‘Pontius Pilatus: “Wat is waarheid?”’, Liahona, april 2026.
Zij kenden de Heiland
Pontius Pilatus: ‘Wat is waarheid?’
Een belangrijk onderdeel van Christus in deze tijd volgen, is dat we ons afvragen wat de waarheid is en ernaar streven die te vinden.
Illustratie, Laura Serra, kopiëren niet toegestaan
Pontius Pilatus was een man die veel vragen stelde.
Pilates vroeg aan de Heiland:
‘U bent de Koning van de Joden?’ (Mattheüs 27:11.)
‘Spreekt U niet tot mij? Weet U niet dat ik macht heb U te kruisigen, en macht heb U los te laten?’ (Johannes 19:10.)
Pilates vroeg aan de mensen op het feest:
‘Wie wilt u dat ik voor u zal loslaten? Barabbas, of Jezus, Die Christus genoemd wordt?’ (Mattheüs 27:17.)
‘Wat voor kwaad heeft Hij dan gedaan?’ (Mattheüs 27:23.)
‘Moet ik uw Koning kruisigen?’ (Johannes 19:15.)
In zijn relatief korte verschijning in het Nieuwe Testament zijn Pilatus’ opgetekende woorden voornamelijk vragen. Hij is een man die maar moeilijk begrijpt waarom de Joden deze man, in wie hij ‘geen schuld’ vond, wilden kruisigen. (Johannes 18:38.) Waarom zouden ze liever Barabbas, een dief en moordenaar, vrijlaten? En waarom neemt deze beschuldigde man, Jezus Christus, zijn woorden niet terug of verdedigt Hij Zichzelf niet?
Met andere woorden, zoals Pilatus aan de Heiland vraagt: ‘Wat is waarheid?’ (Johannes 18:38.)
Het besluit van Pilatus
Uiteindelijk besluit Pilatus dat de waarheid ondergeschikt is aan de publieke opinie. Als hij merkt dat hij niet met de mensen kan redeneren, stopt hij met het stellen van vragen. Pilatus ‘waste zijn handen voor de ogen van de menigte en zei: Ik ben onschuldig aan het bloed van deze Rechtvaardige. U moet maar zien’ (Mattheüs 27:24).
Pilatus lijkt het niet eens te zijn met de mening van de menigte over de Heiland. In een laatste poging om het volk van Jeruzalem te laten zien dat hij geen schuld in Jezus ziet, brengt Pilatus Hem nog een keer naar voren. ‘Jezus dan kwam naar buiten met de doornenkroon op en het purperen bovenkleed aan. En Pilatus zei tegen hen: Zie, de Mens!’ (Johannes 19:5.)
Pilatus schrijft de titel ‘Jezus de Nazarener, de Koning van de Joden’, om aan Christus’ kruis te hangen en weigert het te veranderen (Johannes 19:19–22). Als Jozef van Arimathea om het lichaam van Jezus vraagt, staat Pilatus hem toe dat te krijgen (zie Markus 15:43–45).
We weten niet precies wat Pilatus’ beweegredenen waren, maar hij lijkt te geloven dat Jezus geen misdadiger was. Hij weet dat Christus uit afgunst aan hem werd overgeleverd (zie Mattheüs 27:18). We weten ook niet precies wat hij van de Zoon van God vond, maar Pilatus lijkt te beseffen dat er iets bijzonders aan Hem was.
En toch levert hij de Heiland over om gekruisigd te worden.
Hoe zullen wij reageren?
We kunnen veel van Pilatus’ strijd leren. Een belangrijk onderdeel van Christus in deze tijd volgen, is dat we ons afvragen wat de waarheid is en ernaar streven die te vinden. Een dagelijks onderdeel van ons discipelschap is zijn Geest proberen te horen door de luide stemmen van de wereld heen, die we zowel persoonlijk als online tegenkomen.
Pilatus zocht naar de waarheid, maar hij kon niet zien dat die recht voor zijn neus lag – Jezus Christus, ‘de Weg, de Waarheid en het Leven’ (Johannes 14:6; cursivering toegevoegd). Hij zag ‘de Mens’ niet voor wie Hij werkelijk was.
Ouderling Dieter F. Uchtdorf van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft gezegd: ‘De belangrijkste dag in uw en mijn leven is de dag dat we leren “de Mens te zien”. Wanneer we Hem zien voor wie Hij werkelijk is. Wanneer we met ons hele hart en verstand van zijn verlossende macht gebruik maken. Wanneer we ons er met vernieuwd enthousiasme en kracht toe verbinden Hem te volgen.’
In het verhaal van Pontius Pilatus vinden we twee uitnodigingen voor ons eigen discipelschap: ga op zoek naar de waarheid van Jezus Christus’ goddelijkheid, en als je die eenmaal hebt gevonden, laat die waarheid dan nooit meer los.
Als we Jezus Christus kennen – als we Hem werkelijk zien – zullen we ‘de waarheid kennen, en de waarheid zal [ons] vrijmaken’ (Johannes 8:32).