En nu zie ik
De invloed van het Boek van Mormon op mijn leven is niet minder wonderbaarlijk dan het aanbrengen van speeksel en aarde op de ogen van de blinde man.
Met ongeveinsde liefde sluiten wij ons aan bij president Oaks’ eerbetoon aan president Russell M. Nelson. Met net zoveel liefde en diep verdriet erkennen wij allemaal de tragische gebeurtenissen die onlangs in Michigan hebben plaatsgevonden en die zich bijna dagelijks in de wereld afspelen. Wij erkennen dit met liefde en vertrouwen in de Heer Jezus Christus.
In het negende hoofdstuk van Johannes wordt beschreven dat Jezus en zijn discipelen langs een bedelaar liepen die sinds zijn geboorte blind was. Naar aanleiding hiervan stelden de discipelen Jezus enkele ingewikkelde religieuze vragen naar de oorsprong en overdracht van deze beperking. De Meester reageerde door iets heel eenvoudigs en verrassends te doen. Hij spuugde op wat aarde en mengde het tot een beetje slijk. Daarna smeerde Hij het op de ogen van de man en droeg hem op om dit in het bad van Siloam af te wassen. Dat deed de blinde man allemaal gehoorzaam, en hij kwam volgens het verslag ‘ziende terug’. Hoe belangrijk is dus bewijs, in tegenstelling tot wensen of conflict of zelfs kwade wil tegenover de waarheid!
De vijanden van de Heiland, die bang waren dat dit Jezus’ bedreiging voor de bevoegdheid die zij zich hadden aangematigd zou verergeren, confronteerden de man die nu kon zien en zeiden kwaad: ‘Wij weten dat [Jezus] een zondaar is.’ De man luisterde even naar hen en zei toen: ‘Of Hij een zondaar is, weet ik niet; [maar] één ding weet ik [wel], dat ik blind was en nu zie.’
Jezus gaf als eerste betekenis aan deze gebeurtenis en vertelde zijn discipelen dat dit alles had plaatsgevonden ‘opdat de werken van God in hem geopenbaard zouden worden’. In de King Jamesvertaling van de Bijbel wordt het handelen van de Heiland in dit verhaal twee keer ‘anointing’ oftewel ‘zalven’ van de ogen van de man genoemd, wat werd afgesloten met een wassing. De beschrijving dat de ‘werken van God […] geopenbaard’ werden, suggereert misschien het verloop van een verordening.
Eén beginsel betreft de middelen die de Schepper van hemel en aarde en alles wat daarin is gebruikte om zijn wonder te verrichten: speeksel en een handvol aarde! Deze onwaarschijnlijke ingrediënten geven aan dat God ons kan zegenen op welke manier Hij maar wil. Zoals Naäman die zich tegen de Jordaan verzette of de kinderen van Israël die weigerden naar de slang op de staak te kijken, zo kan het ons ook makkelijk overkomen dat we de bron van onze verlossing afwijzen omdat de ingrediënten en middelen beschamend eenvoudig lijken.
Maar we weten wel door het Boek van Mormon dat sommige dingen zowel eenvoudig als kostbaar zijn, en dat vóór Jezus’ geboorte was geprofeteerd: ‘Gestalte of glorie had Hij niet; als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben.’ Hoe vaak heeft God niet zijn majestueuze boodschap gezonden door een pasgeroepen, uiterst nerveuze ZHV-presidente, of door een ongeleerde jongen op een boerderij in New York, of een gloednieuwe zendeling, of een baby in een kribbe?
Wat maakt het dan uit als de antwoorden op onze gebeden op een eenvoudige of zelfs kronkelige manier tot ons komen? Zijn we dan gewillig om in het evangelie van Christus vol te houden en te blijven proberen het na te leven, hoeveel speeksel en slijk dat ook vergt? Misschien is ons niet duidelijk wat er wordt gedaan, of waarom, en van tijd tot tijd voelen we ons een beetje zoals de bejaarde zuster die zei: ‘Heer, mag ik eens een zegening die niet als beproeving vermomd is?’
