Onder heiligen der laatste dagen
De allermooiste dag
De Heer gebruikte de aboriginal afkomst van mijn vader om hem te helpen zich met onze familie te verzoenen.
Mijn vader, Claude Roy, overleed in 2015, niet lang na zijn doop. Mijn moeder, broers en zussen en ik waren toen al een tijdje lid van de kerk, maar mijn vader wilde tientallen jaren absoluut geen lid worden.
‘Na verloop van tijd’, zei hij, ‘verhardde mijn hart en raakte ik geïrriteerd als mijn kinderen en kleinkinderen mij bezochten. Ik wilde mezelf van mijn familie afzonderen. De spanningen thuis liepen op en mijn relatie met mijn vrouw kwam onder druk te staan.’
Rond deze tijd begon hij zijn Canadese aboriginal voorouders op te sporen, die afstammelingen waren van de Mi’kmaq- en Huron-Wendat-volken. Nadat hij contact had gezocht met de Mi’kmaq-gemeenschap in de buurt van waar hij opgroeide, werd hij uitgenodigd voor een powwow, een inheems Amerikaanse ceremonie.
Tijdens de avond van de powwow opende het opperhoofd zijn armen en vroeg de kinderen om naar hem toe te komen zodat hij ze kon zegenen. De daaropvolgende toespraak over het belang van familie en nakomelingen sloeg bij mijn vader in als een bom.
Hij zei: ‘Op dat moment zag ik mijn familie hun armen naar me uitstrekken terwijl ik ze de rug toekeerde. Ik was vervuld van een overweldigend, onbeschrijflijk verdriet, alsof mijn hart in stukken brak. Ik wist op dat moment dat de Heer mijn hart met de woorden van de stam van mijn voorouders had verzacht. Ik wist dat ik me tot mijn hemelse Vader moest wenden en de schade moest herstellen die ik mijn gezin had toegebracht.’
Mijn vader sloot vrede met ons en vroeg elk gezinslid om vergeving. Hij ging het voorbeeld van zijn vrouw en kinderen volgen door te bidden en het Boek van Mormon te lezen. Omdat hij zich veel in de geschiedenis van het Amerikaanse continent had verdiept, voelde hij zich aangetrokken tot het Boek van Mormon. Hij wist meteen dat het waar was.
‘Ik liet me omringd door familie als lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen dopen’, zei hij. ‘Dat was de allermooiste dag van mijn leven! Ik getuig van de kracht van een liefdevol voorbeeld. Mijn vrouw behield 36 jaar lang haar geloof en was een christelijk voorbeeld voor mij, al was mijn hart verhard. Toen veranderde in één weekend alles voor mij.’
Het verhaal van mijn vader herinnert ons er prachtig aan dat ‘de armen van barmhartigheid [van de Heiland naar ons zijn] uitgestrekt’ en dat Hij ons werkelijk zal aannemen als we ons bekeren (zie Alma 5:33).