2025
Christus verlies ik niet meer uit het oog
Februari 2025


Christus verlies ik niet meer uit het oog

Ik kan het moment nog heel goed herinneren dat ik door de Rue Saint-Sebastien in Parijs liep en opeens een duidelijke ingeving kreeg: ‘Ik wil dat je terugkomt.’ Die woorden doorboorden mijn hart. Ik stond stil, tranen liepen over mijn wangen, en ik voelde een grote vreugde die ik nog nooit eerder had gevoeld. Ik wist eindelijk wat ik moest doen, maar vooral naar wie ik moest kijken.

Ik ben geboren en getogen in Zoetermeer, met een Nederlandse vader en een Franse moeder. Beide culturen hebben altijd een belangrijke rol gespeeld in mijn leven. Ik ben opgegroeid met het evangelie, en ik was altijd vrij actief in de kerk, totdat ik naar de kunstacademie in Den Haag ging. Vanaf dat moment begon de wereld harder aan mij te trekken en rond mijn 21e raakte ik helemaal minderactief. God en het evangelie maakten totaal geen deel meer uit van mijn leven. Na mijn studie aan de kunstacademie heb ik een paar jaar in Amsterdam gewoond, en toen ben ik naar Parijs verhuisd omdat ik daar voor een groot architectenbureau kon werken.

Het was bij de zegen van mijn nichtje Mia in Salt Lake City dat ik weer vragen begon te stellen. Toen ik broeders met het priesterschap, waaronder mijn vader en mijn broer, in een perfecte cirkel om Mia zag staan, raakte ik diep ontroerd. Toen besefte ik dat ik misschien wel iets belangrijks over het hoofd zag. Ik besloot om weer het Boek van Mormon te lezen en de kerk een kans te geven. Ik begon te bidden en ik kreeg duidelijk antwoord dat het Boek van Mormon waar was. Maar ik begreep het zoenoffer nog niet, want ik dacht dat ik meteen perfect moest zijn. Het onderhouden van alle geboden was een te grote uitdaging voor me, en na een paar maanden stopte ik alweer met naar de kerk gaan.

Een paar jaar later werd mijn moeder ernstig ziek, wat een zware beproeving was voor mijn familie. In die periode reisde ik regelmatig naar Zoetermeer om mijn ouders te ondersteunen en mijn vader te helpen. De manier waarop hij kracht putte uit het evangelie inspireerde mij om opnieuw vragen te stellen. Hij had slapeloze nachten, maar in die momenten ging hij altijd bidden. Op een nacht hoorde ik hem bidden. Ik kon zijn woorden niet verstaan, maar ik besloot zelf weer te bidden en God te zoeken. Mijn geloof in Christus begon weer te bloeien.

De weg terug zou niet makkelijk zijn. Ouderling Neil L. Andersen heeft zoiets moois geschreven: ‘Zelfs als je het gevoel hebt dat je helemaal onderaan de levensladder staat, is er iets dat je kunt doen. Je kunt omhoogkijken. Als je alleen maar je ogen naar Hem kunt opheffen, heb je iets gedaan in een poging om naar Hem terug te keren. Je zult te weten komen dat Hij “deelt in [jouw] lijden”. Misschien heb je een lange klim, een steile klim, zelfs een intimiderende klim, maar omhoogkijken is een belangrijke stap als je aan je reis voorwaarts begint. De Heiland heeft gezegd: “Vertrouw op Mij bij iedere gedachte. […] Zie de wonden waar mijn zij werd doorstoken, en ook de tekenen van de nagels in mijn handen en voeten.” Belangrijker dan waar je bent, is de richting waarin je kijkt, en vooral naar wie je kijkt.’ (Neil L. Andersen, The Divine Gift of Forgiveness, 3.)

Ik stond onderaan die ladder en begon te klimmen door mezelf te bekeren. Het opnieuw nemen van het avondmaal was een bijzonder moment voor mij dat ik nooit meer zal vergeten. Het was toen dat ik daadwerkelijk een getuigenis kreeg dat Jezus Christus mijn Verlosser is. Ik voelde de kracht van het zoenoffer heel sterk in mijn leven werken. Ik begreep het belang van bekering, en dat Christus gebroken is zodat Hij gebroken harten kan helen.

