‘Was mijn zendingsoproep een vergissing?’, Liahona, januari 2025.
Onder heiligen der laatste dagen
Was mijn zendingsoproep een vergissing?
Toen ik ver van huis was, liet de Heer me zien hoe ik zijn liefde kon delen.
Toen ik al twee jaar met mijn studie actuariële en financiële wiskunde bezig was, kreeg ik een sterke ingeving om op zending te gaan. Ik besloot op zending te gaan, ook al zou ik mogelijk sommige studiepunten verliezen omdat ik daarvoor vervolgcursussen moest volgen.
Toen ik kort daarna mijn zendingsoproep voor het zendingsgebied Salt Lake City Central (Utah) las, kon ik mijn ogen niet geloven. Ik kende niemand die naar Salt Lake City op zending was gegaan. Ik dacht dat ik misschien de verkeerde zendingsoproep had geopend. Toen ik in Salt Lake City aankwam, stond mijn hele wereld op zijn kop. Ik was plots door de sneeuw aan het fietsen en had geen idee wat het inhield om zendeling te zijn. De cultuur en het klimaat in Salt Lake City waren zo anders dat ik me niet verder verwijderd van Zuid-Afrika had kunnen voelen.
In mijn eerste gebied hadden mijn collega en ik een etensafspraak bij Chris Ruppel, een lid van de kerk. Hij vroeg of we muzikaal waren. Mijn collega zei dat ik piano speelde en goed kon zingen, dus zong ik een lied voor het gezin. Toen gebeurde er iets bijzonders. Broeder Ruppel keek me aan en zei: ‘Ouderling Vizzini, als je zo blijft zingen, zul je een succesvolle zendeling zijn.’ Ik vond dat lief van hem, maar stond er verder niet echt bij stil.
Een paar maanden later organiseerde ik samen met broeder Ruppel een muzikale haardvuuravond voor zendingswerk. In elk gebied waar ik daarna diende, organiseerden we zo’n haardvuuravond. Er deden veel mensen met ons mee, van ringleden tot bekende plaatselijke muzikanten en mensen van andere geloofsrichtingen. We onderwezen mensen die anders geen les over de Heiland van ons hadden willen krijgen. Ik merkte dat muziek zowel armen als rijken, en zowel geschoolden als ongeschoolden kan raken.
Op zending heb ik geleerd dat ik moeilijke dingen kan doen. Door te dienen op een plek die zo ver weg en zo anders dan thuis was, begreep ik dat iedereen een kind van God is. Ik heb wonderen gezien in het leven van mensen in Utah, aan de andere kant van de wereld, en ik heb ze hier in Zuid-Afrika gezien. Ik weet dat we wonderen mee kunnen maken als we gewoon geloof hebben (zie Mormon 9:15–21).