‘Wat Joseph en Martin leerden door de verloren pagina’s’, Liahona, februari 2025.
Kom dan en volg Mij
Wat Joseph en Martin leerden door de verloren pagina’s
Als we de beginselen van de Heiland en de profeten volgen, komt dat onze vooruitgang ten goede.
Illustratie, Alex Nabaum
In de zomer van 1828 werkte de profeet Joseph Smith ijverig aan de vertaling van het Boek van Mormon. Op een dag vroeg zijn schrijver, Martin Harris, toestemming om de eerste 116 manuscriptpagina’s mee te nemen naar zijn huis in Palmyra (New York), zodat hij ze aan zijn familie kon laten zien. Joseph Smith wist niet zeker wat hij moest doen en vroeg het aan de Heer. De Heer zei dat hij de pagina’s niet aan Martin mocht meegeven. Martin smeekte Joseph om het nog een keer te vragen. Dat deed Joseph, maar hij kreeg hetzelfde antwoord. Martin smeekte Joseph om het nog één keer aan de Heer te vragen. Dit keer stond de Heer hen toe om te doen wat ze wilden.
Joseph zei tegen Martin dat hij de pagina’s mocht meenemen als hij zich er plechtig toe verbond ze alleen aan zijn vrouw en bepaalde familieleden te laten zien. Martin beloofde dat en nam de pagina’s mee naar huis. Maar Martin brak zijn belofte en liet de pagina’s ook aan anderen zien. Toen Martin de pagina’s later kwam ophalen, kon hij ze niet vinden. Ze waren weg.
De Heer kastijdde Joseph enorm omdat hij niet had geluisterd toen Hij had gezegd dat Martin het manuscript niet mocht meenemen (zie Leer en Verbonden 3:5–8). De Heer nam Joseph een tijdlang de platen en zijn vertaalvermogen af, maar verzekerde hem dat hij vergeving kon ontvangen (zie Leer en Verbonden 3:9–10). Joseph bekeerde zich, en na verloop van tijd kreeg hij de platen terug. Joseph ging met hernieuwde vastberadenheid verder.
De werken van God kunnen niet worden verijdeld
Na dit drama ontving de profeet Joseph Smith een openbaring waarin de Heiland beginselen van onschatbare waarde uiteenzette die ons vooruit kunnen helpen.
De Heer heeft gezegd: ‘De werken en de plannen en de doeleinden van God kunnen niet worden verijdeld, noch kunnen ze mislukken.
‘Want God wandelt niet op kromme paden, noch wendt Hij Zich naar rechts of naar links, noch wijkt Hij af van hetgeen Hij heeft gezegd; daarom zijn zijn paden recht, en is zijn gang één eeuwige ronde.
‘Bedenk, bedenk dat het niet het werk van God is dat wordt verijdeld, maar het werk van mensen’ (Leer en Verbonden 3:1–3).
We kunnen gefrustreerd raken als we denken dat Gods werk alleen van ons afhangt. De Heer heeft uitgelegd: ‘Al ontvangt een mens vele openbaringen, en bezit hij de macht om vele machtige werken te doen, toch moet hij vallen […] indien hij roemt op zijn eigen kracht’ (Leer en Verbonden 3:4).
Sinds de tijd van Adam en Eva zijn er mensen die het werk van God probeerden te verijdelen. Dat is nog steeds het geval. Maar pogingen om het werk van God tegen te houden, zullen nooit slagen. Dit beginsel leert ons dat we niet gefrustreerd moeten raken, zelfs niet als we het moeilijk hebben.
Het feit dat dit Gods werk is, garandeert niet dat we geen problemen zullen krijgen. De apostel Paulus herinnert ons eraan dat we soms ‘in alles [worden] verdrukt, maar niet in het nauw gebracht; wij zijn in twijfel, maar niet vertwijfeld; wij worden vervolgd, maar niet verlaten; neergeworpen, maar niet te gronde gericht’ (2 Korinthe 4:8–9).
Als we het moeilijk hebben, adviseert de Heer ons: ‘Bid altijd, opdat u de overwinnaar zult worden; ja, opdat u Satan zult overwinnen, en opdat u zult ontkomen aan de handen van de dienstknechten van Satan, die zijn werk steunen’ (Leer en Verbonden 10:5).
