Verhalen uit de Schriften
Jane Manning reist naar Nauvoo


‘Jane Manning reist naar Nauvoo’, Verhalen uit de Leer en Verbonden (2024)

‘Jane Manning reist naar Nauvoo’, Verhalen uit de Leer en Verbonden

1841–1843

Jane Manning reist naar Nauvoo

Met geloof in de Heer wandelen

Jane Manning wordt gedoopt.

Jane Manning en haar familie woonden in een omgeving waar sommige mensen hen vanwege hun huidskleur niet mochten en slecht behandelden. Op een dag hoorde Jane een zendeling prediken. Ze wist dat zijn boodschap waar was. De volgende zondag liet ze zich dopen.

Saints, deel 1, 500–501

Jane en haar familie vertrekken naar Nauvoo.

De familieleden van Jane werden ook lid van de kerk. De Heer wilde dat de heiligen zich in Nauvoo zouden vergaderen. Jane hield van de Heer. Zij en haar familie wilden bij de andere heiligen zijn. Dus begonnen ze aan hun reis naar Nauvoo.

Leer en Verbonden 124:25; Saints, deel 1, 501

Jane en haar familie mogen niet mee op de boot.

Ze zouden een deel van hun reis per boot afleggen. De meeste mensen op de boot mochten aan het einde van hun reis betalen. Maar sommige mannen zeiden dat Janes familie vooraf moest betalen. Ze hadden niet genoeg geld. Ze moesten van de boot af en de boot vertrok zonder hen.

Saints, deel 1, 501

Jane en haar familie op weg naar Nauvoo.

Jane en haar familie moesten nog zo’n 1300 kilometer reizen. Ze moesten zonder brug een rivier oversteken. Ze moesten buiten slapen. Het was vaak heel erg koud. Maar Jane en haar familie waren vastbesloten om Nauvoo te bereiken. Ze bleven opgewekt door te zingen tijdens de tocht.

Saints, deel 1, 501, 505–506

Jane zorgt voor een familielid.

Jane en haar familie bleven doorgaan totdat hun schoenen versleten waren en hun voeten pijn deden. Maar toen ze God om hulp vroegen, genas Hij hun voeten.

Saints, deel 1, 505

Jane en haar familie helpen een ziek kind.

Ze hielpen de mensen die ze onderweg tegenkwamen. Ze konden zelfs door hun geloof een ziek kind genezen.

Saints, deel 1, 505–506

Emma en Joseph ontvangen Jane bij hen thuis.

Eindelijk kwamen Jane en haar familie in Nauvoo aan! Ze waren moe en hadden onderdak nodig. Dus gingen ze naar het huis van Emma en Joseph. Toen Joseph hoorde wat ze allemaal hadden meegemaakt, zei hij tegen Jane: ‘God zal je zegenen. Je bent nu onder vrienden.’ Joseph en Emma nodigden Jane uit om bij hen te wonen.

Saints, deel 1, 506