Liahona
De paasboodschap van het Oude Testament
Liahona april 2026


‘De paasboodschap van het Oude Testament’, Liahona, april 2026.

De paasboodschap van het Oude Testament

Jezus’ leven, lijden, dood en opstanding vormen de kern van de boodschap van het Oude Testament.

verrezen Jezus Christus verlaat het graf

Hij is herrezen, Del Parson, kopiëren alleen toegestaan voor kerkelijk gebruik

In welke opzichten kunnen de gebeurtenissen van Pasen – waaronder Palmzondag, het lijden van de Heiland in Gethsémané en zijn opstanding – als gebeurtenissen uit het Oude Testament worden beschouwd, ook al staan ze in het Nieuwe Testament opgetekend?

Het antwoord op die vraag is gebaseerd op de waarheid dat Jezus Christus Jehova is, de God van het Oude Testament (zie 3 Nephi 15:4–5), en dat ‘alle dingen die de mens vanaf het begin van de wereld door God zijn gegeven, een zinnebeeld van Hem [zijn]’ (2 Nephi 11:4).

Gethsémané

Laten we eens kijken naar een belangrijke gebeurtenis uit het paasverhaal. Mattheüs, Markus en Lukas beschrijven allemaal wat Jezus in de hof van Gethsémané meemaakte. Markus vertelt de gebeurtenissen in de eenvoudigste vorm:

‘En zij kwamen op een plaats waarvan de naam Gethsémané was, en Hij zei tegen Zijn discipelen: Ga hier zitten totdat Ik gebeden zal hebben.

‘En Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met Zich mee en begon ontdaan en zeer angstig te worden;

‘en Hij zei tegen hen: Mijn ziel is zeer bedroefd, tot de dood toe; blijf hier en waak.

‘En toen Hij iets verder gegaan was, wierp Hij Zich ter aarde en bad dat, als het mogelijk was, dat uur aan Hem voorbij zou gaan.

‘En Hij zei: Abba, Vader, alle dingen zijn mogelijk voor U; neem deze drinkbeker van Mij weg, maar niet wat Ik wil, maar wat U wilt’ (Markus 14:32–36).

Is dit een gebeurtenis waarover in het Oude Testament is gesproken? Volgens de schrijvers van de evangeliën lijkt het daar wel op. Elk verslag bevat verwijzingen naar gebeurtenissen van die nacht, waarmee een profetie uit het Oude Testament werd vervuld. Mattheüs en Markus vermelden dat Jezus een passage citeerde waarin werd voorspeld dat de discipelen Hem zouden verlaten en vluchten (zie Zacharia 13:7; Mattheüs 26:31; Markus 14:27). In Lukas zegt Jezus: ‘Want Ik zeg u dat dit wat geschreven staat, nog in Mij volbracht moet worden’ (Lukas 22:37), waarna Hij Jesaja 53:12 citeert. Mattheüs zei nog explicieter dat de gebeurtenissen van die avond een vervulling van profetie waren. Als de dingen niet zouden verlopen zoals het was bedoeld, ‘hoe zouden anders de Schriften vervuld worden’? (Mattheüs 26:54.) Uiteindelijk ‘[is] dit alles geschied, opdat de Schriften van de profeten vervuld zouden worden’ (Mattheüs 26:56).

Jezus Christus is de boodschap van het Oude Testament

In hun vertellingen en brieven legden de schrijvers van het Nieuwe Testament soms verbanden en vergelijkingen met het Oude Testament, die voor hedendaagse lezers verder lijken te gaan dan de woorden van de oorspronkelijke schrijvers. Maar door dit te doen, door verzen uit het Oude Testament op de bediening van Jezus toe te passen, blijkt dat ze een fundamenteel beginsel van de Bijbel goed begrepen: Jezus’ leven, lijden, dood en opstanding vormen de kern van de boodschap van het Oude Testament. Hoe kan het ook anders? Want Jezus’ leven, lijden, dood en opstanding vormen de kern van alle waarheid.

De lijdende Knecht

In de tijd van het Nieuwe Testament hadden de gelovigen in wezen dezelfde tekst van het Oude Testament die wij nu hebben. Door middel van beeldspraak, zinnebeelden en afschaduwingen leert het ons fundamentele waarheid en wijst het ons op de Heiland. Jesaja’s profetie over de lijdende Knecht (zie Jesaja 53) is bijvoorbeeld heel moeilijk uit te leggen als iets anders dan een profetie over Jezus. Toen de discipel Filippus een man uit Ethiopië tegenkwam die uit die tekst voorlas, vroeg Filippus:

‘Begrijpt u ook wat u leest?

