De kracht van bediening aan die ene
Dienen wij iemand, dan nodigen we die persoon uit om tot Christus te komen en in het huis des Heren te aanbidden.
Zusters en broeders, bedankt voor jullie toegewijde inzet om in deze moeilijke tijden tot Jezus Christus te komen. Jullie zijn geweldig; jullie zijn mooi; ieder van jullie is een kind van God. Ik bid dat we de invloed van de Heilige Geest zullen herkennen in ons streven om toegewijde discipelen van Jezus Christus te worden, elkaar daarbij te helpen, en zijn vreugde te voelen bij onze aanbidding in het huis des Heren.
President Russell M. Nelson heeft gezegd: ‘Dit is het moment voor u en voor mij om ons op de wederkomst van onze Heer en Heiland, Jezus de Christus, voor te bereiden. Dit is het moment om ons discipelschap onze hoogste prioriteit te maken. Hoe kunnen we dat in een wereld vol duizelingwekkende afleiding doen?’
Hij gaf ons het antwoord: ‘Regelmatige aanbidding in de tempel zal ons helpen. In het huis des Heren richten we ons op Jezus Christus. […] We leren Hem kennen. […] Ieder die oprecht naar Jezus Christus op zoek gaat, zal Hem in de tempel vinden.’
Hoe worden wij dan toegewijde discipelen van Jezus Christus en helpen wij elkaar daarbij? Wij dienen elkaar. Bediening op de wijze van de Heiland omvat mededogen, vriendelijkheid, geduld en liefde zonder oordeel. Dienen wij iemand, dan nodigen we die persoon uit om tot Christus te komen en in het huis des Heren te aanbidden om zijn verlossende macht te ontvangen. Met andere woorden, we helpen elkaar om toegewijde discipelen te worden als we iemand dienen op manieren die naar het huis des Heren leiden.
Wij leren van Jezus Christus dat er kracht in schuilt als we iemand vol liefde en zonder oordeel dienen. Je zult je de Samaritaanse vrouw bij de bron herinneren. Die vrouw voelde zich misschien onbelangrijk, eenzaam, ontmoedigd en over het hoofd gezien. Misschien had ze het gevoel dat ze er niet bij hoorde. In de loop van haar leven had ze vijf echtgenoten gehad, en de man met wie ze samenwoonde, was niet met haar getrouwd. Anderen zouden haar onterecht geoordeeld kunnen hebben zonder haar levensomstandigheden te kennen. Dat was misschien een van de redenen dat ze op het heetst van de dag alleen naar de bron ging. En toch was zij een van de eersten tegen wie Jezus Christus zei dat Hij de Messias was. Wat Hem betreft was deze vrouw een dochter van God.
Jezus Christus maakte de vrouw duidelijk dat je dankzij Hem het eeuwige leven kunt verkrijgen door van het levend water te drinken. Hij zei: ‘Maar wie drinkt van het water dat Ik […] zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Maar het water dat Ik […] zal geven, zal […] een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven.’
De vrouw uit Samaria voelde de liefde van de Heiland en kreeg een getuigenis door de Geest dat Hij de Messias is. Na dat getuigenis keerde ze terug naar de stad, nodigde ze anderen uit om te komen kijken, en velen geloofden dat ‘Híj werkelijk de Zaligmaker van de wereld is, de Christus’. Christus diende iemand vol liefde; en als gevolg daarvan werden velen zijn toegewijde discipelen.
We leren van Christus’ apostelen Petrus en Johannes hoeveel kracht er schuilt in iemand vol mededogen dienen. Je zult je een man herinneren die verlamd geboren was en dagelijks bij de tempelpoort lag te bedelen. Die man voelde zich misschien ook onbelangrijk, eenzaam, ontmoedigd en over het hoofd gezien. Misschien had hij het gevoel dat hij er niet bij hoorde.
‘Petrus zei echter: Zilver en goud heb ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik u: in de Naam van Jezus Christus de Nazarener, sta op en ga lopen!’
Petrus pakte de rechterhand van de man beet, hielp hem overeind, en de man was genezen. Onmiddellijk na het wonder ging de man met Petrus en Johannes de tempel binnen, ‘lopend en springend en God lovend’. Petrus en Johannes dienden iemand op een manier die naar het huis des Heren leidde, en de man werd een toegewijde discipel van Christus.
Vrienden, ik heb ook momenten gehad dat ik me onbelangrijk, eenzaam, ontmoedigd en over het hoofd gezien voelde. Ik heb het gevoel gehad dat ik er niet bij hoorde. Ik was 19 jaar toen ik als lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen werd gedoopt en bevestigd. Eén jaar later aanvaardde ik de roeping om als voltijdzendeling te dienen, maar ik wist nog niet veel over de kerkgeschiedenis.
Ik kwam er tijdens mijn zending al snel achter dat er een periode was geweest dat zwarte mensen van Afrikaanse afkomst niet alle zegeningen van aanbidding in het huis des Heren konden ontvangen. Toen ik dit hoorde, was ik boos, in de war, vol twijfel en angst. Die gevoelens werden zo sterk dat ik een tijdlang niet in staat was de invloed van de Heilige Geest te herkennen.
