‘Petrus: een pad voor hedendaagse profeten’, Liahona, april 2026.
Zij kenden de Heiland
Petrus: een pad voor hedendaagse profeten
Kerkpresidenten en apostelen wandelen met geloof, openbaring en daadkracht.
Illustratie, Laura Serra, kopiëren niet toegestaan
Na de opstanding van de Heer werd Petrus de hoofdapostel die de aangelegenheden van de kerk van Christus presideerde. Hij vergrootte het bereik van het evangelie en zette een pad van geloof en daadkracht uit dat door openbaring werd gedreven. Profeten in deze bedeling hebben ditzelfde pad gevolgd.
Ondanks menselijke zwakheden was Petrus in de eerste plaats geneigd om in geloof te handelen. Toen hij bijvoorbeeld door de Heer geroepen werd, gaf hij meteen zijn beroep als visser op om een visser van mensen te worden (zie Mattheüs 4:19–20; Lukas 5:11). En voordat Hij in het water van het Meer van Galilea begon te zinken, stapte Hij in geloof uit de boot en liep over het water (zie Mattheüs 14:28–29). En lang voordat Petrus driemaal ontkende dat hij de Heiland kende, verklaarde hij door goddelijke openbaring stoutmoedig dat Jezus de Christus was (zie Mattheüs 16:13–17).
Evenzo geven hedendaagse profeten in geloof gehoor aan de oproepen van de Heer en werken aan het vergroten van het bereik van het evangelie. Net als Petrus ontvangen ze openbaringen om de kerk te laten groeien en ze getuigen dat Jezus de Christus is. Ze vergaderen al Gods kinderen en vestigen zijn koninkrijk aan beide zijden van de sluier.
Een levende hoop
Als ooggetuige van de opstanding van Jezus Christus trachtte Petrus anderen hoop te geven door van het zoenoffer van de Heiland en de overwinning op de dood te getuigen. Hij zei dat God de Vader ons ‘opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus’ (1 Petrus 1:3).
In deze tijd heeft president Russell M. Nelson (1924–2025) getuigd van de hoop die uit Jezus Christus voortkomt en van de noodzaak om die boodschap aan anderen te verkondigen: ‘Ieder kind van God verdient de kans om naar de genezende en verlossende boodschap van Jezus Christus te luisteren, en die aan te nemen. Geen enkele andere boodschap is van groter belang voor ons geluk, nu en voor altijd. Geen enkele andere boodschap geeft meer hoop.’
Tot de gehele wereld
Denk in verband met het verkondigen van de boodschap van Jezus Christus eens aan Petrus’ visioen van een laken dat aan vier hoeken vastgebonden was, gevuld met wilde en kruipende dieren, en vogels. In dit visioen kreeg Petrus het gebod om de dieren te slachten en op te eten. Maar het eten ervan was volgens de wet van Mozes een gruwel (zie Leviticus 11). Petrus zei dat hij de dieren niet zou eten en noemde ze ‘onheilig’ en ‘onrein’ (Handelingen 10:14). Maar de Heer wees hem terecht: ‘Wat God gereinigd heeft, mag u niet voor onheilig houden’ (Handelingen 10:15).
Terwijl Petrus over de betekenis van het visioen nadacht, kwamen er drie mannen bij hem. Ze werden gestuurd door Cornelius, een vrome niet-Jood, die van een engel de opdracht had gekregen Petrus bij zich te roepen (zie Handelingen 10:3–7). De Geest zei tegen Petrus dat hij met de mannen mee moest gaan en niet moest twijfelen (zie Handelingen 10:19–20).
Maar door het huis van een niet-Jood binnen te gaan, verontreinigde Petrus zich volgens de Joodse wet (zie Handelingen 10:28). Toch was hij gehoorzaam aan zijn visioen en aan de Geest. Het betekende dat de wet van Mozes door Christus was vervuld en dat verlossing voor iedereen mogelijk was, niet alleen voor de Israëlieten.
President D. Todd Christofferson, tweede raadgever in het Eerste Presidium heeft gezegd: ‘Door deze ervaring en openbaring aan Petrus veranderde de Heer de gewoonte in de kerk en openbaarde een vollediger leerstellig begrip aan zijn discipelen. En zo strekte de evangelieverkondiging zich uit tot de gehele mensheid.’
Zo hebben ook hedendaagse profeten geïnspireerde en geopenbaarde veranderingen doorgevoerd om het evangelie aan de gehele wereld te verkondigen (zie Mattheüs 24:14; Leer en Verbonden 112:28). Zo heeft president Thomas S. Monson (1927–2018) het werk in 2012 bespoedigd door de minimumleeftijd voor zendelingen te verlagen. En in 2023 kondigde president Nelson een nieuwe en verbeterde versie van Predik mijn evangelie aan om het zendingswerk beter te leiden.
Andere geïnspireerde ontwikkelingen zijn onder andere dat zendelingen vanaf 2019 op hun wekelijkse voorbereidingsdag met hun familieleden mogen communiceren en dat president Nelson in 2020 iedere zendeling in de kerk toestemming gaf om een smartphone te gebruiken, wat ertoe bijdroeg dat digitaal zendingswerk tijdens de wereldwijde COVID-19-pandemie toenam.
