2025
Verlaat niet Hem die je goedertieren is
November 2025


10:43

Verlaat niet Hem die je goedertieren is

Je hebt onmiddellijk toegang tot goddelijke hulp en genezing, ondanks je menselijke tekortkomingen.

Een leerkracht zei eens dat walvissen, zelfs de grote, geen mensen kunnen inslikken omdat walvissen een kleine keelopening hebben. Een meisje maakte bezwaar: ‘Maar Jona werd door een walvis opgeslokt.’ De leerkracht antwoordde: ‘Dat is onmogelijk.’ Nog niet overtuigd zei het meisje: ‘Als ik in de hemel kom, zal ik het hem vragen.’ De leerkracht zei met een grijns: ‘En als Jona nu eens een zondaar was en niet naar de hemel ging?’ Het meisje antwoordde: ‘Dan kunt u het hem vragen.’

We lachen, maar let op de kracht die Jona’s verhaal biedt aan iedere ‘ootmoedige zoeker naar geluk’, vooral degene die worstelt.

God stuurt Jona naar Ninevé om bekering te prediken. Maar Ninevé was in de oudheid een meedogenloze vijand van Israël. Dus gaat Jona direct helemaal de andere kant op, per schip, naar Tarsis. Terwijl hij van zijn roeping wegvaart, ontstaat er een storm die tot schipbreuk kan leiden. Jona weet zeker dat zijn ongehoorzaamheid hiervan de oorzaak is en zegt dat de bemanning hem overboord mag gooien. Nu kalmeert de kolkende zee zodat zijn scheepsmaten gered zijn.

Jona ontsnapt op wonderbaarlijke wijze aan de dood doordat de Heer voor een ‘grote vis’ zorgt die hem opslokt. Maar hij verkwijnt drie dagen op die ongelooflijk donkere, rottende plek, totdat hij uiteindelijk op vaste grond wordt uitgespuugd. Dan aanvaardt hij zijn roeping naar Ninevé. Wanneer de stad zich echter bekeert en van verwoesting wordt gespaard, is Jona gepikeerd dat zijn vijanden genade ontvangen. God leert Jona geduldig dat Hij van al zijn kinderen houdt en hen allemaal wil redden.

Jona faalt meerdere keren in zijn plichten en verschaft ons een levendig getuigenis dat in dit sterfelijk leven ‘allen zijn gevallen’. We spreken niet vaak over een getuigenis van de val. Maar het is een enorme zegen om leerstellig inzicht en een geestelijk getuigenis te hebben van het feit dat we allemaal worstelen met morele, fysieke, en situationele moeilijkheden. Hier op aarde groeit gemeen onkruid, zelfs sterke botten breken, en allen ‘missen de heerlijkheid van God’. Maar deze sterfelijke toestand – het gevolg van de keuzes van Adam en Eva – is essentieel voor onze reden van bestaan: ‘opdat [wij] vreugde zullen hebben’! Zoals onze eerste ouders duidelijk werd, konden wij ons waar geluk alleen voorstellen – laat staan ervan genieten – door de bitterheid te proeven en de pijn te ervaren van een gevallen wereld.

Een getuigenis van de val verontschuldigt de zonde niet, noch een lakse houding ten aanzien van de plichten van het leven, die altijd om ijver, deugd en verantwoordelijkheid vragen. Maar het zou onze frustratie moeten verzachten wanneer er gewoon dingen misgaan, of wanneer we een familielid, vriend of leider moreel zien falen. We laten ons te vaak door dit soort dingen wentelen in twistzieke kritiek of wrok die ons van ons geloof berooft. Een getuigenis van de val kan ons helpen meer zoals God te worden; zoals Jona Hem beschreef: ‘barmhartig […], geduldig en rijk aan goedertierenheid’ jegens allen – inclusief onszelf – in onze onvermijdelijk onvolmaakte staat.

