‘Het verhaal van de herstelling van het evangelie van Jezus Christus’, Liahona, februari 2025.
Het verhaal van de herstelling van het evangelie van Jezus Christus
Wat er in de beginjaren van de herstelling gebeurde, is een ‘wonderbaar werk en een wonder’!
Als teruggekeerde zendeling van de historische locaties in New York en Pennsylvania heb ik een diepe liefde voor de gebeurtenissen rond de herstelling van de Kerk van Jezus Christus. Nu de kerk groeit en het evangelie zich over de wereld verspreidt, wil ik dat anderen net als ik de geest van deze plaatsen voelen. Vergezel me op een rondleiding langs deze heilige plaatsen, dan vertel ik over enkele gebeurtenissen van de herstelling.
Het eerste visioen, Walter Rane
Het eerste visioen
Ik stel me de frisse, groene bladeren voor die uit de boomtakken groeiden toen Joseph Smith op die lentedag in 1820 het bos bij zijn huis inliep. En ik stel me voor dat hij op 14-jarige leeftijd, net als in de twee jaar daarvoor, niet ‘in het duister en in verwarring [wilde] blijven’ (Geschiedenis van Joseph Smith 1:13). Dit bos zou later het heilige bos genoemd worden.
Hij schreef later over zijn gevoel als jonge tiener: ‘Mijn ziel raakte steeds meer verontrust, mijn zonden begonnen mij zwaar te vallen. […] Daarom riep ik de Heer aan en smeekte Hem om genade, want er was niemand anders tot wie ik me kon richten om mij genade te schenken.’ Dat was een van de redenen dat hij die ochtend in gebed ging. Hij tekende het antwoord op zijn gebed op:
‘Ik [zag] recht boven mijn hoofd een lichtkolom, de helderheid van de zon overtreffend, die geleidelijk neerdaalde tot zij op mij viel. […]
‘Toen het licht op mij rustte, zag ik twee Personen, wier glans en heerlijkheid elke beschrijving tarten, boven mij in de lucht staan. Een van Hen sprak tot mij, mij bij de naam noemend, en zei, wijzend op de ander: Dit is mijn geliefde Zoon. Hoor Hem!’ (Geschiedenis van Joseph Smith 1:16–17.)
God de Vader wees naar zijn geliefde Zoon, Jezus Christus, en liet Joseph zien waar hij verlichting kon vinden. En Hij wijst nog steeds naar Hem. President Russell M. Nelson heeft onlangs gezegd: ‘Welke vragen of problemen u ook hebt, het antwoord is altijd in het leven en de leringen van Jezus Christus te vinden.’
De engel Moroni verschijnt aan Joseph Smith, Tom Lovell
De engel Moroni
Toen Joseph na die heilige ervaring het bos verliet, ging zijn leven verder. Hij kreeg meer vragen en de last van zijn ‘zwakheid en onvolmaaktheden’ drukte op zijn ziel (zie Geschiedenis van Joseph Smith 1:28–29). Op 21 september 1823 werd hij opnieuw tot gebed aangezet.
Ik stel me voor dat de 17-jarige Joseph die avond naast zijn bed neerknielde. Terwijl hij bad – en wist dat hij een antwoord zou krijgen – daalde er een licht neer dat de kleine slaapkamer vulde die hij met zijn broers en zussen deelde.
Hij werd door de engel Moroni bezocht. Ik stel me voor dat Joseph opgelucht ademhaalde toen de engel hem geruststelde dat God zijn zonden had vergeven. Vervolgens legde hij het werk uit dat de Heer voor hem in petto had. Joseph schreef: ‘Hij zei dat er een boek was verborgen, op gouden platen geschreven, dat een verslag gaf van de vroegere bewoners van dit werelddeel. […] Hij zei ook dat het de volheid van het eeuwigdurend evangelie bevatte, zoals die door de Heiland aan de vroegere bewoners was gebracht’ (Geschiedenis van Joseph Smith 1:34).
Joseph kreeg de opdracht de gouden platen uit de heuvel Cumorah te halen, en de kroniek te vertalen die het Boek van Mormon zou worden genoemd.
