Interview met een jonge piloot over geloof, dromen en geduld
Finley Bijkerk is 22 jaar, komt uit een gezin met vier kinderen, woont in Rotterdam en heeft zijn vliegbrevet. Hij is nu druk bezig met de volgende stappen om zijn droom als piloot in de commerciële luchtvaart te verwezenlijken. Wel heeft hij keuzes moeten maken met betrekking tot de algemene verwachtingen ten aanzien van een zending. We interviewen hem begin maart 2025. Hij vertelt hoe hij tot zijn keuze is gekomen om niet op zending te gaan, hoe zijn ouders hiermee zijn omgegaan, en welke stappen hij heeft gezet om aan zijn eigen geestelijke vooruitgang te werken.
Waar ben je opgegroeid?
Ik ben in Engeland geboren, in Sittingbourne, waar ik tot mijn 11e heb gewoond. Daarna zijn we naar Nederland verhuisd, terug naar het land van mijn vader. Mijn moeder is Engelse.
Hoe hebben je ouders elkaar ontmoet?
Waarschijnlijk een beetje een clichéverhaal. Mijn vader was op zending in Londen-Zuid, en een van de gezinnen die voor de zendelingen zorgden, was dat van mijn opa en oma. Hun dochter zag hij bijna nooit, maar op het moment dat hij aan het einde van zijn zending afscheid van hen nam via de telefoon, zei deze broeder tegen mijn vader: ‘Hier, praat nog even met mijn dochter.’ Zo raakten ze aan de praat, en na enige tijd nodigde hij haar uit om in de zomervakantie Nederland te bezoeken. Een jaar later zijn ze getrouwd en in Engeland gesetteld.
Hoe ben je geïnteresseerd geraakt in vliegen? En wanneer besloot je dat je piloot wilde worden?
Sinds ik kan praten, wil ik al piloot worden. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit iets anders wilde doen. Ik had twee hoofddoelen: ten eerste, een mooi gezin hebben, en ten tweede, piloot worden.
Mijn vader heeft in werving en selectie gewerkt, maar wilde eigenlijk heel graag piloot worden. Omdat hij niet door de medische keuring raakte, moest hij zijn droom opbergen. Doordat hij me al van jongs af aan meenam naar airshows, heeft hij denk ik het vliegvirus op mij overgedragen.
Ik was niet alleen maar met vliegen bezig. Ik was ook een gewone jongen met activiteiten als voetbal- en crickettraining. Maar als ik een boek moest lezen, ging het over vliegen, en als ik een algemene conferentietoespraak koos om naar te luisteren, dan was het een van ouderling Uchtdorf, met zijn mooie vergelijkingen tussen het evangelie en de luchtvaart.
Welke waarden zijn jou meegegeven in je opvoeding die je belangrijk vindt?
In geestelijk opzicht: je lichaam is een tempel. En dat ik een kind van hemelse Vader ben en dat Hij van me houdt.
Wat algemenere levenswaarden betreft: er is altijd een manier. Je moet er gewoon hard voor werken en blijven zoeken naar oplossingen. Zo voel ik dat ook met betrekking tot werk en mijn financiële situatie. Het heeft me altijd de juiste mindset gegeven om te worden wie ik nu ben en wie ik nog zal worden.
Mijn moeder zei ook altijd: ‘Man makes plans and God laughs’ [De mens maakt een plan en God lacht]. Wij denken het beste plan voor onszelf te hebben, maar we kunnen niet eens bevatten wat het plan van hemelse Vader is. Zijn plan is het beste voor ons.
Dat geeft me moed. Ik weet dat als ik mijn best blijf doen, er dingen gebeuren in zijn wijsheid. Dan weet ik dat als Hij mensen of kansen uit mijn leven zou weghalen of toevoegen, of als Hij op de een of andere manier ingrijpt, dat het voor mijn bestwil is.
