Liahona
Maria’s gewillige hart: geloof maakte het onmogelijke mogelijk
Liahona april 2026


‘Maria’s gewillige hart: geloof maakte het onmogelijke mogelijk’, Liahona, april 2026.

Zij kenden de Heiland

Maria’s gewillige hart: geloof maakte het onmogelijke mogelijk

Als we onze wil met die van God in overeenstemming brengen, kunnen de grootste wonderen plaatsvinden.

illustratie van Maria, de moeder van Jezus

Illustratie, Laura Serra, kopiëren niet toegestaan

Toen de engel Gabriël tegen Maria zei dat ze was uitverkoren om de Zoon van God te baren, gaf hij haar deze krachtige zekerheid: ‘Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn’ (Lukas 1:37). Dat inspireerde niet alleen tot geloof en moed, maar was ook een waarheid die Maria zelf kon ondervinden als ze daartoe bereid was.

Gelukkig was Maria bereid en koos ze ervoor om Gods roeping te aanvaarden (zie Lukas 1:38), ook al had ze niet alle antwoorden. En dankzij haar geloof en nederigheid kon Gods heilsplan – dat op dat moment ‘volledig van [haar] daden afhing’ – voortgaan.

Ze wist het toen nog niet, maar door deze heilige verantwoordelijkheid zou Maria ervaringen opdoen die ze anders niet zou hebben gehad. Sommige zou ze koesteren en in haar hart bewaren (zie Lukas 2:15–19, 41–51). Andere zouden haar pijn doen (zie Lukas 2:34–35). Maar dit alles zou haar dichter tot God en tot de goddelijke waarheid brengen die ze als jongevrouw had geleerd, dat ‘geen ding bij God onmogelijk zal zijn’.

Omdat ze gewillig was

Maria’s bereidheid Gods wil te aanvaarden, beschermde haar niet tegen beproeving, verdriet en teleurstelling. Ze kreeg als moeder van de Messias zelfs met nieuwe beproevingen te maken, waaronder de nacht dat de Heiland werd geboren. President Jeffrey R. Holland van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft over dat moment gezegd:

‘Dat, na het Kind zelf, Maria hier de belangrijkste persoon is, dat zij de vorstelijke koningin, de moeder der moeders is, midden in de schijnwerpers bij dit meest dramatische moment ooit. En […] dat, op haar dierbare man na, zij zeer alleen was.

Ik heb me afgevraagd of deze jonge vrouw, zelf eigenlijk ook nog een kind, niet gewild had dat haar moeder, of een tante, of haar zus, of een vriendin bij de bevalling van haar eerste kind zou zijn. […]

‘Maar dat gebeurde niet. Slechts met Jozefs onervaren hulp bracht zij haar eerstgeboren zoon ter wereld, wikkelde Hem in de kleine kleertjes die zij had meegenomen, en legde Hem misschien op een kussentje van hooi.’

Maria’s uitdagingen als jonge moeder bleven doorgaan toen zij en Jozef hun vaderland moesten ontvluchten naar Egypte om Jezus’ leven te beschermen. Ze moest ook leren wat het betekende om een Zoon op te voeden met een goddelijke zending waardoor Hij snel volwassen werd en wat veel tijd van Hem als volwassene opeiste (zie Mattheüs 12:46–50).

Als zijn moeder had Maria het voorrecht om dicht bij Jezus te zijn en Hem schijnbaar onmogelijke dingen te zien doen. Ze zag Hem in de tempel geleerde mannen onderwijzen toen Hij nog maar 12 jaar oud was (zie Lukas 2:41–51; Bijbelvertaling van Joseph Smith, Lukas 2:46). Ze wist dat ze Hem om een wonder kon vragen (zie Johannes 2:1–11). En zij stond naast Hem aan het kruis terwijl Hij het onmogelijke mogelijk maakte door te lijden voor alle zonden, smarten en worstelingen van de mensheid (zie Johannes 19:25–27).

En zo kregen de woorden van de engel Gabriël dat ‘geen ding bij God onmogelijk zal zijn’, een nieuwe betekenis. God kon niet alleen nieuw leven in de wereld brengen, maar Hij kon door het zoenoffer van Jezus Christus ook leven aan de wereld schenken.

Onze wil aan God onderwerpen

Maria’s bereidheid om Gods wil te aanvaarden, waardoor zij haar goddelijk potentieel kon bereiken, weerspiegelde Jezus’ eigen bereidheid om de wil van zijn Vader te aanvaarden en Hem in staat te stellen zijn goddelijke zending als Heiland te vervullen. Door Jezus’ nederigheid gebeurden er schijnbaar onmogelijke dingen – waaronder zijn overwinning op de dood door de opstanding – die ons eraan herinneren dat als we ons potentieel willen bereiken en het onmogelijke in ons leven laten gebeuren, we onze wil aan God moeten onderwerpen.

Ouderling Ulisses Soares van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft gezegd: ‘We hebben een moedig en gewillig hart nodig om […] ons aan God te onderwerpen en uiteindelijk zijn weg te volgen in plaats van onze eigen weg. De uiteindelijke toets van ons discipelschap wordt bepaald door onze bereidheid om ons oude zelf op te geven en af te leggen en ons hart en onze hele ziel aan God over te geven, zodat zijn wil de onze wordt.’

Het is niet altijd eenvoudig of gemakkelijk om onze wil op die van God af te stemmen, maar we hoeven deze verandering niet alleen te maken. Als we geloof oefenen in Jezus Christus en zijn verzoening, kunnen we ons goddelijk potentieel bereiken en worden wie Hij wil dat we zijn (zie 2 Korinthe 5:17–19).

President Russell M. Nelson (1924–2025) heeft getuigd: ‘Geloof in Jezus Christus is de grootste macht die ons in dit leven ter beschikking staat. Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft [zie Markus 9:23]’.

President Nelson heeft ook gezegd dat als het ons ‘grootste verlangen is om God te laten zegevieren’, ‘heel veel kwesties dan geen punt meer [zijn]!’ Onze beslissingen zullen minder moeilijk zijn, we zullen onze tijd beter gebruiken en ons gebroken hart kan genezen. Hij heeft beloofd: ‘Kiest u ervoor om God in uw leven te laten zegevieren, dan zult u ondervinden dat God een “god van wonderen” is [Mormon 9:11].’

Uiteraard vergt het moed om de Heer te laten zegevieren in plaats van op onze eigen capaciteiten te vertrouwen (zie Psalmen 118:8). Dat kan vooral het geval zijn als we niet alle antwoorden hebben of als we geloven dat er een beter pad is dan dat van God. Maar als we eenmaal voor Hem kiezen, wordt ons leven juist makkelijker. Want als onze wil in overeenstemming is met die van de Heer, zijn we één met Hem. Hij geeft ons zijn kracht, steun en macht. En dan kunnen we met meer vertrouwen verder gaan, net als Maria, in het besef dat bij God niets onmogelijk is.