Vrees de mens niet meer dan God
De Heer zei tegen de profeet Joseph Smith: ‘U had de mens niet meer moeten vrezen dan God’, omdat ‘de mensen de raadgevingen van God als niets achten en zijn woorden verachten’ (Leer en Verbonden 3:7).
We moeten moedig in ons getuigenis van Jezus Christus zijn en niet bang zijn om ons geloof bekend te maken. Als we dat met zekerheid, vastberadenheid, kracht en leiding van de Heer doen, kunnen we veel goeds doen en soms zelfs het respect van anderen verdienen. We moeten de mens niet meer vrezen dan God.
Bekeer u
‘Bedenk dat God barmhartig is’, zei de Heer tegen Joseph. ‘Daarom, bekeer u van hetgeen u hebt gedaan dat in strijd is met het gebod dat Ik u heb gegeven, en dan bent u nog steeds gekozen, en bent u wederom tot het werk geroepen’ (Leer en Verbonden 3:10).
Voortdurende bekering stelt ons in staat om altijd waardig te zijn. Als we ons bekeren, wenden we ons met een gebroken hart en een verslagen geest tot onze hemelse Vader, vragen we om vergeving van onze zonden en doen we er alles aan om ze niet meer te begaan. Bij monde van de profeet Joseph Smith heeft de Heer geopenbaard: ‘Want zie, Ik, God, heb deze dingen voor allen geleden, opdat zij niet behoeven te lijden als zij zich bekeren’ (Leer en Verbonden 19:16).
Toen ik zendingspresident was, presideerde ik de lidmaatschapsraad van een broeder van wie het kerklidmaatschap werd ingetrokken. Deze man bekeerde zich van zijn zonden en kreeg na een jaar toestemming om zich opnieuw te laten dopen.
Na zijn doop kreeg ik een e-mail van hem waarin stond: ‘Beste president, gisteren is de doopverordening verricht en ik kan u verzekeren dat ik me hernieuwd voel. Er heeft in mij een wonder plaatsgevonden. Het offer van de Heer Jezus Christus heeft in mij gewerkt. Nu voel ik me vrij van de onderdrukking door zonde. Ik weet dat ik dit niet alleen had kunnen doen. Mijn leiders en mijn vrouw hebben me geholpen om mijn doel voor ogen te houden. Christus is mijn Heiland. Het wonder van vergeving bestaat echt.’
We kunnen ons net als deze broeder en de profeet Joseph Smith bekeren, en de Heer kan ons vergeven en ons opnieuw roepen om zijn werk te doen.
Vertrouw op de Heer
We moeten op de Heer vertrouwen als we echt vooruitgang willen maken. De Heer legde aan Joseph uit dat Martin Harris ten val was gekomen omdat hij ‘de raadgevingen van God als niets heeft geacht, en de heiligste beloften die voor het aangezicht van God waren gedaan, heeft verbroken en op zijn eigen oordeel heeft vertrouwd en op zijn eigen wijsheid heeft geroemd’ (Leer en Verbonden 3:13). Ik bid dat de Heer ons zal zegenen zodat wij niet dezelfde fouten maken.
Als we de leringen van de Heer volgen, vertrouwen we niet op ons eigen oordeel en roemen we niet op onze eigen wijsheid, maar aanvaarden we zijn inspiratie en leiding. We streven ernaar om de verbonden na te komen die we voor het aangezicht van God hebben gesloten en discipelen van Jezus Christus te worden. We kunnen ons discipelschap vervolmaken door onderworpenheid, zachtmoedigheid, nederigheid, geduld en liefde te ontwikkelen (zie Mosiah 3:19; Leer en Verbonden 4:5–6).
Laten we niet op onze eigen wijsheid roemen. Doen we dat wel, dan kunnen we een hoge prijs betalen en veel kansen op vooruitgang mislopen. In Spreuken staat: ‘Er is soms een weg die iemand recht schijnt, maar het einde ervan zijn wegen van de dood’ (Spreuken 14:12). We moeten op de Heer vertrouwen, omdat zijn gedachten en wegen hoger zijn dan de onze:
‘Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de Heere.
‘Want zoals de hemel hoger is dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten’ (Jesaja 55:8–9).
Als we ons bekeren en nederig op de Heer vertrouwen, zal Hij ons zegenen zodat we vooruitgang kunnen maken en de mannen en vrouwen worden die Hij wil dat we worden.