‘De leidende hand van God’, Liahona, augustus 2025.
Onder heiligen der laatste dagen
De leidende hand van God
Toen ik over mijn voorouders las, wendde mijn hart zich tot hen op een manier die ik niet had verwacht.
Illustratie, Brian Call
Toen mijn vrouw zwanger was van ons derde kind, werd bij haar een aandoening vastgesteld waardoor ze moeilijk kon lopen. Door deze en andere complicaties moest ze het grootste deel van haar zwangerschap in bed blijven.
De bevalling verliep moeizaam en ze lag acht dagen in het ziekenhuis. Zelfs toen ze weer thuis was, had ze er nog steeds last van. De artsen ontdekten al snel meer problemen. Ons gezin moest zich aanpassen en ons nieuwe normaal vinden.
Daarom was het ’s nachts meestal mijn beurt om op onze pasgeborene te passen. Ik had een voltijdbaan en het was moeilijk om telkens ’s nachts wakker te zijn. Om niet gefrustreerd te raken, begon ik tijdens mijn wakende uren de geschiedenis van mijn pioniervoorouders te lezen. Ik wist wel wat over ze, maar toen ik de verhalen van mijn overgrootouders en hun voorgangers las, was ik verbaasd hoe herkenbaar hun leven werd.
Toen ik meer over mijn familie te weten kwam, vond ik hun geloof inspirerend. Ik kreeg vrijwel meteen een blij gevoel. Opblijven voelde niet meer als een last. In feite moest ik me zelfs dwingen om te gaan slapen als ons dochtertje eenmaal in slaap was.
Ik kreeg grote waardering voor hen die mij waren voorgegaan. Mijn hart was echt tot mijn vaderen gewend (zie Leer en Verbonden 110:14–15; Maleachi 4:6). Ik kon Gods leidende hand in hun leven zien, en ik kon hun liefde voor Hem voelen.
Mijn kijk op het leven veranderde omdat ik een groter plaatje zag dan voorheen. Toen ik over de moeilijke omstandigheden van mijn voorouders las, troostte hun volharding mij in mijn eigen situatie.
Sindsdien heb ik vaak de invloed gevoeld van hen die mij zijn voorgegaan, op persoonlijke manieren die mij hebben geïnspireerd. Omdat het zo’n indringende invloed op me had gehad, heb ik manieren gevonden om meer van onze geschiedenis te vinden, samen te stellen en met mijn familieleden te delen, zodat zij dezelfde zegeningen kunnen ondervinden.
Mijn verlangen om naar de tempel te gaan, is toegenomen. Ik voel de behoefte om het getrouwe erfgoed van mijn voorouders in ere te houden. Ik wil ze de kans geven om verbonden met onze Heiland te sluiten. Door de namen van deze overleden verwanten mee naar de tempel te nemen, heb ik mijn verbondsrelatie met de Heiland versterkt en zijn louterende invloed gevoeld.