Digitaal thema-artikel
Jezus Christus in het huis des Heren ontmoeten
Naar een toespraak voor studenten aan de Brigham Young University in Provo (Utah, VS), gehouden op 10 oktober 2023. De volledige toespraak staat op speeches.byu.edu.
Hoewel we onvolmaakt zijn, worden we als gast in zijn huis uitgenodigd.
President Russell M. Nelson heeft het belang van tempels en alles wat daar gebeurt met deze woorden beschreven:
‘De tempel staat centraal in de versterking van ons geloof en onze geestelijke standvastigheid, want de Heiland en zijn leer zijn de kern van al wat wij in de tempel doen. Alles wat we in de tempel door instructie en door de Geest leren, vergroot ons begrip van Jezus Christus. […]
‘Alles wat wij geloven, en alles wat God zijn verbondskinderen heeft beloofd, past in de tempel als een puzzel in elkaar.’
Onze Vader in de hemel heeft altijd een heilige plek gewild en gepland waar Hij zijn kinderen kan instrueren en verbonden met hen kan sluiten. Natuurlijk kunnen we vanaf vrijwel elke locatie Gods leiding en hulp zoeken en ontvangen, maar de plekken die God zowel als de zijne heeft verklaard als door zijn aanwezigheid heeft geheiligd, zijn uniek.
De hof van Eden was zo’n plek – door God uitgekozen, aangeplant en verfraaid (zie Genesis 2:8, 15–18), een plek van zowel instructie als verbonden voor Adam en Eva. Adam en Eva spraken in de hof van aangezicht tot aangezicht met de Vader en de Zoon. Ze kregen onderricht in het plan van de Vader voor zijn kinderen, en werden als man en vrouw voor eeuwig aan elkaar verzegeld (zie Genesis 2:21–24; Mozes 3:20–25). Voordat ze de hof moesten verlaten om de problemen van het sterfelijk leven en de voortdurende aanvallen van de tegenstander het hoofd te bieden, kregen ze allebei kleren van huiden – of, zoals we dat tegenwoordig zouden noemen, een garment (zie Genesis 3:21; Mozes 4:27). Het belang van een garment dat God aan zijn verbondskinderen geeft en het ontvangen en dragen van dat garment door zijn verbondskinderen mogen niet als gewoon worden beschouwd. Het is een uiterst heilige uitwisseling.
In onze bedeling verscheen de Heer als herrezen en verheerlijkt wezen in de Kirtlandtempel, na de inwijding, en zei: ‘Want zie, Ik heb dit huis aanvaard en hier zal mijn naam zijn; en in dit huis zal Ik Mij in genade aan mijn volk bekendmaken’ (Leer en Verbonden 110:7).
Aangezien ‘God dezelfde is gisteren, heden en voor eeuwig’ (Mormon 9:9), ben ik ervan overtuigd dat de Heer ook nu al zijn tempels aanvaardt. Hoewel we onvolmaakt zijn, worden we als gast in zijn huis uitgenodigd. Hij geeft ons die uitnodiging keer op keer, en als we die aanvaarden, zal die – zoals president Nelson heeft beloofd – ons ‘meer tot zegen zijn dan wat dan ook’. We moeten vaak naar zijn huis gaan omdat Jezus Christus ons daar graag wil ontmoeten.
Gelukkig maken de zegeningen van de verzoening van Christus het voor ons allemaal mogelijk om voorbereid naar het huis des Heren te gaan. Er zal verzet tegen een dergelijk plan zijn, want, zoals president Boyd K. Packer (1924–2015) heeft gezegd: ‘Tempels zijn de kern van de geestelijke kracht van de kerk. We mogen verwachten dat de tegenstander zal proberen ons te dwarsbomen […] als wij ernaar streven om aan dit heilige en geïnspireerde werk deel te nemen’ en de Heiland op persoonlijke en heilige wijze in zijn huis te leren kennen.
Maar ik heb in de loop der jaren geleerd dat uitsluitend naar de tempel gaan niet voldoende is. Er moet iets met ons gebeuren als we tijd in het huis des Heren doorbrengen. Als we zijn huis verlaten, moeten we anders zijn dan toen we binnenkwamen. Maar dat is niet altijd even makkelijk.
Profiteer ten volle van de tempelervaring
Enkele jaren geleden las ik het boek The Temple: Where Heaven Meets Earth, geschreven door wijlen Truman G. Madsen, die een groot deel van zijn leven de verordeningen en verbonden van de tempel heeft bestudeerd. In dat boek noemt broeder Madsen drie dingen die hem er ooit van hebben weerhouden om ten volle van de tempelervaring te profiteren.