De heuvel Cumorah
De jaren gingen voorbij, Joseph groeide op, en Moroni bleef de jonge profeet op de heuvel onderwijzen. Elk jaar stond de engel hem niet toe de platen mee te nemen, omdat hij wist dat Joseph er nog niet klaar voor was. Ik stel me voor dat Joseph na elke ontmoeting met Moroni de heuvel verliet en gretig was om zich voor te bereiden op het bezoek van het volgende jaar.
Joseph moest elk jaar geduld hebben, omdat ‘de tijd om [de kroniek] tevoorschijn te halen nog niet aangebroken was’ (Geschiedenis van Joseph Smith 1:53). Joseph had het uit frustratie kunnen opgeven, maar koos ervoor om ‘aanwijzingen en kennis’ van de engel Moroni te ontvangen en te leren hoe het ‘koninkrijk [van de Heer] in de laatste dagen moest worden bestuurd’ (Geschiedenis van Joseph Smith 1:54).
In die periode twijfelden sommige mensen aan Joseph. Maar Joseph werd door zijn familie en vrienden gesteund. Hij zei: ‘Ik had een visioen gezien; ik wist het, en ik wist dat God het wist, en ik kon het niet loochenen’ (Geschiedenis van Joseph Smith 1:25).
Joseph trouwde in januari 1827 met Emma Hale. Kort na middernacht op 22 september 1827 reed ze met hem mee naar de heuvel Cumorah. Deze nacht was hij eindelijk klaar om de gouden platen in ontvangst te nemen.
Uit de vier jaar die Joseph moest wachten om de gouden platen te verkrijgen, kunnen we leren dat God ons voorbereidt op het werk waartoe Hij ons roept. Als we de tijd die God ons geeft gebruiken om ons voor te bereiden, te leren en ons geloof te verdiepen, zijn we er klaar voor als Hij ons roept.
Door de gave en macht van God, Simon Dewey
De vertaling van het Boek van Mormon
Een paar maanden later verhuisden Joseph en Emma naar Harmony (Pennsylvania, VS), waar Emma’s ouders woonden. Hier begon in 1828 de vertaling van de gouden platen.
Emma en Joseph maakten veel beproevingen mee, zoals de dood van hun eerste kind, waardoor de vertaling vertraging opliep. Martin Harris, een plaatselijke boer die tijdens de vertaling van het Boek van Mormon als een van de schrijvers fungeerde, vroeg of hij zijn gezin 116 vertaalde bladzijden mocht laten zien. Joseph vroeg het de Heer vele malen en kreeg uiteindelijk toestemming om Martin de 116 pagina’s naar Palmyra te laten meenemen. Ze raakten kwijt of werden gestolen, en daarom ontnam de Heer Joseph tijdelijk zijn vermogen om te vertalen. (Zie Leer en Verbonden 3; 10.)
Toen hij hoorde dat de pagina’s weg waren, maakte Joseph zich zorgen en zei: ‘Alles is verloren! […] Hoe kan ik voor de Heer verschijnen?’ Maar door die ervaringen leerde hij de aard van God kennen. Joseph bad met een nederig hart tot zijn hemelse Vader en ontving dit antwoord:
‘Bedenk dat God barmhartig is; daarom, bekeer u van hetgeen u hebt gedaan dat in strijd is met het gebod dat Ik u heb gegeven, en dan bent u nog steeds gekozen, en bent u wederom tot het werk geroepen’ (Leer en Verbonden 3:10).
God gaf Joseph alles wat hij nodig had om in die moeilijke tijd vooruitgang te maken. Met de steun van vrienden als Martin Harris, Joseph Knight en Oliver Cowdery, en met hulpmiddelen als de Urim en Tummim en zienerstenen, werd de vertaling van het Boek van Mormon in 1829 voortgezet.
Aan u, mijn mededienstknechten, Linda Curley Christensen en Michael Malm
De herstelling van het priesterschap
Toen Joseph vertaalde en Oliver als schrijver fungeerde, leerden ze over de doop en wilden ze daar meer over weten. Ze besloten God om meer kennis en begrip te vragen. Ik stel me voor dat Joseph en Oliver eerbiedig door het bos bij Josephs boerderij liepen en een plek zochten om te bidden.
