‘Wie had de doopvont gevuld?’, Liahona, maart 2025.
Onder heiligen der laatste dagen
Wie had de doopvont gevuld?
Hoe moesten we Megan dopen zonder water in de stad?
Illustratie, David Miles
Nadat we in Nairobi (Kenia) een bus hadden gemist, besloten mijn collega en ik om tijdens het wachten op de volgende bus iedereen die we zagen over het evangelie te vertellen. We spraken met meer dan 400 mensen.
Een van hen was Benard, die in de buurt als bouwvakker werkte. We gaven hem een exemplaar van het Boek van Mormon met de uitdaging het te lezen en God te vragen of het waar is.
Vier maanden later werd ik overgeplaatst naar Nairobi. In mijn eerste avondmaalsdienst daar zag ik Benard. Hij was inmiddels gedoopt en tot het Aäronisch priesterschap geordend.
Benard nodigde ons enthousiast uit om hem thuis te bezoeken zodat we zijn vrouw, Megan, les konden geven. Toen we Megan ontmoetten, waren we onder de indruk van haar grote geloof. Toen ze bad om te weten of onze boodschap waar was, verhoorde God haar gebed.
We nodigden Megan uit om zich de volgende zondag te laten dopen. Die week kondigde de stad Nairobi echter aan dat er tien dagen lang geen water zou zijn! Na Megans doopgesprek op zaterdag baden mijn collega en ik dat ze de volgende dag gedoopt kon worden.
We vastten, overlegden met onze leiders en probeerden op verschillende manieren aan water te komen, maar het mocht niet baten. Die avond bereidden we ons toch voor op de doop. Toen knielden we neer om weer te bidden. We kregen de ingeving om een tuinslang aan de keukenkraan van het kerkgebouw te bevestigen, waar geen water uit kwam, en het andere uiteinde in de doopvont te doen. We baden weer, sloten de kerk af en gingen naar huis.
Toen we de volgende ochtend naar de kerk gingen, stond de doopvont tot onze verbazing vol water! We controleerden de keukenkraan, maar er kwam nog steeds geen water uit. Niemand in de gemeente wist hoe de doopvont gevuld was.
Megan liet zich die dag dopen. De hele wijk woonde haar doop bij en verwelkomde haar in de kerk. De kraan stond nog steeds droog, maar iedereen had ogen vol tranen uit dankbaarheid.
President Russell M. Nelson heeft gezegd: ‘De Heer zal ook u zegenen met wonderen als u in Hem gelooft, “in geen enkel opzicht twijfelende” [Mormon 9:21]. Doe het geestelijke werk dat voor wonderen vereist is.’ Ik weet dat mijn collega en ik een wonder van de Heer hebben meegemaakt omdat wij daarvoor het lichamelijke en geestelijke werk deden: bidden, verschillende dingen proberen en geestelijke ingevingen opvolgen.