1. De Schriftteksten over de tempel bestuderen
Het eerste probleem dat hem ervan weerhield om de unieke zegeningen van het huis des Heren – of, zoals de grote patriarch Jakob het noemde, ‘de poort van de hemel’ (Genesis 28:17) – volledig te herkennen en te ontvangen, was dat hij nooit de moeite had genomen om ‘de Schriftteksten over de tempel zorgvuldig te bestuderen’.
Ik heb ook gemerkt dat een zorgvuldige, tempelgerichte Schriftstudie de beste bron van inzicht en begrip aangaande de tempel is. Ik wil graag drie Schriftteksten aanhalen die ons meer waardering zullen geven voor de zalving die in de tempel plaatsvindt:
1. ‘Vervolgens goot [Mozes] van de zalfolie op het hoofd van Aäron, en hij zalfde hem om hem te heiligen’ (Leviticus 8:12).
2. ‘Toen nam Samuel een oliekruik, goot die leeg op [Sauls] hoofd [en zei:] Dan zal de Geest van de Heere over u vaardig worden en u zult samen met hen profeteren; u zult in een ander mens veranderd worden’ (1 Samuel 10:1, 6; zie ook vers 5).
3. ‘Toen nam Samuel de oliehoorn en zalfde hem te midden van zijn broers. En de Geest van de Heere werd vaardig over David vanaf die dag en voortaan’ (1 Samuel 16:13).
Wie de tempelverordeningen op zinvollere wijze willen begrijpen en zich ermee willen verbinden, kunnen meer tijd besteden aan het lezen van Schriftteksten die over de tempel en tempelverordeningen gaan. Als je dat doet, zul je versteld staan van wat de Heer je zal openbaren. Hij is tenslotte een God die beloofd heeft ‘alle dingen met betrekking tot mijn koninkrijk’ aan zijn verbondskinderen te openbaren (Leer en Verbonden 76:7).
2. Je zonden op het altaar van de tempel offeren
Het tweede probleem dat broeder Madsen ontdekte, was dat hij ‘met bepaalde vormen van onwaardigheid kampte en niet erg gemotiveerd was om daarin te veranderen’. De Heer heeft gezegd: ‘Ik geef u [een gebod om] u te heiligen; ja, zuiver uw hart en reinig uw handen en uw voeten voor mijn aangezicht, opdat Ik u rein zal kunnen maken’ (Leer en Verbonden 88:74).
President Henry B. Eyring heeft gezegd: ‘Als wij onrein naar de tempel gaan, kunnen we de geestelijke leringen over de Heiland niet zien die we in de tempel door de macht van de Heilige Geest kunnen ontvangen.’ Bekering is dus essentieel als we openbaring in de tempel willen ontvangen, en openbaring in de tempel is essentieel voor de verandering die we moeten doormaken als we Jezus Christus in de tempel willen ontmoeten.
Ook door wekelijkse deelname aan de verordening van het avondmaal kunnen we rein worden en blijven. Als we waardig aan het avondmaal deelnemen, hernieuwen we naast andere verbonden ook ons doopverbond, en hernieuwt de Heer de reiniging die plaatsvond toen we uit het water en de Geest wedergeboren werden. Ik geloof dat het uitermate belangrijk is om het avondmaal eerbiediger te benaderen als we meer openbaring in de tempel willen ontvangen.
Die twee verbondsmomenten, het avondmaal en de tempel, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Beide leiden ons naar de Heiland en zijn zoenoffer. Als we tijdens het avondmaal naar de Geest luisteren, laat Hij onze geest weten wat we moeten veranderen om meer profijt van onze tijd in de tempel te hebben. Als dat gebeurt, hebben we twee keuzes. We kunnen proberen onze zonden te bedekken zoals Adam en Eva hun naaktheid met vijgenbladeren probeerden te bedekken (zie Genesis 3:7), of we kunnen doen wat de vader van koning Lamoni deed en alle zonden ‘afleggen’ (Alma 22:18) die de Geest onder onze aandacht heeft gebracht. Als we bereid zijn onze zonden af te leggen – om ze op het altaar van de tempel te leggen – kunnen we in het huis des Heren dezelfde ervaring hebben als Joseph Smith en Oliver Cowdery in de Kirtlandtempel hadden toen de Heer zei: ‘Zie, uw zonden zijn u vergeven; u bent rein voor mijn aangezicht; daarom, hef uw hoofd op en verheug u’ (Leer en Verbonden 110:5).
