2025
Waar slaven en slavenhouders samenkomen: een familiegeschiedenis van verzoening
Liahona december 2025


Waar slaven en slavenhouders samenkomen: een familiegeschiedenis van verzoening

We leven in een wereld waar oorlog is, waar we nadenken over klimaatverandering en waar meer verdeeldheid heerst. Naast de wereldproblemen heb je nog je eigen problemen: scheiding, financiële zorgen en/of eenzaamheid. We kunnen niet alles oplossen, maar we kunnen wel klein beginnen.

Ik ben in een hele blanke omgeving opgegroeid en zag er dus anders uit dan de andere kinderen. Daardoor ben ik altijd erg geïnteresseerd geweest in mijn ‘roots’. Mijn moeder is in Nederland opgegroeid, maar is van Antilliaanse herkomst. Op Antilliaanse familiefeestjes merkte ik het cultuurverschil tussen mijn Antilliaanse familie en de Nederlandse cultuur. Er werd veel Papiaments gesproken en salsa gedanst. Ik vroeg mijn moeder om mij wat Papiaments te leren en stelde veel vragen over Curaçao en mijn Antilliaanse familie.

Mijn oma overleed toen ik twee was; ik heb haar helaas nooit vragen kunnen stellen over Curaçao en haar voorouders. Mijn tante deed veel onderzoek naar onze familiegeschiedenis. Ze ontdekte het beroep van een paar van onze voorouders: mandenmakers. Superleuk om zo een beeld te vormen van mijn voorouders. Ook vond mijn tante de naam van de eerste vrije slaaf binnen onze familie.

Het is niet altijd makkelijk om getint/gekleurd te zijn in Nederland, maar wat ben ik trots om af te stammen van slaven. Het waren hele dappere en sterke mensen. Mijn broertje heeft laatst een DNA-test gedaan, en daardoor weten we nu dat onze voorouders slaven waren die vanuit Nigeria naar Curaçao zijn gevoerd. Wat bijzonder om te weten.

Ik was ook erg geïnteresseerd in de familiegeschiedenis aan mijn vaders kant. Mijn vader is een blanke Hollander, zoals ik dat altijd zeg. Mijn oma aan die kant is dus ook een blanke Hollander, maar zij is in Indonesië geboren, uit Nederlandse ouders. Ze woonde tijdens de Tweede Wereldoorlog in Indonesië en verhuisde daarna naar Nederland. Ik vond dat superinteressant en wilde daar meer over weten.

Op de middelbare school moest ik voor geschiedenis iemand interviewen die de Tweede Wereldoorlog had meegemaakt. Ik vroeg mijn oma. Ze moest erover nadenken, wat ik vreemd vond. Later kwam ik erachter dat ze nooit over de oorlog had gepraat. Ze vond het lastig om erover te praten, maar ze vond het wel tijd om er iets over te vertellen. Ze vond het belangrijk dat haar nageslacht ervan op de hoogte zou zijn. Dus ik ging het gesprek met haar aan over haar tijd in Indonesië en schreef het op. Het was heel bijzonder. Ze vertelde wat ze zich nog herinnerde van de tijd in de jappenkampen. Dit waren concentratiekampen die door het Japanse bezettingsleger werden gebruikt om Nederlanders gevangen te zetten in Indonesië.

Zoals er in Nederland haat was tegen Duitsers, was er in Indonesië haat tegen Japanners. Toch heeft mijn oma van haar moeder geleerd om geen haat tegen de Japanners te koesteren. Twee van haar zoons zijn getrouwd met Japanse vrouwen. Mijn oma had daar geen enkel probleem mee. Een vriendin van mijn oma, die ook in de jappenkampen had gezeten, verbrak de vriendschap omdat mijn oma accepteerde dat haar zoons met Japanners trouwden.

Aan mijn vaders kant deed mijn oma ook veel onderzoek naar de familiegeschiedenis. Zij vertelde mij dat wij in directe lijn afstammen van Oopjen Coppit en Marten Soolmans — twee bekende figuren geschilderd door Rembrandt van Rijn, en te zien in het Rijksmuseum. Deze mensen waren duidelijk rijk geworden door de slavernij. Daarnaast woonden de grootouders van mijn oma in Suriname, waar zij slavenhouders waren.

Mijn oma vertelde op haar sterfbed dat hetgene waar zij het aller-, allertrotst op is in haar leven, is dat de slaven en de slavenhouders in haar kleinkinderen zijn samengekomen. Niet zozeer omdat ze zich schuldig voelde dat haar voorouders betrokken waren bij de slavernij, maar omdat ze altijd had gestreefd naar eenheid. En die eenheid zag zij terug in haar kinderen en kleinkinderen.