Ik ben altijd iemand geweest die graag plannen maakt. Van jongs af aan voelde ik me op mijn gemak als ik alles in kaart had gebracht, of het nu mijn dag, mijn week of mijn toekomst was. Ik geloofde dat als ik maar goed genoeg kon plannen, alles zou gaan zoals ik hoopte.
Maar na verloop van tijd heb ik geleerd dat het leven niet altijd het pad volgt dat ik voor ogen heb. Er zijn veel momenten geweest waarop mijn plannen niet uitpakten zoals ik had verwacht - kansen waar ik hard voor had gewerkt vielen weg, en deuren waarvan ik dacht dat ze open zouden gaan, bleven gesloten.
Op die momenten heb ik geworsteld met frustratie en onzekerheid, terwijl ik me afvroeg waarom de dingen niet gingen zoals ik wilde.
Door deze ervaringen ben ik gaan begrijpen dat mijn hemelse Vader een veel groter plan voor me heeft dan ik me ooit had kunnen voorstellen. Zijn plan voor mij gaat niet alleen over waar ik eindig, maar over wie ik onderweg word.
Hoe ben je op de vliegschool terechtgekomen?
Toen ik naar Nederland kwam kende ik de taal niet eens. Ik wil de taal niet leren. Ik was opstandig. Maar het idee om teruggestuurd te worden naar Engeland had ook nadelen. Ik had het erover dat ik piloot wilde worden. Toen zei de juf op de basisschool: `Leer eerst maar eens Nederlands.’ En met mijn pilotendroom als motivatie ben ik meer mijn best gaan doen. Ik had minimaal HAVO nodig om aan de toelatingseisen van de vliegschool te voldoen, en die opleiding heb ik ook afrond op de Wolfert Tweetalige middelbare school.
Een vliegopleiding is duur, en onze financiële situatie was er op dat moment niet naar dat mijn ouders het voor mij konden betalen, dus ben ik fulltime gaan werken doordat ik mezelf heb weten te verkopen aan een bedrijf. Daar heb ik een tijd kantoorbeheer gedaan en nu ben ik inmiddels doorgegroeid tot salesmanager. En daarmee heb ik tot nu alles zelf kunnen bekostigen.
Ik ben me in deze periode gaan aanmelden bij Breda Aviation waar ik een strenge selectieprocedure moest doorlopen. Ze willen alleen de kandidaten met de grootste kans van slagen zodat ze hun reputatie hoog kunnen houden. Het laatste deel van de selectie is de medische keuring. Ik was echt doodsbang, want ik moest wel even denken aan de teleurstelling die mijn vader had doorgemaakt, maar ik heb het gelukkig gehaald.
Ik was 20 jaar toen ik kon beginnen met de opleiding.
Kun je vertellen hoe zo’n opleiding in elkaar zit?
Je hebt theorielessen en praktijklessen.
Er worden 13 theorievakken aangeboden, gegeven door verschillende instructeurs, en die kon ik online volgen.
Daarnaast zijn er praktijklessen om je vlieguren op te bouwen en examens te kunnen doen.
Het is wettelijk vastgelegd dat je vanaf je tiende praktijkles solo mag vliegen. Ik was dan ook erg blij toen ik na mijn tiende praktijkles, na het parkeren, van mijn vlieginstructeur te horen kreeg: ‘Zo, en nu mag je hetzelfde doen, drie keer achter elkaar.’
Na je 45e vlieguur krijg je je brevet. Vervolgens moet je nog 50 vlieguren solo maken om je zogenaamde ‘night rating’ te behalen, zodat je ook ’s nachts mag vliegen. Dit traject bestaat uit 10 vlieglessen waarin je leert uitsluitend op de instrumenten in de cockpit te vertrouwen en niet naar buiten te kijken. Ik ben daar bijna klaar mee.
Daarna leer je vliegen met twee motoren, waarvoor je 230 vlieguren moet maken. Dit bereidt je voor op de commerciële luchtvaartwereld. Ik hoop dit in juli van dit jaar te bereiken.
