‘Blijde tijdingen van grote vreugde’, Liahona, december 2025.
Blijde tijdingen van grote vreugde
Wij zijn allemaal kinderen van een Vader in de hemel die zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft zodat iedereen van de dood verlost wordt en voor de zegeningen van het heil en de verhoging kan kiezen.
Illustraties, David Green
Honderden miljoenen mensen vieren deze kersttijd de geboorte van Jezus Christus. De hele wereld zou dat moeten doen. Zijn leven was en is het belangrijkste leven dat ooit is geleefd.
Zelfs in wereldse termen heeft het sterfelijke leven van Jezus van Nazareth een grotere invloed op deze wereld en haar geschiedenis dan enig ander leven. Hij is al duizenden jaren het voornaamste onderwerp van profeten en dichters. De beste kunst en muziek van de westerse wereld is gewijd aan het vieren van de geboorte, het leven en de zending van Jezus Christus. Filosofen en theologen besteedden hun hele leven aan het bestuderen van zijn leringen. Die leringen inspireren talloze daden van naastenliefde, uitingen van de reine liefde van Christus.
Voor niemand zijn er meer monumenten ter ere van zijn leven en leringen gemaakt dan voor de Heer Jezus Christus. Denk daarbij ook aan de grootse kathedralen in Europa en Noord- en Zuid-Amerika, waarvan de bouw in veel gevallen meer dan een eeuw heeft geduurd. In deze tijd heeft De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen bijna tweehonderd ingewijde en operationele tempels. En nog veel meer zijn in restauratie of aanbouw, zijn ontworpen of aangekondigd. Die huizen des Heren bevinden zich op elk continent (behalve Antarctica) en in een steeds groter aantal landen over de hele wereld. Daar wijden we ons leven toe aan het volgen van Jezus Christus.
Miljoenen hebben hun leven voor Hem gegeven en, belangrijker nog, miljoenen hebben hun leven gebaseerd op het voorbeeld van de Here God van Israël, Jehova, Jezus Christus, onze Heiland. President Gordon B. Hinckley (1910–2008) overdreef niet toen hij zei: ‘Zijn onvergelijkelijke voorbeeld [was] de grootste macht tot goedheid en vrede in de hele wereld.’
We zien een belangrijk doel en symbool in de goddelijke aankondiging van de geboorte van Gods eniggeboren Zoon. We lezen in het Nieuwe Testament dat de geboorte van het Christuskind werd aangekondigd bij drie heel verschillende groepen op het oostelijk halfrond. Zij die de hemelse aankondiging van de geboorte ontvingen, waren erg nederig, erg heilig of erg wijs.
De nederigen, heiligen en wijzen
De eerste aankondiging was voor de herders in de heuvels bij Bethlehem. Een engel en een hemels koor verkondigden ‘grote blijdschap, die voor heel het volk wezen zal, […] de Zaligmaker […]; Hij is Christus, de Heere’ (Lukas 2:10–11). De herders werden waarschijnlijk gekozen om die grote blijdschap te ontvangen omdat ze zachtmoedig en nederig waren. Daardoor waren ze bijzonder ontvankelijk voor de hemelse boodschap, die werd bevestigd toen ze de pasgeboren baby bezochten. Toen, staat er in de Schriften, ‘maakten zij overal het woord bekend dat hun over dit Kind verteld was’ (Lukas 2:17).
Hun werk als herder en de lammeren die ze verzorgden, gebruikte de Heiland later als zinnebeelden in zijn onderricht. En toen Jezus aan het begin van zijn bediening naar Johannes de Doper ging, zei die profeet: ‘Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt!’ (Johannes 1:29.)
De tweede aankondiging van de geboorte van de Messias werd in de tempel te Jeruzalem gedaan aan twee heilige werkers die door hun rechtschapen leven in aanmerking kwamen om het getuigenis van de Heilige Geest te ontvangen.
Toen Maria en Jozef het Kindje Jezus naar de tempel brachten voor het offer dat voor de eerstgeborene was voorgeschreven, getuigden Simeon en Anna allebei dat Hij de Messias was. In de Schriften staat dat Simeon het Kind in zijn armen nam en God loofde omdat hij ‘Uw zaligheid’, ‘een licht om de heidenen te verlichten en om Uw volk Israël te verheerlijken’ mocht zien. En Anna, ‘een profetes’, ‘kwam er op dat moment bij staan en beleed eveneens de Heere, en zij sprak over Hem tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten’ (Lukas 2:30, 32, 36, 38; zie ook Lukas 2:22–38).
Ook een derde groep hoorde over deze bijzondere geboorte. De Bijbel, die door Joseph Smith enigszins is verbeterd, meldt:
‘Wijzen uit het oosten kwamen naar Jeruzalem,
‘zeggende: Waar is het Kind, dat geboren is, de Messias der Joden? Want wij hebben zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem te aanbidden’ (Joseph Smith Translation, Matthew 3:1–2).
Hun vragen wijzen er duidelijk op dat zij door de Heer voor zijn heilige doeleinden werden geleid. In de Bijbel staat: ‘Zo weet ook niemand, wat in God is, tenzij hij de Geest van God heeft (Joseph Smith Translation, 1 Corinthians 2:11). Deze wijzen kwamen uit een ander land en een andere cultuur, dus het getuigenis aan hen was een herinnering dat de Messias voor alle mensen was geboren. En het had misschien nog wel een ander doel. Het goud en de andere waardevolle geschenken van de wijzen hebben Maria en Jozef wellicht geholpen om haastig naar Egypte te kunnen reizen en daar te blijven om het Christuskind te redden toen zijn leven door het kwaadaardige bevel van koning Herodes in gevaar kwam (zie Mattheüs 2:11–16).