Gelukkig had ik een geweldige collega, Kevin Vick, die me liefdevol, geduldig en vriendelijk diende. Elke avond, wanneer hij me met mijn twijfels en onzekerheden zag worstelen, zei hij eenvoudigweg tegen mijn jongere ik: ‘Ik hou van je, ouderling Johnson.’ Na twee weken stond ik mezelf toe om Kevins liefde te voelen. Ik vatte de moed om in de naam van Jezus Christus tot mijn hemelse Vader te bidden. Onder het bidden ging mijn aandacht uit naar afdeling 6 van de Leer en Verbonden, vers 21–23, waarin staat:
‘Zie, Ik ben Jezus Christus, de Zoon van God. […] Ik ben het licht dat in de duisternis schijnt.
‘[Denk] terug aan de nacht toen u Mij in uw hart aanriep om de waarheid van deze dingen te mogen weten.
‘Heb Ik u daarover geen vrede in uw gemoed geschonken? Welk groter getuigenis kunt u hebben dan van God?’
Toen ik dat las, wist ik het weer. Ik herinnerde me de dag dat ik had gevast en gebeden om te weten dat het Boek van Mormon het woord van God is en dat Joseph Smith de profeet van de herstelling is. Ik herinnerde me de verbonden die ik in het huis des Heren had gesloten en die mij zo persoonlijk en innig met Jezus Christus verbinden. Ik voelde de liefde en barmhartigheid van de Heiland, zijn verzekering dat De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen zijn koninkrijk op aarde is, en dat we die nodig hebben om ons op zijn wederkomst voor te bereiden. Doordat ik me dat herinnerde, kon ik de Heilige Geest weer voelen en beter begrijpen dat Jezus de Christus is en dat ik zijn discipel ben.
We zullen soms onbeantwoorde vragen hebben, en het gevoel dat we onbelangrijk, ontmoedigd, eenzaam of over het hoofd gezien zijn. Maar, vrienden, we moeten vol geloof in Jezus Christus voorwaarts gaan en aan zijn woorden denken:
‘Laat uw hart niet in beroering raken.’
‘In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.’
Ik ben hier getuige van, en van de zegening die de Heiland heeft beloofd.
Hoe kunnen we er dan het beste voor zorgen dat we iemand op de wijze van de Heiland dienen? De leer van Christus naleven zal ons helpen. Als we de leer van Christus naleven, ontstaat er volgens president Nelson een ‘krachtig, deugdzaam patroon, dat een spirituele impuls in ons losmaakt.
‘Laten we ernaar streven de hogere wetten van Jezus Christus na te leven. Dan [tilt] de Heiland ons boven de invloed van deze gevallen wereld uit […] door ons met meer naastenliefde, ootmoed, ruimhartigheid, goedheid, zelfdiscipline, vrede en rust te zegenen.’
‘[Dit geestelijk] momentum dat we opbouwen door de leer van Christus na te leven,’ aldus ouderling Dale G. Renlund, ‘geeft ons niet louter de kracht om ons goddelijk potentieel waar te maken, maar motiveert ons ook om anderen op gepaste manieren te helpen.’ Ouderling Renlund herinnert ons hieraan: ‘De Heiland is verantwoordelijk voor [onze] genezing. Het is onze verantwoordelijkheid om lief te hebben – lief te hebben en te dienen op een manier die anderen dichter tot Jezus Christus brengt.’
Ons vermogen om de leer van Christus na te leven wordt groter als we dagelijks het Boek van Mormon bestuderen en wekelijks aan het avondmaal deelnemen. President Nelson heeft verklaard dat het Boek van Mormon ‘de leer van Christus [verkondigt] en het meest volledige en betrouwbare beeld van de verzoening van Jezus Christus [geeft] dat maar te vinden is’. Ik houd van dit boek. Als we elke week gebedvol aan het avondmaal deelnemen, vergroten we ons begrip van de verzoening van Jezus Christus, en krijgen we geestelijke hernieuwing, troost en de macht der goddelijkheid. Vergeet niet: ‘In de verordeningen van het priesterschap is de macht der goddelijkheid kenbaar’ en die macht, de macht van Jezus Christus, vergroot ons verlangen en ons vermogen om die ene te dienen.
Mijn studie van het Boek van Mormon en mijn deelname aan het avondmaal verminderen ontmoediging, vergroten mijn vastberadenheid om die ene op de wijze van de Heiland te dienen, en helpen me om mijn discipelschap de hoogste prioriteit te geven.
Vrienden, ik beloof dat wij, als wij de leer van Christus naleven en die ene dienen op manieren die naar het huis des Heren leiden, met geloof in Jezus Christus zullen voortgaan, ook al hebben we onbeantwoorde vragen en voelen we ons onbelangrijk, eenzaam, ontmoedigd of over het hoofd gezien. Wij zullen die ene uitnodigen om tot Jezus Christus te komen en te aanbidden in het huis des Heren, om zijn verlossende macht en liefde te ontvangen. In het huis des Heren voelen we ‘de barmhartigheid [van de Heiland]. [We zullen] antwoord op [onze] moeilijkste vragen krijgen. [En we zullen] de vreugde van zijn evangelie beter begrijpen.’ In de naam van Jezus Christus. Amen.