Al vrij snel kreeg ik het gevoel dat ik niet verder omhoog kon klimmen. Ik kwam tot de conclusie dat de enige manier om vooruitgang te maken, was door verbonden te sluiten in de tempel. Ik wist dat ik deze belangrijke stap moest nemen om die ladder te kunnen blijven beklimmen, zodat deze hogere verbonden mij zouden helpen om terug te kunnen keren bij mijn hemelse Vader. Een jaar later was ik in de tempel in Zoetermeer om verbonden te sluiten met de Heer.

Ook al begreep ik niet alles, ik voelde de liefde van de Heer heel sterk, want in de tempel voelde ik me zo dicht bij Hem. Als ik daadwerkelijk wilde begrijpen wat er in de tempel wordt onderwezen, moest ik regelmatig teruggaan. En dat heb ik gedaan. Mijn verlangen om de tempel te begrijpen was zo groot dat ik al snel als tempelwerker werd geroepen. Als tempelwerker heb ik waarheden geleerd die ik op geen andere manier kon ontdekken. De afgelopen drie jaren heb ik als interieurarchitect aan tempels gewerkt, wat een fantastische ervaring was. Terwijl ik aan zijn tempels werkte, heeft de Heer mij onderwezen en heb ik wonderen mogen aanschouwen. De Heer is duidelijk aanwezig in elk detail, ook in de levens van alle mensen die bij tempelbouw betrokken zijn, binnen en buiten de kerk.

Naast het werken aan tempels gaf ik ook instituut. Vier jaar deed ik dat online, en ik was erg actief als leerkracht in het instituutscentrum van Parijs. Twee jaar geleden vroeg mijn coördinator waar mijn hart lag: ‘Bij het ontwerpen van tempels of bij het onderwijzen van het evangelie?’ Zijn indringende vraag en mijn antwoord hebben geleid tot mijn terugkeer naar Nederland, waar ik nu de coördinator ben voor het seminarie en instituut.*

Waar we ook staan in het leven, onze hemelse Vader wil dat we allemaal bij Hem terugkomen. Gods liefde heeft mij teruggebracht. Als ik terugkijk naar de periode dat ik inactief was, was God nog steeds duidelijk in mijn leven aanwezig. Toen kon ik het niet zien, maar nu zie ik het wel. Vandaag de dag blijf ik klimmen, en hoe hoger ik kom, hoe meer licht ik in mijn leven zie schijnen. Christus verlies ik niet meer uit het oog, want de wereld heeft niks meer te bieden voor mij. Ik klim naar het Licht der wereld toe totdat ik de volle dag heb bereikt (zie LV 50:24). De tempelverbonden die mijn verbinding met Christus versterken, geven mij de kracht om te blijven klimmen. Ik kijk uit naar die dag dat ik de top heb bereikt, waar de Heer mij in zijn armen neemt en mij van aangezicht tot aangezicht zal zeggen: ‘Goed gedaan, goede en trouwe dienaar […]; ga in, in de vreugde van uw heer’ (Mattheüs 25:23).

*Over haar functie als coördinator van het seminarie en instituut:

Zij ondersteunt het ringpresidium bij de uitvoering van het door het Eerste Presidium goedgekeurde godsdienstonderwijsprogramma (seminarie en instituut) en fungeert daarbij als een waardevolle hulpbron voor zowel gezinnen als lokale leiders. Door de verschillende programma’s op elkaar af te stemmen, helpt zij priesterschapsleiders jongeren en jongvolwassenen hun bekering tot Jezus Christus en zijn evangelie te verdiepen. Bovendien coördineert zij de gezamenlijke inspanningen van deze groepen, zodat de programma’s zoveel mogelijk mensen tot zegen zijn. Daarnaast vervult zij de rol van zowel leraar als trainer.