Verhalen uit de Schriften
Het kamp van Israël


‘Het kamp van Israël’, Verhalen uit de Leer en Verbonden (2024)

‘Het kamp van Israël’, Verhalen uit de Leer en Verbonden

November 1833–februari 1835

Het kamp van Israël

De Heer leren vertrouwen

Heiligen in Missouri wonen in tenten.

De heiligen die in Independence (Missouri) woonden, hadden hulp nodig. Ze hadden hard gewerkt om Zion op te bouwen, zoals God had gevraagd. Maar andere mensen in de stad wilden ze daar niet hebben. Ze dwongen de heiligen hun huis te verlaten.

Saints, deel 1, 195

Joseph Smith hoort dat de heiligen in Missouri het moeilijk hebben.

Joseph Smith woonde in Kirtland. Hij hoorde wat er met de heiligen in Missouri was gebeurd en was verdrietig. Hij bad om te weten wat hij moest doen. De Heer zei tegen Joseph dat hij mensen moest vinden die met hem mee naar Missouri konden gaan. Ze hoopten dat de regering de heiligen zou helpen om hun huizen terug te krijgen.

Leer en Verbonden 103:1–2, 11–20, 30–34; Saints, deel 1, 195–196

Het kamp van Israël bereidt zich voor om de heiligen in Missouri te helpen.

Zo’n honderd mensen boden zich als vrijwilliger bij hem aan. De profeet noemde deze groep het kamp van Israël. Ze waren enthousiast om de heiligen in Missouri te helpen.

Saints, deel 1, 197–199

Joseph begroet Brigham Young, Heber Kimball en Wilford Woodruff

Brigham Young en zijn vriend Heber Kimball maakten deel uit van de groep. Een jongeman die Wilford Woodruff heette, kwam helemaal uit New York om te helpen.

Saints, deel 1, 197–198

Leden van het kamp van Israël rusten uit.

Meer mensen sloten zich bij het kamp aan. Ze marcheerden een maand lang en staken een brede rivier over om in Missouri te komen. Ze waren moe en hadden pijn. Sommige mensen raakten ook gefrustreerd door de lange tocht. Ze hadden nog een lange weg te gaan naar de stad Independence.

Saints, deel 1, 200–201

Een vrouw vertelt Joseph dat een groep mannen op zoek is naar het kamp van Israël.

Terwijl ze verder marcheerden, riep een vrouw hen. Ze zei dat er mannen kwamen om hen te vermoorden.

Saints, deel 1, 203

Vijf mannen te paard bedreigen Joseph en het kamp van Israël.

Het kamp van Israël overnachtte op een heuvel bij een rivier. Toen ze hun kamp opsloegen, kwamen vijf mannen op paarden naar hen toe. Ze schepten op dat er nog driehonderd mannen onderweg waren om het kamp aan te vallen. Veel leden van het kamp van Israël maakten zich zorgen. Joseph zei dat ze moesten geloven dat God hen zou helpen.

Saints, deel 1, 203

Joseph en anderen schuilen in een kerk.

Al gauw kleurden de wolken grijs. Het begon hevig te regenen. De rivier werd dieper. De wind blies bomen omver. Bliksemschichten doorkliefden de lucht. Joseph en de anderen vonden een klein kerkje waar ze konden schuilen. Ze zongen de hele nacht lofzangen. ‘God bevindt Zich in deze storm!’ zei Joseph.

Saints, deel 1, 203–204

Joseph zegt tegen het kamp van Israël dat ze naar huis kunnen gaan.

De storm had de mensen tegengehouden die hen wilden aanvallen. Het kamp was veilig. Maar de regering zei dat ze de heiligen niet zouden helpen. De Heer zei tegen Joseph dat het kamp van Israël naar huis kon terugkeren. De heiligen bouwen Zion op door Gods geboden te onderhouden. Hij beloofde dat Hij ‘de strijd van Zion [zou] voeren’.

Leer en Verbonden 105:1–19; Saints, deel 1, 204–205

Leden van het kamp van Israël praten met elkaar.

Sommige leden van het kamp waren boos toen ze dit hoorden. Ze vonden het jammer dat ze niet voor Zion konden vechten. Sommige mensen dachten dat het kamp van Israël gefaald had. Maar anderen, zoals Brigham Young, Heber en Wilford, waren dankbaar dat ze tijd met de profeet Joseph konden doorbrengen en van hem konden leren.

Saints, deel 1, 205–206

Brigham Young wordt aangesteld als apostel van Jezus Christus.

Later droeg de Heer Joseph Smith op om twaalf apostelen te roepen die zijn kerk zouden helpen leiden. Apostelen zijn bijzondere getuigen van de naam van Christus in de gehele wereld. Acht van de twaalf apostelen waren met het kamp van Israël meegegaan. Door samen met Joseph te dienen, waren ze voorbereid op deze belangrijke roeping.

Leer en Verbonden 18:26–27; 107:23; Saints, deel 1, 214–217