‘Tragedie en genezing in Peru’, Liahona, februari 2025.
Verhalen uit Saints, deel 4
Tragedie en genezing in Peru
Op 7 juni 1990 wandelden de zendelingen Manuel Navarro en Guillermo Chuquimango aan het eind van de dag naar huis. Ze vonden het fijn om zendeling te zijn. Ze werkten hard, bezochten verschillende regio’s in Peru en brachten mensen tot Jezus Christus.
Hun huidige werkgebied, Huaraz, kon ’s avonds echter gevaarlijk zijn. Een revolutionaire groep, Sendero Luminoso, oftewel het Lichtend Pad, voerde al meer dan tien jaar oorlog met de Peruaanse regering. De laatste tijd waren hun aanvallen agressiever geworden door de stijgende inflatie en economische problemen in het land.
De vijf zendingsgebieden in Peru stelden voor de veiligheid van de zendelingen een avondklok in, waardoor de zendelingen alleen overdag mochten werken. Maar ouderling Navarro en ouderling Chuquimango waren goed gestemd en spraakzaam. Ze hadden net een evangelieles gegeven en hadden nog een kwartier om naar huis te gaan.
Terwijl ze onderweg met elkaar spraken, zag ouderling Navarro twee jonge mannen een straat verderop. Ze duwden een gele auto. Manuel wilde een handje helpen, maar de mannen hadden de auto al gestart en reden weg.
Kort daarna kwamen de zendelingen bij een park vlak bij hun huis. De gele auto stond ongeveer anderhalve meter bij hen vandaan geparkeerd. Er was een militaire basis vlakbij.
‘Volgens mij is dat een autobom’, zei ouderling Chuquimango. Ouderling Navarro zag enkele mensen wegrennen. Op dat moment ontplofte de auto.
Ouderling Navarro werd door de ontploffing de lucht in geworpen. Bomscherven vlogen om hem heen. Toen hij de grond raakte, was hij doodsbang. Hij dacht aan zijn collega. Was hij door de explosie geraakt?
Op dat moment voelde hij dat ouderling Chuquimango hem van de grond optilde. Het park leek wel een oorlogsgebied. Soldaten van de basis – waarschijnlijk het doelwit van de bom – vuurden schoten af langs de brandende overblijfselen van de auto. Leunend op zijn collega kon ouderling Navarro de rest van de weg naar huis afleggen.
Toen ze thuiskwamen, ging hij naar de badkamer en keek in de spiegel. Zijn gezicht zat onder het bloed, maar hij kon geen wond op zijn hoofd vinden. Hij voelde zich alleen zwak.
‘Geef me een zalving’, zei hij tegen zijn collega. Ouderling Chuquimango, die slechts lichte verwondingen had opgelopen, legde zijn trillende handen op het hoofd van ouderling Navarro en gaf hem een zalving.
Niet lang daarna viel ouderling Navarro in het ziekenhuis flauw wegens bloedverlies. Hij had dringend een transfusie nodig. Leden van de kerk uit Huaraz kwamen naar het ziekenhuis om bloed te doneren, maar ze hadden niet de juiste bloedgroep. De artsen onderzochten vervolgens het bloed van ouderling Chuquimango en zagen dat hij een perfecte match was.
Ouderling Chuquimango redde die avond voor de tweede keer het leven van zijn collega.
De dag na de ontploffing stuurden de artsen ouderling Navarro naar een kliniek in Lima. Daar gaf ouderling Charles A. Didier van het gebiedspresidium hem een zegen en beloofde hem dat hij spoedig naar het zendingsveld zou terugkeren.
Nadat de artsen de andere verwondingen van ouderling Navarro hadden behandeld, richtten zij hun aandacht op het reconstrueren van zijn gewonde gezicht. De bomscherven hadden zijn jukbeen beschadigd en de oogzenuw van zijn rechteroog doorgesneden, waardoor het oog moest worden verwijderd. Zijn ouders, die naar Lima waren gekomen, vertelden hem het nieuws.
Met volledige financiële steun van de kerk onderging ouderling Navarro drie operaties om zijn oog te verwijderen en de beschadigde oogkas te herstellen.
Tijdens zijn herstel in de kliniek kreeg ouderling Navarro bezoek van Luis Palomino, een vriend uit zijn geboorteplaats die in Lima studeerde. Hoewel hij door zijn verwondingen moeilijk met Louis kon praten, begon ouderling Navarro de zendelingenlessen te geven.
Luis was verrast en onder de indruk van ouderling Navarro’s beslissing om zijn zending af te maken. ‘Ik wil weten wat jouw motivatie is’, zei Luis tegen hem. ‘Waarom heb jij zo’n groot geloof?’
Zes weken na de ontploffing verliet ouderling Navarro de kliniek waarna hij op het zendingskantoor in Lima aan de slag ging. De dreiging van terrorisme was er nog steeds, en elke keer als hij een auto zag die op de ontplofte auto leek, was hij bang. Hij had slapeloze nachten.
Op een dag kwam Luis naar het zendingskantoor om ouderling Navarro te bezoeken. ‘Ik wil me laten dopen’, zei hij. ‘Wat moet ik daarvoor doen?’
De daaropvolgende weken gaven ouderling Navarro en zijn collega in een nabijgelegen kerkgebouw Luis de rest van de lessen. Ouderling Navarro was enthousiast om een vriend les te geven en Luis bereikte ijverig alle doelen die hij samen met de zendelingen had gesteld.
Op 4 oktober 1990 doopte ouderling Navarro Luis. Hoewel ouderling Navarro nog steeds last had van zijn verwondingen, had hij dankzij zijn beproeving een vriend uit zijn geboorteplaats kunnen dopen – iets wat hij nooit had verwacht. Toen Luis uit het water kwam, omhelsden ze elkaar, en ouderling Navarro voelde de Geest heel sterk. Hij wist dat Luis die ook kon voelen.
Ouderling Navarro gaf Luis ter herdenking daaraan een bijbel. Op de binnenomslag schreef ouderling Navarro: ‘Als je donkere dagen tegemoetgaat, denk dan aan deze dag, de dag waarop je herboren bent.’
De ouderlingen Chuquimango (links) en Navarro (midden) met een medezendeling na ouderling Navarro’s oogoperatie