezelfde God.’ Ze kunnen zich op ‘verschillende wijzen’ manifesteren, ‘maar het is dezelfde God die alles in allen werkt’.
Het is misschien waar dat onze gaven van de Geest niet altijd opvallend zijn, maar daarom zijn ze niet minder belangrijk. Ik wil graag enkele gaven van de Geest noemen die ik bij veel leden over de hele wereld heb opgemerkt. Overweeg of jij met een of meer van deze bent gezegend:
-
medeleven tonen;
-
mensen opmerken die over het hoofd worden gezien;
-
redenen vinden om opgewekt te zijn;
-
een vredestichter zijn;
-
kleine wonderen opmerken;
-
oprechte complimenten geven;
-
vergeven;
-
je bekeren;
-
volharden;
-
dingen eenvoudig uitleggen;
-
met kinderen communiceren;
-
kerkleiders steunen;
Je zult deze gaven vast niet in de talentenshow van de wijk zien. Maar ik hoop dat je inziet hoe waardevol ze voor het werk van de Heer zijn, en dat jij door jouw gaven misschien een van Gods kinderen hebt geraakt, gezegend of zelfs gered. Vergeet niet dat ‘door kleine en eenvoudige dingen grote dingen worden teweeggebracht’.
Doe jouw kleine deel
Lieve broeders en zusters, lieve vrienden, ik bid dat de Geest je zal helpen om de gaven en talenten te herkennen die God je heeft gegeven. Laten wij die dan, zoals de trouwe dienaren in de gelijkenis van de Heer, vermenigvuldigen en grootmaken.
Op een dag zullen we voor onze barmhartige Vader in de hemel staan om rekenschap van ons rentmeesterschap af te leggen. Hij zal willen weten wat we met zijn gaven hebben gedaan – in het bijzonder hoe we zijn kinderen ermee hebben geholpen. God weet wie we werkelijk zijn, wie we bestemd zijn te worden, en daarom heeft Hij hoge verwachtingen van ons.
Maar Hij verwacht niet dat we een of andere grote, heldhaftige, bovenmenselijke sprong maken om dat te bereiken. In de wereld die Hij heeft geschapen, vindt groei geleidelijk en met geduld plaats, maar ook gestaag en onophoudelijk.
Denk eraan, Jezus Christus heeft het bovenmenselijke deel al gedaan toen Hij dood en zonde overwon.
Ons deel houdt in dat we Christus volgen. Dat we ons van zonde afkeren, ons tot de Heiland wenden en stap voor stap zijn pad bewandelen. Doen we dit ijverig en trouw, dan werpen we uiteindelijk de ketenen van onze onvolmaaktheden en fouten af en worden we langzaamaan gelouterd, tot die volle dag waarop we in Christus vervolmaakt worden.
De zegeningen zijn binnen handbereik. De beloften zijn gedaan. De deur staat wijd open. Aan ons de keuze om binnen te gaan en te beginnen.
Dat begin is misschien klein. Maar dat is niet erg.
Is je geloof zwak, begin dan met hoop in Christus Jezus en in zijn reinigende, zuiverende macht.
Onze Vader vraagt dat we deze uitdaging van geloof en discipelschap niet als nonchalante toeristen aangaan, maar als oprechte gelovigen, die Babylon verlaten en hun hart, verstand en schreden op Zion richten.
We weten dat onze inspanningen alleen ons niet celestiaal kunnen maken. Maar ze kunnen ons wel trouw en toegewijd aan Jezus de Christus maken, en Hij kan ons celestiaal maken.
Dankzij onze geliefde Heiland bestaat er niet zoiets als een uitzichtloze situatie. Als wij onze hoop en ons geloof in Hem stellen, is onze overwinning verzekerd. Hij belooft ons toegang tot zijn kracht, zijn macht, zijn overvloedige genade. Stap voor stap, beetje bij beetje, komen we steeds dichter bij die grote, volle dag waarop we in eeuwige heerlijkheid met onze dierbaren bij Hem zullen wonen.
Om dat te bereiken, moeten we vandaag en elke dag ons deel doen. We zijn dankbaar voor de stappen die we gisteren hebben gezet, maar daar laten we het niet bij. We weten dat we nog een lange weg te gaan hebben, maar we laten ons daardoor niet ontmoedigen.
Dat is de kern van wie wij zijn als volgelingen van Jezus Christus.
Ik bemoedig en zegen ieder lid van de kerk, en ieder die verlangt er deel van uit te maken, om vertrouwen in de Heiland te hebben om jouw deel geduldig en ijverig met heel je hart te doen, zodat je vreugde volkomen zal zijn en je op een dag alles zult ontvangen wat de Vader heeft. Daarvan getuig ik in de naam van Jezus Christus. Amen.