Is het niet interessant dat de wonderbaarlijke geboorte van Christus en het belang van die gebeurtenis alleen bekend werden gemaakt aan mensen die erg nederig, erg heilig of erg wijs waren? Zoals ouderling James E. Talmage (1862–1933) van het Quorum der Twaalf Apostelen in Jesus the Christ heeft geschreven: ‘God heeft voor Zichzelf getuigen doen opstaan om aan alle klassen en omstandigheden van de mens te voldoen – het getuigenis van engelen voor de armen en de nederigen; het getuigenis van wijzen voor de hoogmoedige koning en de trotse priesters in Judea.’
Als we aan Simeon en Anna denken, kunnen we geïnspireerd worden om zoals zij te zijn en in deze kersttijd ons getuigenis te geven van de heilige geboorte en het doel daarvan.
Vrede, welbehagen en vergeving
De viering van de geboorte van Christus is voor ons niets nieuws. De boodschap is tijdloos en bekend. Zij werd aan Adam onderwezen. Zij werd tot de kinderen van Israël gepredikt. Zij werd aan de nakomelingen van vader Lehi geopenbaard. Profeten hebben steeds opnieuw de kernwaarheden van de leringen en verzoening van Jezus Christus verkondigd. Zij hebben steeds opnieuw zijn zending verkondigd en onderwezen in zijn gebod dat de kinderen van God elkaar moeten liefhebben en dienen. Deze verklaringen, die door de eeuwen heen steeds zijn herhaald, zijn de belangrijkste boodschappen in alle eeuwigheid. Voor hen die Christus volgen, mogen deze verklaringen niet worden herzien. Ze moeten in ons leven worden hernieuwd.
Kerstmis wekt in ons het verlangen op om verder te kijken dan onze normale banden van liefde en vriendschap. De hemelse proclamatie ‘vrede op aarde, in mensen een welbehagen’ (Lukas 2:14) was niet beperkt tot hen voor wie we al liefde en genegenheid voelen. Het was een opdracht tot welwillendheid jegens kennissen, vreemden en zelfs vijanden. Kerstmis is ook een tijd om te vergeven, oude wonden te helen en beschadigde relaties te herstellen.
Kerstmis is een tijd om arrogantie en provocatie uit te bannen, kritiek te temperen, geduld te oefenen en de verschillen tussen mensen achter ons te laten. We worden gestimuleerd om alle mensen vriendschap te bieden, of ze nu wel of niet hetzelfde als wij geloven. Zo geven we gehoor aan het gebod dat God de profeet Mozes aan de kinderen van Israël liet geven:
‘Wanneer een vreemdeling bij u in uw land verblijft, mag u hem niet uitbuiten.
De vreemdeling die bij u verblijft, moet voor u zijn als een ingezetene onder u. U moet hem liefhebben als uzelf’ (Leviticus 19:33–34).
Kerstmis is een tijd om te bedenken dat we allemaal kinderen zijn van een Vader in de hemel, die zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft zodat iedereen van de dood verlost zou worden, en die alle mensen onder dezelfde voorwaarden de zegeningen van heil en verhoging biedt.
Als volgelingen van Christus zouden we moeten uitblinken in vriendelijkheid en attentheid. We moeten onze kinderen leren om vriendelijk en attent voor iedereen te zijn. We moeten uiteraard groepen en activiteiten vermijden die afbreuk doen aan ons gedrag, en die ons geloof en onze aanbidding doen verflauwen. Maar dat mag ons niet weerhouden van samenwerking met mensen van iedere overtuiging – gelovigen en ongelovigen.
Christus het hele jaar vieren
Enkele decennia geleden heeft president Thomas S. Monson (1927–2018) deze woorden gesproken: ‘De herders vanouds zochten Jezus het Kind. Maar wij zoeken Jezus de Christus, onze oudste Broer, onze Middelaar bij de Vader, onze Verlosser, de Oorzaak van ons heil; Hij was in het begin bij de Vader; Hij die de zonden van de wereld op Zich nam en zo bereidwillig stierf opdat wij voor eeuwig zouden leven. Dat is de Jezus die wij zoeken.’
Juist heiligen der laatste dagen zijn goed in staat om de verlossende boodschap van Jezus Christus het hele jaar door te vieren. We hebben de gave van de Heilige Geest, wiens zending het is om van de Vader en de Zoon te getuigen (zie 2 Nephi 31:18; 3 Nephi 16:6). Wij zijn kinderen van een Vader in de hemel die heeft verklaard: ‘Dit is mijn werk en mijn heerlijkheid: de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen’ (Mozes 1:39).
En de profeten van onze Heiland, Jezus Christus, de Here God van Israël, hebben zijn evangelie verkondigd:
‘Hij [is] in de wereld gekomen, ja, Jezus, om voor de wereld te worden gekruisigd en de zonden van de wereld te dragen, en de wereld te heiligen en van alle ongerechtigheid te reinigen;
‘dat door Hem allen behouden zouden worden die de Vader in zijn macht heeft gegeven en door Hem heeft gemaakt;
‘die de Vader verheerlijkt en alle werken van zijn handen redt’ (Leer en Verbonden 76:41–43).
Daarom verklaren wij in zijn herstelde kerk ‘dat door de verzoening van Christus de gehele mensheid kan worden gered door gehoorzaamheid aan de wetten en verordeningen van het evangelie’ (Geloofsartikelen 1:3). En met de profeten van vroeger en nu zeggen we: ‘God zij dank voor de weergaloze gave van zijn goddelijke Zoon.’