3. Naar de Geest streven om te begrijpen wat de Heer ons door middel van symbolen wil leren
Het derde obstakel dat broeder Madsen noemde, was dat hij ‘een innerlijke vijandigheid jegens ritueel en symboliek had’. Het is niet erg om toe te geven dat toen we de tempelverordeningen voor het eerst ontvingen, de rituele en symbolische aspecten ervan een beetje verwarrend waren en ons misschien een ongemakkelijk gevoel gaven. Maar zo’n eerste reactie betekent niet dat we niet meer proberen te begrijpen wat de Heer ons probeert te leren of, wat nog belangrijker is, ons probeert te geven. President Nelson heeft gezegd: ‘Als u niet zo graag naar de tempel gaat, ga dan vaker – niet minder.’ En daar voeg ik aan toe dat we vaker naar de tempel kunnen gaan om de Heiland te zoeken.
De Heer heeft gezegd: ‘En dit grotere priesterschap bedient het evangelie en omvat de sleutel van de verborgenheden van het koninkrijk, ja, de sleutel van kennis van God.
‘Daarom, in de verordeningen daarvan is de macht der goddelijkheid kenbaar’ (Leer en Verbonden 84:19–20; zie ook vers 21–22).
Door de prachtige symbolische aspecten van de tempelverordeningen kunnen we de letterlijke kracht van de goddelijkheid beter begrijpen en voelen, die inherent is aan die verordeningen. Ze zijn niet recent, maar zijn al ‘vóór de grondlegging van de wereld’ door de Heer ‘verordonneerd en bereid’ (Leer en Verbonden 128:5). Orson F. Whitney heeft als lid van het Quorum der Twaalf Apostelen gezegd: ‘God onderwijst met symbolen; het is zijn favoriete manier van lesgeven.’
Als we de Geest in ons hart en verstand uitnodigen, getuig ik dat we zullen ontdekken dat de rituele en symbolische aspecten van de tempelverordeningen in feite heel bekend voor ons zijn. We zullen ook inzien dat de goddelijke macht die we ontvangen als we ze eren, ons de mogelijkheid biedt om in de tegenwoordigheid van onze Vader in de hemel terug te keren. President Nelson heeft gezegd: ‘De begiftiging is door openbaring gegeven. Daarom kunnen we die ook het best door openbaring en een rein hart begrijpen.’
4. Jezus Christus zoeken tijdens deelname aan de tempelverordeningen
Ik wil daar nog mijn vierde fout aan toevoegen die veel mensen maken als ze naar de tempel gaan. We negeren maar al te vaak de realiteit dat alle symboliek in de tempel ons verwijst naar Jezus Christus, zijn verzoening en zijn rol om ‘de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen’ (Mozes 1:39). Misschien heeft de Heer daarom tegen de profeet Joseph Smith gezegd ‘dat al het ingaan van uw volk in dit huis in de naam van de Heer zal zijn;
‘dat al hun uitgaan uit dit huis in de naam van de Heer zal zijn’ (Leer en Verbonden 109:17–18; zie ook vers 19).
Veel van de moeilijkheden die mensen ondervinden als ze niet voelen wat ze in de tempel willen voelen, komen voort uit hun nalatigheid om tijdens de tempelverordeningen de Heer te zoeken. Hij is de reden dat we naar de tempel gaan. Onze Vader in de hemel wil dat we Hem in de tempel ontmoeten. Hij staat centraal in elk symbool, elke verordening, elk verbond en elke gehoopte zegen in de tempel. Als we Christus in de tempel zoeken, begrijpen we waarom we in de tempel zijn en waarom we er vaak naartoe moeten gaan.
In zijn brief aan de Hebreeën schreef Paulus het volgende over de toegang tot het heiligste deel van de oude tempel:
‘Omdat wij nu, broeders, vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus,
‘langs een nieuwe en levende weg, die Hij voor ons heeft ingewijd door het voorhangsel, dat is door Zijn vlees’ (Hebreeën 10:19–20).
