Verhalen uit de Schriften
Hawn’s Mill


‘Hawn’s Mill’, Verhalen uit de Leer en Verbonden (2024)

‘Hawn’s Mill’, Verhalen uit de Leer en Verbonden

Oktober 1838–februari 1839

Hawn’s Mill

Een aanval en een wonder

Willard Smith en zijn familie in Hawn’s Mill.

Willard Smith was 11 jaar. Zijn familie woonde met andere heiligen in Hawn’s Mill (Missouri). Ze wilden zich binnenkort bij de heiligen in Far West aansluiten.

Leer en Verbonden 115:7–8; Saints, deel 1, 347–348

Mensen vallen de heiligen in Hawn’s Mill aan.

Op een dag was Willard bij zijn vader en broers, Sardius en Alma. Plotseling hoorden ze geweerschoten en geschreeuw. Mensen vielen de heiligen aan.

Saints, deel 1, 348–349

Heiligen zoeken dekking tegen aanvallers in Hawn’s Mill.

Iedereen rende weg om zich in veiligheid te brengen. Veel mannen en kinderen verscholen zich in de smidse. Willards vader en broers gingen ook naar binnen, maar Willard raakte achterop. Hij verstopte zich achter een houtstapel. Overal om zich heen hoorde hij geweerschoten.

Saints, deel 1, 349, 353

Willard rent.

Willard rende van de ene plek naar de andere om zich te verstoppen. Eindelijk hoorde hij geen geweerschoten meer. De aanvallers waren uit Hawn’s Mill vertrokken.

Saints, deel 1, 353

Willard in de smidse.

Willard ging naar de smidse om zijn familie te vinden. Zijn vader en Sardius waren omgekomen. Maar Willards broertje Alma leefde nog.

Saints, deel 1, 353

Willard draagt zijn broertje Alma.

Alma had een kogel in zijn heup gekregen. Hij was zwaargewond. Willard pakte Alma op en droeg hem naar de tent van hun familie.

Saints, deel 1, 353–354

Amanda Smith bidt voor haar zoon Alma.

Willards moeder, Amanda, wist niet hoe ze Alma’s heup moest verzorgen. Maar ze wist dat God dat wel wist. Ze bad en hoorde een stem die haar precies vertelde wat ze moest doen.

Saints, deel 1, 354

Amanda verzorgt Alma’s wond.

Amanda waste Alma’s wond met as. Toen vermaalde ze wat boomwortel en smeerde dat op zijn wond. Ze wikkelde zijn heup in een doek. ‘Nu moet je zo blijven liggen, en niet bewegen,’ zei ze tegen haar zoon, ‘dan zal de Heer zorgen dat je heup zo goed als nieuw wordt.’

Saints, deel 1, 354–355

Amanda bidt om hulp.

Later zei de gouverneur van Missouri dat de heiligen de staat moesten verlaten. Anders zouden ze gedood worden. Maar Alma’s heup was nog steeds niet genezen. Amanda bad en vroeg de Heer om hulp. Een stem zei tegen haar dat Jezus haar familie nooit in de steek zou laten. Amanda had het gevoel dat niets haar kwaad kon doen.

Leer en Verbonden 88:83; Saints, deel 1, 372, 378–379

Alma loopt nadat zijn heup genezen is.

Kort nadat ze had gebeden, hoorde Amanda haar kinderen schreeuwen. Ze rende naar ze toe en toen ze hen aantrof, rende Alma rond. ‘Ik ben genezen, mama. Ik ben genezen!’ zei hij. Zijn heup was genezen! Het was een wonder van de Heer. Amanda en haar kinderen verlieten Missouri en gingen naar een veilige plek bij de andere heiligen.

Saints, deel 1, 379