‘Maar hij zei: Hoe zou ik dat kunnen, als niemand mij de weg wijst? […]

‘En het Schriftgedeelte dat hij las, was dit: Hij is als een schaap naar de slachting geleid en zoals een lam stemmeloos is bij de scheerder, zo doet Hij Zijn mond niet open.’

De Ethiopiër vroeg:

‘Over wie zegt de profeet dit? Over zichzelf of over iemand anders?

‘En Filippus deed zijn mond open en, uitgaande van dat Schriftwoord, verkondigde hij hem Jezus.’ (Handelingen 8:30–32, 34–35).

Abinadi las dezelfde tekst van Jesaja voor aan vijandige luisteraars die Jezus niet in het Oude Testament konden zien. Nadat hij dat had gelezen, zei hij: ‘God zelf [zal] onder de mensenkinderen nederdalen en zijn volk verlossen’ (Mosiah 15:1).

Geloof en bekering

De boodschap van Christus is in het Oude Testament aanwezig. In dit prachtige Schriftuurlijke boek zijn geloof en bekering fundamenteel voor de persoon en het karakter van de God van Israël. Zijn vermogen om te redden is een van de kenmerken van zijn goddelijkheid. Geloof dat Hij zijn volk van elke vijand kan bevrijden, leert ons te vertrouwen op zijn vermogen om ons van de grootste vijanden te redden, namelijk zonde en dood. Jehova’s lankmoedigheid en bereidheid om berouwvolle zondaars te ontvangen, kenmerken zijn aard. Bekering was mogelijk omdat zijn barmhartige arm altijd was uitgestrekt naar hen die hun zonden verzaakten en tot Hem kwamen. Oprechte Israëlitische gelovigen die niets van Jezus Christus afwisten, begrepen zowel geloof als bekering en zagen dat als het fundament van hun relatie met een genadige God – zelfs zonder alle details van hun heil te kennen.

Aanbidding en offers in de tempel

Door aanbidding in de tempel leerden de Israëliërs het christelijke evangelie, waar plaatsvervangende verzoening en daaropvolgende vergeving de kern van de tempeloffers vormden. De getrouwe Israëlieten vanouds wisten dat ze zichzelf niet van zonde konden redden, maar zich op Gods geestelijke bevrijding moesten verlaten. Jezus, zijn profeten in het Boek van Mormon en de schrijvers van het Nieuwe Testament openbaarden dat Christus zelf Gods offerlam zou zijn, maar de fundamentele beginselen waren al in de wet van Mozes vastgelegd. En Israëls Messias was Jehova zelf, iets wat in het Oude Testament niet altijd duidelijk is, maar wat Jezus’ volgelingen in het Boek van Mormon en het Nieuwe Testament wel begrepen. Eerzame mensen die uitkeken naar een verlossende Messias keken uit naar de komst van Jezus en velen herkenden Hem toen Hij kwam.

Profeten in het Oude Testament getuigden van Christus

Door Jehova’s liefde en barmhartigheid te onderwijzen en van Hem te getuigen, getuigden alle profeten in het Oude Testament van Christus, zoals in het Boek van Mormon staat (zie Jakob 4:4–5; 7:11). Degenen die met een gelovig oog konden zien, zagen Jehova als het middelpunt van al hun rechtschapen verlangens en toewijding. Degenen die onderricht waren, zoals de man uit Ethiopië, of wiens ogen werden geopend, zoals de discipelen op de weg naar Emmaüs, werden in staat gesteld om in te zien dat Jezus van Nazareth hun Messias was en Gods onbevlekte offer ten behoeve van hen. Een van die discipelen, Johannes de Doper, kon getuigen toen hij Jezus zag: ‘Zie het lam van God, Dat de zonde der wereld wegneemt!’ (Johannes 1:29).

Het hoogtepunt van het Oude Testament

Christelijke schrijvers van Paulus tot op heden hebben in de paasboodschap het doel en de vervulling van de Wet en de Profeten gezien. Het zoenoffer en de opstanding van de Heiland – de kern van de paasboodschap – vormen het hoogtepunt van het Oude Testament, de reden voor zijn verbond, de boodschap van zijn Mozaïsche wet, het doel van zijn tempel, en de vervulling van alle hoop en verlangens van zijn aanbidders. Israëls tempel, lofprijzing en aanbidding vonden hun uiteindelijke doel in de verlossende zending van de geprofeteerde Messias uit het Oude Testament, Jezus Christus.