Jona’s verhaal maakt de gevolgen van de val zichtbaar, maar nog belangrijker is dat het ons krachtig richt op Hem die ons van die gevolgen kan verlossen. Jona’s zelfopoffering om zijn scheepsmaten te redden was zeker christelijk. En drie keer antwoordt Jezus met klem op de vraag om een teken van zijn goddelijkheid dat er ‘geen teken gegeven [zal] worden dan het teken van Jona. Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de grote vis was, zo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde zijn.’ Als symbool van de offerdood en de glorieuze opstanding van de Heiland mag Jona dan gebrekkig zijn, maar juist dat maakt zijn persoonlijke getuigenis van en toewijding aan Jezus Christus, uitgesproken in de buik van de vis, zo aangrijpend en inspirerend.

Jona’s roep is die van een goed mens in nood, grotendeels door hemzelf veroorzaakt. Voor een heilige kan het bijzonder verpletterend zijn en een gevoel van verlatenheid geven wanneer een ramp wordt veroorzaakt door een betreurenswaardige gewoonte, opmerking of beslissing, ondanks zoveel andere goede bedoelingen en oprechte inspanningen tot gerechtigheid. Maar wat ook de oorzaak of de omvang van de ramp is die wij onder ogen zien, er is altijd vaste grond voor hoop, genezing en geluk. Luister eens naar Jona:

‘Ik riep uit mijn benauwdheid tot de Heere. […] Uit de schoot van het graf riep ik. […]

‘Want U wierp mij de diepte in, in het hart van de zeeën. […]

‘En ík zei: Verstoten ben ik van voor Uw ogen; toch zal ik opnieuw aanschouwen Uw heilige tempel.

‘Water omving mij, bedreigde mijn leven, de watervloed omving mij. Zeewier was om mijn hoofd gebonden.

‘Naar de diepste gronden van de bergen daalde ik af […]. Maar uit het verderf trok U mijn leven omhoog. […]

‘Toen mijn ziel […] bezweek, dacht ik aan de Heere; mijn gebed kwam tot U, in Uw heilige tempel.

‘Wie nietige afgoden vereren, verlaten Hem Die hun goedertieren is.

‘Maar ik, met dankzegging zal ik U offers brengen; wat ik beloofd heb, zal ik nakomen. Het heil is van de Heere!’

Hoewel het jaren geleden is, kan ik precies vertellen waar ik zat en wat ik voelde toen ik, diep in de buik van een persoonlijke hel, deze Schrifttekst ontdekte. Voor ieder die zich vandaag voelt zoals ik mij toen voelde – dat je bent weggeworpen, in de diepste wateren wegzinkt, met zeewier om je hoofd gewikkeld en torenhoge golven die overal om je heen neerstorten – is mijn smeekbede, geïnspireerd door Jona: verlaat niet Hem die je goedertieren is. Je hebt onmiddellijk toegang tot goddelijke hulp en genezing, ondanks je menselijke tekortkomingen. Deze ontzagwekkende barmhartigheid komt in en door Jezus Christus. Omdat Hij je volmaakt kent en liefheeft, biedt Hij ze je aan als iets ‘van jou’. Dat wil zeggen dat ze volmaakt op jou is afgestemd, bedoeld om jouw persoonlijke pijnen te verlichten en jouw specifieke wonden te helen. Dus, in vredesnaam, en voor je eigen bestwil, keer je daar niet van af. Aanvaard ze. Stop eerst met ‘nietige afgoden’ te vereren. Ze komen van de tegenstander, die je wil laten denken dat je verlichting vindt door weg te vluchten van je geestelijke verantwoordelijkheden. Volg in plaats daarvan het voorbeeld van de bekeerlijke Jona. Roep God aan. Wend je tot de tempel. Klamp je vast aan je verbonden. Dien de Heer, zijn kerk en anderen met offers en dankbaarheid.