Denk eens aan het bewijs van een andere waarheid, dit keer over het heilige priesterschap. Bij het beschrijven van de organisatie van de kerk in het midden des tijds luidt Lukas’ eerste zin: ‘Hij riep Zijn twaalf discipelen bijeen en gaf aan hen kracht en macht.’ Deze gaven werden niet verleend op grond van indrukwekkende getuigschriften, en ook niet bepaald door traditie of geboorterecht. Ze worden niet verleend door een theologische academie of grootseminarie. Zij worden alleen verleend door handoplegging van iemand die zelf gemachtigd de handen opgelegd kreeg, in een ononderbroken lijn terug tot de bron van alle goddelijk gezag: de Heer Jezus Christus.
En zou het in een kerk die de gave van barmhartigheid begrijpt geen prachtig bewijs van de waarachtigheid van die kerk zijn te weten dat deze zegeningen en verbonden naar onze gestorven verwanten gaan, naar onze familieleden die ons zijn voorgegaan? Zouden zij gestraft moeten worden omdat zij geen toegang hadden tot het evangelie, of omdat zij geboren werden in een tijd of op een plaats waar goddelijke verordeningen en verbonden voor hen niet beschikbaar waren? De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen heeft heilige, gewijde huizen des Heren, waar dag en nacht barmhartig, verlossend werk plaatsvervangend voor de overledenen wordt verricht, en waar tegelijk mogelijkheden tot aanbidding en verordeningen voor de levenden zijn. Voor zover ik weet, is dit bewijs van Gods waarheid, zijn universele liefde voor de levenden en de doden nergens in de wereld bekend, behalve in één kerk die in dit opzicht aanspraak maakt op de waarheid: De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.
Mijn eerste zichtschenkende, levenschenkende ontmoeting met echt bewijs van de waarheid vond niet plaats met zalvend slijk of in het bad van Siloam. Nee, het middel tot waarheid dat mijn genezing door de Heer teweegbracht, kwam in de vorm van bladzijden in een boek, ja, het Boek van Mormon: eveneens een testament aangaande Jezus Christus! De beweringen over dit boek zijn aangevallen en afgewezen door sommige ongelovigen, soms even venijnig als die van hen die tegen de genezen man zeiden dat hij onmogelijk kon hebben meegemaakt wat hij wist dat hij had meegemaakt.
Mij is ook voor de voeten gegooid dat de wijze waarop dit boek tot stand kwam onmogelijk, ongeloofwaardig, beschamend, ja, zelfs onheilig was. Dat is harde taal van iemand die meent te weten op welke wijze het boek tot stand is gekomen, terwijl de enige beschrijving die daarover bestaat, is dat het werd vertaald ‘door de gave en macht van God’. Dat is alles. Niets meer, niet minder. In ieder geval is de invloed van het Boek van Mormon op mijn leven niet minder wonderbaarlijk dan het aanbrengen van speeksel en aarde op de ogen van de blinde man. Het is een veilige roede voor mijn ziel, een verheven, doordringend licht van openbaring. Het verlicht het pad wanneer de mist van duisternis opdoemt. Dat is al gebeurd en zal zeker nog gebeuren.
En gezien de visie die het mij gegeven heeft op de universele liefde en de verlossende genade van mijn Heiland, deel ik met jullie mijn getuigenis. Dat is gerechtvaardigd daar de ouders van de pas gezegende man zeiden dat hun zoon zelf gehoord moest worden, omdat hij ‘volwassen’ was. Dat ben ik ook. Hij was oud genoeg om serieus genomen te worden, impliceerden ze. Dat ben ik ook. Ik word over twee maanden 85 jaar. Ik heb op het randje van de dood gelegen en ben weer teruggekomen. Ik ben in het gezelschap van koningen en profeten, van presidenten en apostelen geweest. Bovenal heb ik de Heilige Geest van God soms intens gevoeld. Ik ga ervan uit dat ik mijn getuigenis enig gewicht mag toeschrijven.
Broeders en zusters, ik ben met heel mijn ziel tot de overtuiging gekomen dat De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen de ware herstelling is van de kerk uit het Nieuwe Testament – en meer – omdat ik het bewijs van die herstelling niet kan ontkennen. Sinds die eerste ervaringen heb ik, denk ik, nog wel duizend – of tienduizend? – andere bewijzen gehad dat wat ik vandaag heb gezegd waar is. Daarom vind ik het fijn om me bij mijn nederige vriend in de straten van Jeruzalem aan te sluiten, waar ik met verzwakte stem zing:
In de naam van Jezus Christus. Amen.