Johannes verduidelijkte deze tekst toen hij Jezus citeerde: ‘Niemand komt tot de Vader dan door Mij’ (Johannes 14:6). Wanneer we bij de voorhang van de tempel staan, staat Hij die onze voorspraak bij de Vader is symbolisch tussen ons en de Vader in en zegt:
‘Vader, zie het lijden en de dood van Hem die geen zonde heeft begaan, in wie U welbehagen had; zie het bloed van uw Zoon dat vergoten is, het bloed van Hem die U gegeven hebt, opdat U zelf verheerlijkt zou worden;
‘daarom, Vader, spaar dezen, mijn broeders die in mijn naam geloven, opdat zij tot Mij kunnen komen en het eeuwigdurend leven hebben’ (Leer en Verbonden 45:4–5).
Als we symbolisch door de sluier heen Gods tegenwoordigheid binnengaan, kunnen we begrijpen waarom Joseph Smith zei dat ‘we de tempel harder nodig hebben dan wat dan ook’.
Wees trouw in het eren en dragen van het garment
Vroeger werd heilige kleding gedragen zodat Gods verbondskinderen aan ‘al de geboden van de Heere [zouden denken en ze doen], zodat [ze] niet [hun] eigen hart en [hun] eigen ogen [zouden onderzoeken]’ (Numeri 15:39). Tegenwoordig is dat niet anders. Het is een geweldig, heilig moment om in het huis des Heren een garment met al zijn symbolische betekenis te ontvangen. De belangrijkste daarvan is de herinnering aan het offer van de Heiland in de hof van Gethsémané, aan het kruis en zijn heerlijke opstanding. ‘Het garment is een stoffelijke herinnering aan de heilige beloften die we aan onze hemelse Vader hebben gedaan. Het herinnert ons aan de zegeningen die we kunnen ontvangen als we onze beloften nakomen.’ Door het garment kunnen we ook het avondmaalsverbond eren om ‘Hem altijd indachtig te zijn, en zijn geboden te onderhouden die Hij [ons] heeft gegeven; opdat [wij] zijn Geest altijd bij [ons] mogen hebben’ (Leer en Verbonden 20:77).
President Nelson heeft iets heel diepzinnigs over het garment gezegd, dat ik van hem mag delen: ‘Het garment staat symbool voor het voorhangsel [van de tempel]; het voorhangsel is een symbool van de Heer Jezus Christus. Dus als we het garment aantrekken, kunnen we merken dat we daadwerkelijk het heilige symbool van de Heer Jezus Christus aandoen – van zijn leven, zijn bediening en zijn zending, namelijk om voor elke dochter en zoon van God de verzoening tot stand te brengen.’
We vinden onze Heiland in de tempel, in elk aspect ervan, en we vinden Hem in de symboliek van het garment. Door het garment te dragen, verklaren we aan God dat we ons verheugen dat de naam van Jezus in zijn heilig huis op ons is gevestigd (zie Leer en Verbonden 109:26) en dat we Hem altijd indachtig zijn.
Door het sluiten en naleven van onze verbonden kunnen we in de tempel kracht ontvangen om de geestelijke aanvallen van de tegenstander te weerstaan en te overwinnen. In de tempel kunnen we een garment ontvangen, niet zomaar een kledingstuk, maar het garment van het heilig priesterschap. En in de tempel kunnen we Jezus Christus ontmoeten.
President Nelson heeft gezegd: ‘Elke keer dat een tempel wordt ingewijd, komt er meer licht in de wereld.’ Ik denk niet dat hij de verlichting aan de gevel van de tempel bedoelde. Ik denk dat hij het over ons had, Gods verbondskinderen, want telkens als we waardig naar de tempel gaan, ontvangen we en vertrekken we met meer licht.
Ik getuig dat God in zijn tempel graag een verbondsrelatie met ons wil aangaan, een relatie die, zoals president Nelson heeft getuigd, ‘onze relatie met God [voorgoed] verandert’ en ons ‘in grotere mate met [zijn] liefde en barmhartigheid’ zegent’. Ik getuig dat als we ons voorbereiden en reinigen, Christus Zich op krachtige en persoonlijke wijze in zijn huis aan ons zal openbaren. Ik getuig dat we, als we het garment voortdurend eren en dragen, Jezus Christus indachtig kunnen zijn, ‘gewapend met gerechtigheid en met de macht van God in grote heerlijkheid’ (1 Nephi 14:14). Dan krijgen we de geestelijke bescherming die we nodig hebben om onze hoop te vergroten dat we ooit mede-erfgenamen van Hem in het koninkrijk van onze Vader zullen worden (zie Romeinen 8:16–17;Leer en Verbonden 84:38).