Daardoor vang je een glimp op van Gods bijzondere verbondsliefde voor jou – wat de Hebreeuwse Bijbel hesed noemt. Je zult de kracht zien en voelen van Gods trouwe, onvermoeibare, onuitputtelijke en ‘tedere barmhartigheden’, die je ‘machtig [tot] bevrijding’ kunnen maken van elke zonde of tegenslag. Vroege, intense pijn kan dat zicht in het begin vertroebelen. Maar naarmate je blijft ‘nakomen wat je beloofd hebt’, zal zo’n beeld steeds helderder in je ziel gaan stralen. En met die visie zul je niet alleen hoop en genezing vinden, maar – verbazingwekkend genoeg – ook vreugde, zelfs te midden van je beproeving. President Russell M. Nelson heeft zo duidelijk gezegd: ‘Als ons leven gericht is op Gods heilsplan […] en Jezus Christus en zijn evangelie, kunnen we vreugde voelen ongeacht wat er in ons leven gebeurt – of niet gebeurt. Vreugde komt van en door Hem.’

Of we nu te maken hebben met een diepe, Jona-achtige ramp of met de alledaagse moeilijkheden van onze onvolmaakte wereld, de uitnodiging blijft dezelfde: verlaat niet Hem die je goedertieren is. Kijk naar het teken van Jona, de levende Christus, Hij die uit zijn graf van drie dagen is opgestaan nadat Hij alles had overwonnen – voor jou. Wend je tot Hem. Geloof in Hem. Dien Hem. Glimlach. Want in Hem, en alleen in Hem, is de volledige, vreugdevolle genezing van de val te vinden, genezing die wij allen zo dringend nodig hebben en nederig zoeken. Ik getuig dat dit waar is. In de heilige naam van Jezus Christus. Amen.

Noten

  1. Alma 27:18. Met in totaal slechts 48 verzen is het boek Jona een compacte, poëtische klassieker vol talloze leerstellige waarheden en geestelijke lessen. Zie Ellis T. Rasmussen, A Latter-Day Saint Commentary on the Old Testament (1993), 653–657; D. Kelly Ogden en Andrew C. Skinner, Verse by Verse: The Old Testament, Volume 2, 1 Kings Through Malachi (2013), 133–138. Ogden en Skinner merken op dat het boek Jona vanwege zijn krachtige leer over bekering ‘in de synagogen wordt gelezen op de heiligste dag van het jaar voor het Joodse volk – de Grote Verzoendag of Jom Kipoer – die ook draait om bekering en vergeving’.

  2. Zie Ogden en Skinner, Verse by Verse: The Old Testament, 134.

  3. Zie Jona 1–4.

  4. Alma 34:9.

  5. Romeinen 3:23.

  6. Zie 2 Nephi 2:17–25.

  7. Jona 4:2.

  8. Zie Lukas 11:29–30; zie ook Mattheüs 12:39–41; 16:1–4.

  9. Jona 2 is een later getuigenis en psalm van dankzegging waarin vooral Jona’s gebed in de buik van de vis wordt beschreven.

  10. Op deze manier vormt Jona een contrast met iemand als Job, die nogal onschuldig lijkt ten aanzien van het lijden dat hem overkomt. Beide verhalen getuigen van geloof en veerkracht te midden van rampspoed, maar Jona’s verhaal is wellicht herkenbaarder voor mensen die vinden dat hun pijn en frustratie het logische gevolg van hun eigen daden is.

  11. Dat was het zeker voor Joseph Smith, toen zijn oprechte medeleven en waardering voor zijn weldoener, Martin Harris, hem ertoe brachten de kostbare eerste 116 bladzijden van het Boek van Mormon mee te geven, die vervolgens verloren gingen en Joseph deden uitroepen: ‘Alles is verloren.’ (Zie Saints: The Story of the Church of Jesus Christ in the Latter Days, deel 1, The Standard of Truth, 1815–1846 [2018], 43–53.)

  12. Jona 2:2–9; cursivering toegevoegd.

  13. 1 Nephi 1:20; zie Russell M. Nelson, ‘Het eeuwigdurend verbond’, Liahona, oktober 2022, 6, 10. Het oorspronkelijke Hebreeuwse woord voor goedertierenheid in Jona 2 is hesed, wat president Nelson uitlegde als een ‘bijzondere vorm van liefde en barmhartigheid’ voor hen die heilige verbonden met God hebben gesloten; een barmhartigheid die, legt hij uit, trouw, onvermoeibaar en onuitputtelijk is.

  14. Russell M. Nelson, ‘Vreugde en geestelijk overleven’, Liahona, november 2016, 82.