‘Ann en Newel Whitney en het verbondspad’, Liahona, januari 2025.
Ann en Newel Whitney en het verbondspad
Net als Ann en Newel Whitney volgen ook wij het verbondspad door ons onderweg te bekeren, te dienen, offers te brengen en ons te verheugen.
De winkel van de familie Whitney in Kirtland (hier afgebeeld in 1907) financierde een groot deel van de groei van de kerk in Ohio en Missouri in de jaren 1830.
Foto, George Edward Anderson, 1907
Toen de 18-jarige Elizabeth Ann Smith naar Ohio verhuisde, ontmoette ze de knappe zakenman Newel K. Whitney. Ze beschreef hem als ‘een jonge man [die] naar het westen was gekomen om “zijn geluk te zoeken”. Hij was zuinig en energiek, en hij vergaarde sneller dan de meeste van zijn […] collega’s bezit.’ Ze trouwden in oktober 1822 en waren ‘een gelukkig paar, met mooie vooruitzichten’.
Ze vestigden zich in Kirtland (Ohio), waar Newel een succesvolle handelsonderneming runde.
We kunnen patronen zien in de manier waarop de Heer met zijn kinderen omgaat door naar de ervaringen van de familie Whitney en veel anderen te kijken. We kunnen bijvoorbeeld zien hoe ze de Heiland leerden kennen en hoe Hij ze hielp zichzelf als kinderen van het verbond te zien. Als we meer over hen te weten komen, krijgen we een dieper inzicht in de openbaringen van de Heer in de Leer en Verbonden.
Voorbereiding om het woord van de Heer te ontvangen
Anns ouders hadden ervoor gekozen om haar zonder religie op te voeden. Newel had een zakelijke mentaliteit. Maar toen ze zich in Kirtland vestigden, merkte Ann dat er iets in hun leven ontbrak. Ze gingen op zoek naar een kerk die het evangelie volgde dat Jezus Christus in het Nieuwe Testament onderwees. Ze gingen een tijdje naar een gemeente van de Discipelen van Christus, van Alexander Campbell.
Ann zei: ‘Op een nacht […] toen mijn man en ik thuis in Kirtland de Vader vroegen om ons de weg te wijzen, rustte de Geest op ons en werd ons huis door een wolk overschaduwd. […] We waren vervuld van een plechtig ontzag. […] We hoorden een stem […] die zei: “Bereid u voor op het woord van God, want het is op komst.”’
In New York, honderden kilometers verderop, droeg de Heer Joseph Smith op om zendelingen uit te zenden om het evangelie te prediken. Toen die zendelingen – onder leiding van Oliver Cowdery en Parley P. Pratt – in Kirtland predikten, luisterde Ann. Ze schreef later: ‘Ik wist dat het de stem van de goede Herder was.’ Het getuigenis van de zendelingen, andere gelovigen zoals Lucy en Isaac Morley, en bovenal de Heilige Geest, brachten hen ertoe om heilige verbonden te sluiten. Ann en Newel lieten zich in november 1830 in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen dopen.
Toen hij in 1831 in Kirtland aankwam, stelde Joseph Smith zich aan Newel voor en zei: ‘Ik ben Joseph, de profeet. […] U hebt om mijn komst gebeden.’
Illustratie, Paul Mann
Ontmoeting met de profeet Joseph
In een andere openbaring kregen de heiligen de opdracht om ‘naar Ohio te gaan’, waar ze ‘een zegen […] zo groot als er geen gekend is onder de mensenkinderen’ zouden krijgen (Leer en Verbonden 39:14–15; zie ook 37:1).
Joseph en Emma Smith kwamen in februari 1831 in Kirtland aan. Newel en Ann namen hen een maand lang in huis. Anderhalf jaar later boden ze Joseph en Emma weer onderdak aan in hun verbouwde winkel.
De familie Whitney begon een duidelijker beeld van hun eeuwige identiteit te krijgen. Later dat jaar openbaarde de Heer aan de profeet Joseph dat Newel bisschop in Kirtland moest worden. Newel zei: ‘Ik zie mijzelf niet als bisschop, broeder Joseph, maar als u zegt dat het de wil van de Heer is, zal ik het proberen.’
Joseph antwoordde: ‘U hoeft me niet op mijn woord te geloven. Vraag het zelf aan uw Vader.’
Na zijn gebed hoorde Newel een stem uit de hemel zeggen: ‘Uw kracht is in Mij.’
Het was een periode van groei voor Newel en Ann, die samenwerkten om hun verbonden na te komen. Ann schreef over een manier waarop ze anderen van dienst waren:
‘Volgens het patroon van onze Heiland […] hebben wij besloten een feestmaal voor de armen te houden […]; de lammen, de kreupelen, de doven, de blinden, de bejaarden en zwakken.
‘Dit feest duurde drie dagen en iedereen uit de omgeving van Kirtland was welkom. […] Voor mij was het zeker “een feestmaal met uitgelezen gerechten” [Jesaja 25:6]; een tijd van vreugde om nooit te vergeten.’