Op 15 mei 1829 bezocht Johannes de Doper Joseph en Oliver. Hij zei: ‘Aan u, mijn mededienstknechten, verleen ik in de naam van de Messias het priesterschap van Aäron, dat de sleutels omvat van de bediening van engelen en van het evangelie van bekering en van de doop door onderdompeling tot vergeving van zonden’ (Leer en Verbonden 13:1).
Het Aäronisch priesterschap werd hersteld. Joseph en Oliver doopten elkaar, de eerste dopen van deze bedeling. Kort daarop ontvingen ze het Melchizedeks priesterschap van Petrus, Jakobus en Johannes.
Joseph was niet volmaakt. Hij maakte fouten, maar toen hij zich probeerde te bekeren, vertrouwde de Heer hem en gaf hem ruimte om te groeien. De Heer gaf Joseph en Oliver zijn macht en het gezag om in zijn naam te handelen – het priesterschap. Hij gaf ze de eerste verordening om een verbondsrelatie met Hem aan te gaan: de doop.
De Heer vertrouwt ons ook om aan zijn werk van heil en verhoging deel te nemen. En als we onze verbonden met Hem naleven, kunnen we zijn hulp ontvangen om onze zwakheden te overwinnen.
Detail, Druk van het eerste Boek van Mormon, Gary E. Smith
De publicatie van het Boek van Mormon
Door de toenemende vervolging was het voor Joseph moeilijker om het Boek van Mormon te blijven vertalen. Hij verhuisde met Emma en Oliver naar Fayette (New York), waar Olivers vriend David Whitmer woonde. Ze trokken bij de familie Whitmer in.
Met de hulp van de familie Whitmer voltooiden Joseph en zijn schrijvers de vertaling, slechts enkele weken nadat ze daarheen verhuisd waren. Ze werkten samen met E.B. Grandin om in zijn drukkerij in Palmyra (New York) vijfduizend exemplaren van het Boek van Mormon te drukken. Martin Harris nam een hypotheek op zijn boerderij, waar zijn bestaan van afhing, om de kosten te dekken. De eerste exemplaren waren op 26 maart 1830 klaar voor de verkoop. Nu het Boek van Mormon beschikbaar was, was het eindelijk tijd om de Kerk van Jezus Christus op te richten.
De oprichting van de kerk, Robert T. Barrett, kopiëren niet toegestaan
De oprichting van de Kerk van Jezus Christus
Ik stel me voor dat er op 6 april 1830, de dag van de oprichting van de kerk, veertig tot vijftig mensen in het huisje van de familie Whitmer aanwezig waren. Ik kan me hun opwinding voorstellen toen ze de 24-jarige Joseph zagen opstaan om die eerste bijeenkomst te beginnen. Op die dag begon de vervulling van de profetie van Daniël in het Oude Testament: ‘In de dagen van die koningen zal de God van de hemel echter een Koninkrijk doen opkomen dat voor eeuwig niet te gronde zal gaan’ (Daniël 2:44).
Om de Kerk van Jezus Christus te herstellen, had God de gaven nodig die alleen Joseph en Emma Smith, Oliver Cowdery en anderen hadden. Nu de kerk blijft groeien, lijkt het misschien alsof onze inspanningen niet nodig zijn. Maar God heeft de gaven nodig die alleen wij kunnen geven. Als wij net als die eerste heiligen manieren vinden om onze inspanningen aan Hem toe te wijden, kunnen we deel uitmaken van zijn ‘wonderlijk en wonderbaar’ werk (Jesaja 29:14).
Het verhaal gaat verder
De herstelling van het evangelie van Jezus Christus bracht het gezag, de leringen, verbonden en verordeningen terug om Gods kinderen het pad terug naar hun hemelse thuis te helpen bewandelen. Het verhaal van de herstelling gaat verder met ons – met onze offers, ons geloof en ons getuigenis. Elke keer dat we een familienaam naar de tempel meenemen, elke keer dat we het evangelie delen, elke keer dat we ‘iets doen dat iemand – aan deze of de andere zijde van de sluier – helpt om verbonden met God te sluiten en na te komen, helpen we met de vergadering van Israël.’
U kunt uw broeders en zusters aan beide kanten van de sluier helpen de weg te vinden naar het enige pad dat hen terug naar God leidt. U kunt ze helpen om Jezus Christus te vinden.