Trouw aan God
Petrus’ daden om zijn geopenbaarde visioen te vervullen waren niet zonder tegenstand. Toen broeders van de kerk, die de wet van de besnijdenis volgden, hoorden dat Petrus het huis van Cornelius was binnengegaan, redetwistten zij met hem. Maar Petrus vertelde hun het visioen en dat de Heilige Geest op de andere volken was neergedaald net zoals Hij op de Joden was neergedaald die Christus hadden aangenomen. (Zie Handelingen 11:2–16.)
Toen zei Petrus: ‘Als God dan aan hen dezelfde gave gegeven heeft als aan ons die in de Heere Jezus Christus geloven, wie was ik dan dat ik bij machte zou zijn God tegen te houden?’ (Handelingen 11:17.)
Net zoals Petrus trouw was aan God, was de profeet Joseph Smith dat ook toen hij met tegenstand van buitenaf te maken kreeg nadat hij mensen over het eerste visioen had verteld. ‘Ik had een visioen gezien; ik wist het, en ik wist dat God het wist, en ik kon het niet loochenen, noch durfde ik dat; in ieder geval wist ik dat ik God daarmee aanstoot zou geven en onder veroordeling zou komen’ (Geschiedenis van Joseph Smith 1:25).
Eeuwenlange invloed
Samen met de apostelen Jakobus en Johannes herstelde Petrus in deze bedeling het Melchizedeks priesterschap door middel van de profeet Joseph Smith (zie Leer en Verbonden 27:12; 128:20). Ditzelfde priesterschap naar de orde van de Zoon van God wordt tegenwoordig verleend aan getrouwe mannelijke leden, die hun priesterschapslijn rechtstreeks tot Petrus en uiteindelijk Jezus Christus kunnen terugvoeren.
Bovendien beïnvloedden Petrus’ woorden hedendaagse openbaringen over de geestenwereld. In 1918 kreeg president Joseph F. Smith (1838–1918) een visioen tijdens zijn studie van 1 Petrus hoofdstuk 3 en 4. Hij verwonderde zich over de woorden van Petrus dat ‘de Zoon van God gepredikt heeft tot de geesten in de gevangenis’ (Leer en Verbonden 138:28). En zijn ogen werden geopend en zijn begrip werd verhelderd (zie Leer en Verbonden 138:29).
Er is door God aan president Smith geopenbaard dat Christus, gedurende de drie dagen dat zijn lichaam in het graf lag, de geestenwereld bezocht. Daar stichtte de Heiland zijn kerk onder de rechtvaardige doden. Er wordt nu nog steeds zendingswerk in de geestenwereld gedaan. Zo wordt het evangelie aan de doden verkondigd (zie Leer en Verbonden 138:30), waardoor zij de mogelijkheid krijgen om heil en verhoging door Christus te aanvaarden. Dit wordt mogelijk gemaakt door leden die in hedendaagse tempels plaatsvervangend verordeningen voor de doden verrichten.
Volheid der tijden
Petrus heeft ons uitgelegd waarom dit grote werk voor iedereen beschikbaar is, namelijk dat ‘God niet iemand om de persoon aanneemt’ (Handelingen 10:34). Hij heeft ook duidelijk gemaakt waarom het evangelie aan de doden moet worden verkondigd: ‘Opdat zij wel geoordeeld werden naar de mens in het vlees, maar ook zouden leven naar God in de geest’ (1 Petrus 4:6).
Hedendaagse profeten onderwijzen ook in verlossing van de doden en in onze rol in dit werk in deze laatste dagen. President Nelson heeft gezegd: ‘Op grond van priesterschapssleutels hebben wij het gezag om alle zegeningen die God Abraham beloofde aan iedere verbondsgetrouwe man en vrouw te verlenen. Tempelwerk maakt deze uitzonderlijke zegeningen aan al Gods kinderen beschikbaar, waar of wanneer ze ook leefden of leven.
Een levende kerk
Net als Petrus blijven de profeten in de herstelde kerk van Christus, op aanwijzing van de Heer, veranderingen doorvoeren. President Nelson heeft bijvoorbeeld het beleid veranderd zodat jongevrouwen en jongemannen als getuigen in de doopruimte van de tempel mogen dienen, en dat zowel vrouwen als mannen als getuigen bij de verordening van de tempelverzegeling kunnen optreden.
Maar ook heeft president Nelson in 2018 de door de Heer gegeven naam van zijn kerk, De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, opnieuw benadrukt. En ook kondigde hij aan dat het jongemannenpresidium op wijkniveau vanaf 2020 is opgeheven, zodat bisschoppen – een ambt in het Aäronisch priesterschap – nauwer kunnen samenwerken met jongemannen die een ambt in het Aäronisch priesterschap dragen en daarin officiëren.
Bovendien is onder profetische leiding het werk bespoedigd om meer tempels te bouwen, zodat Gods volk aan beide zijden van de sluier vergaderd kan worden. Honderden tempels over de hele wereld zijn in gebruik, in aanbouw of gepland.
In alle bedelingen, van Petrus tot Joseph Smith tot president Dallin H. Oaks, hebben Gods profeten in geloof gehandeld om zijn koninkrijk op te bouwen, getuigd dat Jezus de Christus is, en gewerkt om al Gods kinderen aan beide zijden van de sluier te vergaderen. Net als Petrus in tijden vanouds blijven hedendaagse profeten en apostelen Jezus Christus volgen en zijn kerk door openbaring leiden.