‘Belegerde Manillatempel’, Liahona, augustus 2025.
Verhalen uit Saints, deel 4
Belegerde Manillatempel
Foto Manillatempel (Filipijnen), Leo Camposano Imperial
Dignardino Espi, hoofd beveiliging van de Manillatempel (Filipijnen), was ongerust toen hij op de avond van 1 december 1989 op zijn werk aankwam. Eerder die dag waren gewapende mannen in Manilla in opstand gekomen, waardoor er in de stad een chaos was ontstaan. Het was de zevende poging in vier jaar om de Filipijnse regering omver te werpen.
Ondanks de politieke beroering had de kerk een stevig fundament in de Filipijnen. De voorafgaande 30 jaar was het ledental van een kleine groep Filipijnse gelovigen uitgegroeid tot meer dan 200.000 heiligen. Er waren inmiddels 38 ringen in het land, en 9 zendingsgebieden. En sinds de inwijding in september 1984 was de Manillatempel een bron van grote vreugde en geestelijke kracht geweest.
In het wachthuis van de tempel trof Dignardino zijn collega’s aan, Felipe Ramos en Remigio Julian. Hoewel ze aan het einde van hun ploegendienst gekomen waren, aarzelden de twee mannen om naar huis te gaan. Aan de overkant van de straat lag Camp Aguinaldo, een grote militaire basis. Omdat ze wisten dat het kamp een doelwit voor de gewapende mannen zou kunnen worden, maakten de bewakers zich zorgen dat ze bij het verlaten van hun post in de gevechten verstrikt konden raken. Ze gaven er de voorkeur aan om te blijven en de heiligheid van het huis des Heren en het bijbehorende terrein te helpen waarborgen.
Rond één uur ’s nachts zetten regeringstroepen op een kruispunt vlak voor de tempel een wegversperring op. Een paar uur later ploegde een tank door de wegversperring heen, waardoor de muur rond de tempel beschadigd raakte.
Toen het geweld op straat losbarstte, riepen Dignardino en de andere bewakers de hulp in van de twee conciërges van de tempel om hen te helpen het gebouw en het terrein veilig te houden. Al gauw brak een groep mannen de tempelpoort open om te ontsnappen aan het vuur van de regeringsgezinde troepen. Dignardino probeerde hen ertoe te bewegen te vertrekken, maar ze weigerden.
Dignardino Espi
Later die middag sprak Dignardino telefonisch met tempelpresident Floyd Hogan en gebiedspresident George I. Cannon. President Cannon adviseerde hem en de andere medewerkers om in de tempel te schuilen. Korte tijd later vielen de telefoonlijnen uit.
De volgende ochtend was het vastenzondag en het personeel begon hun vasten met het verzoek aan God om het huis des Heren te behoeden voor ontheiliging of schade.
De dag verliep ongeveer zoals de vorige. Helikopters vlogen over en bestookten het tempelterrein met kogels. Een vliegtuig wierp vlakbij meerdere bommen af, waardoor de ruiten van het distributiecentrum van de kerk verbrijzeld werden en andere gebouwen beschadigd raakten. Op een gegeven moment vuurde een straaljager twee raketten over de tempel af en vloog een nabijgelegen veld in brand.
Aan het begin van de middag trof Dignardino tien gewapende mannen aan bij de ingang van de tempel. ‘Wat je in het tempelgebouw aantreft, is puur religieus en heilig van aard’, zei hij. Hij was zenuwachtig, maar hij bleef praten. ‘Als je erop staat om de heiligheid van het gebouw te betreden, zal het heilige karakter ervan verdwijnen’, zei hij. ‘Willen jullie ons die zegeningen ontnemen?’ De mannen liepen zwijgend weg, en Dignardino wist dat zijn woorden hen hadden geraakt.
Die avond verzamelde Dignardino zijn mensen, waarna ze weer in de tempel schuilden. Hij sprak een vurig gebed uit en stelde zijn vertrouwen in de Heer om zijn heilig huis te beschermen.
De hele nacht wachtten ze tot de bommen zouden vallen, maar de uren gingen in stilte voorbij. Toen de maandagochtend aanbrak, kwamen ze voorzichtig uit de tempel om de situatie te overzien. De gewapende mannen waren weg. Er was niets anders over dan achtergelaten wapens, munitie en militaire uniformen.
Dignardino en de andere mannen inspecteerden het terrein en vonden enige schade aan enkele van de bijgebouwen. Maar de tempel zelf was onbeschadigd.