Newel ging later met Joseph Smith op zending en werd partner in de Verenigde Firma, een coöperatie om in de behoeften van de heiligen te voorzien. Met de opbrengst van zijn winkel financierde hij een groot deel van de groei van de kerk in Kirtland en Missouri, en hij diende de kerk op veel andere manieren. Misschien wel het belangrijkste: Ann en Newel kregen veertien kinderen waarvan er tien volwassen werden.
Anderen vergaderden zich om de ringen van Zion op te bouwen. De families Kimball, Young, Crosby, Tippet en nog veel meer mensen probeerden het evangelie van Jezus Christus in hun leven centraal te stellen. Ze brachten allemaal energie en specifieke talenten met zich mee. Vroege openbaringen leidden, berispten en stelden hen gerust en gaven leiding aan de groeiende kerk.
Het huis des Heren bouwen
Voor de eerste leden van de kerk stond zowel op collectief als individueel niveau het ontvangen van de beloofde begiftiging van macht centraal in hun stoffelijke en geestelijke streven (zie Leer en Verbonden 38:32).
De Heer had herhaaldelijk de bouw van tempels in Kirtland en Missouri geboden. In Kirtland slaagden de heiligen er heldhaftig in om een opmerkelijk gebouw neer te zetten. Ze deden hun uiterste best om iets te bouwen dat de Heer Jezus Christus waardig was. Die tempel staat er nog steeds. De winkel van Newel en de nabijgelegen asfabriek waren essentiële onderdelen van de economie in Kirtland die het tempelproject ondersteunde.
In 1836 verscheen de Heiland in de tempel en aanvaardde hun werk. Hij beloofde dat zijn volk ‘zich grotelijks [zal] verheugen ten gevolge van de zegeningen die zullen worden uitgestort, en de begiftiging waarmee mijn dienstknechten in dit huis begiftigd zijn’ (Leer en Verbonden 110:9). Toen kwamen Mozes, Elias en Elia, die cruciale sleutels voor de laatste bedeling overdroegen (zie Leer en Verbonden 110:11–16).
Ongedateerde illustratie van Newel K. Whitney als jonge man
Vervolging en wereldse zorgen
In de tijd erna werden de heiligen, waaronder de familie Whitney, op de proef gesteld. Door een landelijke economische recessie en paniek in de bankwereld keerden velen zich tegen de kerk en de profeet. Newel kreeg het gebod om naar Missouri te verhuizen, maar aarzelde. Hij had zijn leven aan zijn winkel in Kirtland toegewijd. Veel van de rijkdom die die opleverde, hield de kerk staande. Hoe kon hij zomaar weggaan?
De Heer kastijdde hem omdat hij te veel aandacht aan wereldse zaken besteedde en omdat hij ‘kleinzielig’ was (Leer en Verbonden 117:11). Newel bekeerde zich en gehoorzaamde het gebod. Hij vestigde zich in Nauvoo (Illinois, VS), waar hij als bisschop en later als presiderende bisschop werkzaam bleef.
Tempelverordeningen
In Nauvoo was de tempel opnieuw het centrum van stoffelijke en geestelijke activiteit. Toen de muren van de tempel werden gebouwd, richtte de Heer door middel van zijn profeet de zustershulpvereniging op. Emma Smith was de eerste presidente en Sarah Cleveland en Ann Whitney waren haar raadgeefsters. Emma delegeerde belangrijke taken aan Ann en vroeg haar om de organisatie te leiden als ze er niet was.
De Heer openbaarde gaandeweg tempelverordeningen aan de profeet. In 1842, toen de Nauvootempel nog niet voltooid was, kwamen Joseph Smith en enkele kerkleiders, waaronder Newel, op de bovenverdieping van zijn winkel bijeen om de begiftiging te verrichten. Toen een deel van de tempel – de zolder – werd ingewijd, bedienden Ann en Newel de begiftiging aan andere heiligen voordat ze naar de Salt Lake Valley vertrokken.
Op het verbondspad zochten Ann en Newel de Heiland, bekeerden zich, dienden met heel hun hart, wijdden zich toe, brachten offers en verheugden zich. Ze leerden Jezus Christus kennen en zagen zichzelf als kinderen van het verbond. Miljoenen na hen hebben hetzelfde patroon gevolgd door heilige verbonden te sluiten en na te leven en het koninkrijk van de Heer op te bouwen. Als wij moeite doen om hun verhalen te leren kennen, hebben wij daar in makkelijke en moeilijke tijden baat bij.
Ongedateerde foto van Ann Whitney op latere leeftijd
Tegen het einde van haar leven schreef Ann: ‘Als je het gevoel hebt dat je een beetje inzicht hebt gekregen in de bedoelingen waarmee God je heeft geschapen […] dan besef je dat dit het waard is om voor te leven, om voor te lijden. Kan een offer te groot zijn […] als we ermee in de voetsporen van onze Meester kunnen treden?’