Verhalen uit de Schriften
Het vertrek uit Nauvoo en de trek naar het westen


‘Het vertrek uit Nauvoo en de trek naar het westen’, Verhalen uit de Leer en Verbonden (2024)

‘Het vertrek uit Nauvoo en de trek naar het westen’, Verhalen uit de Leer en Verbonden

Juni 1844–juli 1847

Het vertrek uit Nauvoo en de trek naar het westen

Heiligen doen beloften aan de Heer en komen die na

Brigham Young ziet toe op de voltooiing van de Nauvootempel.

Joseph Smith was gestorven. Nu leidden Brigham Young en de andere apostelen de kerk. Brigham wist dat de heiligen niet meer veilig waren in Nauvoo. Ze moesten vertrekken. Maar de Heer wilde dat ze eerst de tempel afmaakten. Hij wilde dat ze verbonden met Hem sloten en als familie aan elkaar verzegeld werden.

Saints, deel 1, 571, 579–580

Brigham helpt heiligen om zegeningen in de tempel te ontvangen.

Na een paar maanden was de tempel klaar en konden de mensen er verbonden sluiten. Duizenden heiligen kwamen naar de tempel. Brigham bleef tot diep in de nacht in de tempel om ze verbonden met de Heer te helpen sluiten. Uiteindelijk zei Brigham tegen iedereen dat ze uit Nauvoo moesten vertrekken.

Saints, deel 1, 582

Brigham zegt tegen de heiligen dat ze uit Nauvoo moeten vertrekken.

Toen Brigham de volgende ochtend wakker werd, stonden er weer heiligen bij de tempel te wachten. Brigham zei dat het niet veilig was om in Nauvoo te blijven. Ze moesten op zoek gaan naar een nieuw thuis in het westen. Hij beloofde dat ze een nieuwe tempel konden bouwen als ze daar aankwamen.

Saints, deel 1, 582–583, deel 2, 13–14

Heiligen smeken Brigham om zegeningen in de tempel te mogen ontvangen.

Maar de heiligen vertrokken niet. Ze wilden verbonden met de Heer sluiten voordat ze op weg gingen naar hun nieuwe thuis.

Saints, deel 1, 583

Brigham blijft de heiligen helpen om in de tempel zegeningen te ontvangen.

Brigham keek naar de mensen en bedacht zich. De rest van de dag en de volgende dag hielp hij de heiligen verbonden in de tempel te sluiten.

Saints, deel 1, 583

Heiligen verlaten Nauvoo en vertrekken naar het westen.

Nu de heiligen verbonden met de Heer hadden gesloten, was het tijd om uit Nauvoo te vertrekken. Brigham wist dat de Heer een plek voor hen had bereid. Hij had die in een visioen gezien. Ze begonnen aan hun reis. Het was koud en de grond was modderig. Mensen werden ziek. Algauw begon hun eten op te raken.

Saints, deel 2, 16–18, 20–21

Brigham en anderen wonen in een ondergesneeuwd kamp.

De heiligen hadden nog een lange weg te gaan. Brigham vroeg zich af hoe ze zo’n lange en zware reis konden maken. Hij bad God om hulp.

Heiligen, deel 2, 46

Heiligen zorgen voor elkaar in Winter Quarters.

De Heer gaf Brigham een openbaring. Hij leerde Brigham hoe hij de heiligen moest leiden. Hij zei dat ze elkaar moesten helpen om voor de armen te zorgen.

Leer en Verbonden 136:1–8

Heiligen vervolgen in het voorjaar hun reis naar het westen.

De Heer zei dat de heiligen moesten denken aan de verbonden die ze met Hem hadden gesloten. Als ze dat deden, zou Hij hen zegenen en onderweg helpen.

Leer en Verbonden 136:4, 11, 42; Saints, deel 2, 47

Een gezin knielt naast een graf.

De reis was nog steeds erg zwaar. Sommige mensen stierven. Maar door hun tempelverbonden wisten de heiligen dat ze hun familieleden zouden weerzien.

Wilford Woodruff en Brigham Young komen in de Salt Lake Valley aan.

Een paar maanden later, in 1847, kwamen de eerste heiligen in de Salt Lake Valley aan. Toen Brigham Young de vallei zag, zei hij: ‘Hier is het.’ Het was dezelfde plek die hij in een visioen had gezien. Hier zouden de heiligen veilig zijn. Daar konden ze de Heer aanbidden en in vrede zijn werk doen.

Heiligen, deel 2, 17, 64–67

Een collage van tempels en heiligen over de hele wereld.

In de loop der jaren kwamen er steeds meer heiligen. Ze bouwden nog veel meer tempels, waar mensen verbonden met de Heer konden sluiten. Ze stuurden zendelingen over de hele wereld uit om het evangelie van Jezus Christus te verkondigen. De kerk van de Heiland bleef groeien en is alle kinderen van onze hemelse Vader tot zegen.