Je hebt nu ook de leeftijd dat je op zending zou kunnen gaan. Hoe ben je tot je besluit gekomen om niet te gaan? Welke factoren hebben die besluitvorming beïnvloed?
Ik was er nog niet klaar voor. Ik had nog geen verlangen en kreeg twijfels over het herstelde evangelie. Maar ik heb nooit getwijfeld aan de liefde van mijn hemelse Vader en Jezus Christus.
Mijn ouders reageerden heel liefdevol op mijn besluit. ‘Als je er niet klaar voor bent en je hebt geen verlangen om het te doen, doe het dan niet,’ zeiden ze tegen me. ‘Ga dan weer studeren en werk aan je geloof en twijfels. Dat wordt jouw geestelijke ontwikkelingspad.’
Bovendien ben ik ook een rationeel ingesteld persoon en vond ik het niet verstandig om te gaan, omdat de opleiding tot luchtvaartpiloot hierdoor enorm zou vertragen. Je verliest vlieguren, wat ook weggegooid geld zou zijn.
Dus heb ik de keuze gemaakt om niet te gaan, omdat dat op dat moment voor mij als de juiste beslissing aanvoelde. Maar ik zag ook in dat ik geestelijk sterker moest worden. Ik ben de dingen gaan doen die ik met mijn ouders had besproken en heb me echt opengesteld: ik heb me door zendelingen laten onderwijzen als een onderzoeker, goede gesprekken gevoerd met de bisschop, en ik vervul nu een kerkroeping als raadgever in het jongemannenpresidium van de wijk. Daar leer ik ook hoe ik les moet geven, wat mijn getuigenis verder versterkt. Ik ben simpelweg gaan dienen en zien, met een open hart en een verlangen om te groeien.
Het evangelie klonk weer zo logisch voor mij, met al die unieke aspecten van ons geloof, zoals tempels, profeten en het priesterschap. In het herstelde evangelie van Jezus Christus is ook iedereen een ‘winnaar’, door de mogelijkheden die het plan van zaligheid ons biedt. Het klinkt zoveel liefdevoller en rechtvaardiger.
Daarbij had ik ook bijzondere persoonlijke ervaringen, met name tijdens het ronddienen van het avondmaal. Die momenten waren speciaal en vormden voor mij een sterk getuigenis van de waarheid van het evangelie.
Ik ben heel dankbaar voor mijn ouders en hoe zij met mijn besluit zijn omgegaan. Ik heb veel liefde en ruimte ervaren om mijn eigen keuzes te maken, zonder oordeel. Dat wil ik ook graag aan mijn eigen kinderen meegeven.
Je hebt aangegeven dat je wel graag later op zending wilt met je echtgenote. Waar zou je dan het liefst naartoe willen en waarom?
Ik heb 6 jaar lang Chinees geleerd op de middelbare school. Ik zou het daarom geweldig vinden om naar Taiwan te gaan bijvoorbeeld. En daar is het ook lekker weer.
Wat is je lievelingsschrifttekst en waarom?
Romeinen 8:31, waar staat: ‘Wat zullen wij dan over deze dingen zeggen? Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?’
Dat vers spreekt mij aan omdat het bij een overwinnaarsmentaliteit past. En God wil in zijn oneindige liefde van ons allemaal overwinnaars maken.
Welke levenslessen wil je nog met ons delen?
Op momenten van twijfel vind ik vrede in de wetenschap dat Hij me leidt, en dan kan ik mijn behoefte aan controle loslaten. Ik ben erop gaan vertrouwen dat zijn timing perfect is, en zelfs als mijn plannen in duigen vallen, is dat een kans om een stapje terug te doen en Hem toe te staan mij te leiden. Geduld, besef ik nu, is niet gewoon wachten tot de dingen veranderen, maar erop vertrouwen dat zijn plan voor mij beter is dan alles wat ik in mijn eentje had kunnen bedenken.