‘Ik ga naar huis’, Liahona, december 2025.
Onder heiligen der laatste dagen
Ik ga naar huis
Ik weet niet wat er die dag gebeurd zou zijn als ik was weggereden en een ingeving van de Heilige Geest had genegeerd.
Illustratie, Caitlin Droubay
Wanneer ik op het platteland in North Dakota (VS) olie vervoer, zie ik weinig vriendelijkheid. De kersttijd is daarop geen uitzondering.
Een paar jaar geleden vroeg ik me af: hoe kan ik daar verandering in brengen? Terwijl ik over die vraag nadacht, bestelde ik elk jaar in december een groot aantal dozen chocolaatjes en deelde die uit aan andere vrachtwagenchauffeurs en mensen in de olievelden.
Elke ochtend voordat ik olie ging halen, vroeg ik mijn hemelse Vader om me te helpen mijn werk correct, efficiënt en veilig te doen. Daarna vroeg ik Hem om me mensen te helpen vinden die wel wat kerstvreugde konden gebruiken. Wanneer ik gehoor gaf aan ingevingen, merkte ik dat de lasten van mensen werden verlicht gewoon doordat iemand met hen praatte en hun wat chocolaatjes gaf.
Op een ochtend kreeg ik de ingeving om twee dozen mee te nemen. Toen ik die dag bij een oliebron aankwam, gaf de Geest me in dat ik een doos moest geven aan een man die daar werkte. Nadat hij me had bedankt, begon ik achteruit te rijden naar de plek achter me. Een watervrachtrijder verder achter me begon tegen me te schreeuwen omdat ik achteruit reed naar wat hij als zijn plek beschouwde.
Helaas schreeuwde ik terug naar hem. Ik nam de plek in en wachtte terwijl mijn tankwagen zich met olie vulde. Toen mijn tankwagen vol was en ik uit het tankgebied wilde wegrijden, zag ik de man weer.
Ik kreeg een sterke ingeving van de Heilige Geest: ‘Die man heeft een doos chocolaatjes nodig.’
Ik protesteerde: ‘O, niet die man.’
Ik wist echter dat ik geen chocola uitdeelde om me zelf beter te voelen. Ik deed het omdat ik gehoor wilde geven aan de ingevingen van de Heer en wilde doen wat Hij wilde dat ik voor anderen deed, hoe moeilijk het ook was om die ingevingen op te volgen.
Ik liep naar de man toe, die me aanstaarde toen hij me zag naderen.
‘We hebben een slechte start gemaakt’, zei ik. ‘Ik ben Vaun Kearsley. Ik wil je graag een vrolijk kerstfeest wensen.’
Ik gaf hem de doos chocolaatjes en schudde hem de hand. Voordat hij mijn hand losliet, barstte hij in tranen uit.
‘Vaun, ik ben al zes jaar in de olievelden’, zei hij. ‘Het gebrek aan vriendelijkheid hier is hartverscheurend. Het lijkt alsof iedereen gemeen tegen elkaar is. Ze doen allemaal hun eigen ding en geven niets om een ander.’
Toen voegde hij eraan toe: ‘Vandaag zei ik dat ik, als er niet één persoon aardig voor me was, op mijn laatste lading van de dag mijn semi zo zwaar mogelijk zou laden en tegen een muur rijden.’
Ik pakte hem bij de arm en zei: ‘Doe dat alsjeblieft niet. Gooi je leven niet weg.’
Ik vertelde hem over de Heiland Jezus Christus en zijn evangelie. Ik vertelde hem over de liefde, het licht en het begrip dat Hij voor iedereen heeft. Tijdens ons gesprek kwam ik erachter dat hij in Idaho een jonge zoon had die hij miste. Ik smeekte hem zijn leven of het leven van zijn dierbaren niet te schaden vanwege het leed dat hij ondervond. We omhelsden elkaar en ik zei dat ik hoopte hem weer te zien en dat hij van gedachten zou veranderen.
De daaropvolgende weken zag en begroette ik hem elke dag. Tijdens een stop op 23 december liep hij naar me toe en zei: ‘Vandaag is mijn laatste dag, Vaun. Ik ga terug naar huis, ik ga dichter bij mijn zoon wonen.’
Over God in ons leven laten zegevieren heeft president Russell M. Nelson gezegd: ‘Zult u toestaan dat zijn woorden, zijn geboden en zijn verbonden beïnvloeden wat u elke dag doet? Geeft u zijn stem voorrang boven alle andere? Bent u bereid om alles wat u voor Hem moet doen voorrang te geven boven elke andere ambitie? Bent u bereid om uw wil in de zijne op te laten gaan?’
Dozen chocolaatjes uitdelen, was een eenvoudige geloofsdaad, maar de Heer maakte er veel meer van (zie Leer en Verbonden 64:33). Ik weet niet wat er die dag gebeurd zou zijn als ik was weggereden en de Heilige Geest had genegeerd. Ik weet alleen dat ik gehoor gaf aan een ingeving en dat er veel goeds uit voortkwam.
Er schuilt kracht in gehoorzaamheid aan de geboden, luisteren naar de Geest en vriendelijkheid tonen. We moeten proberen te onthouden dat iedere persoon die we zien een zoon of dochter van onze Vader in de hemel is. Als we het licht van Christus in ons hebben en uitdragen, merken zijn kinderen dat (zie Leer en Verbonden 84:45–46).