Hij staat altijd boven het water
Het liefste wilde ik dat alles nu goed gaat, dat ik het heb geaccepteerd en dat ik God begrijp. Dat is niet zo. Het is geen succesverhaal, wel een eerlijk verhaal. Mijn verhaal.
In mijn verjaardagsweekend van 2024 had ik hoofdpijn die maar niet wegging. Op zondag ging ik niet naar de kerk omdat ik hevige hoofdpijn had. Op maandag werd het erger. Toen werd ik ook duizelig en moest ik overgeven. Ik kon mijn ogen niet meer opendoen omdat het licht zoveel pijn deed. ‘Bel de ambulance maar’, zei ik tegen mijn man. ‘Ik houd dit niet meer.’ De ambulance kwam niet. Ik moest naar mijn huisarts. Toen hij mij zag en ons ondervroeg, heeft hij een ambulance gebeld. In het ziekenhuis kreeg ik iets tegen de misselijkheid en allemaal testen, waaronder een CT- en een MRI-scan. Tijdens een scan mocht ik luisteren naar muziek op mijn smartphone omdat ik bang was. Het nummer ‘No fear’ van Madison Ryann Ward kwam. Daar wordt in gezegd: ‘Have no fear, for I am with you, I have called you by name, and you are mine’, gebaseerd op de Bijbeltekst in Jesaja 43:1. Vertaald: ‘Wees niet bang, want Ik ben bij je, Ik heb je geroepen bij naam, je bent de mijne.’ Dat gaf mij troost. Het enige wat ik kon doen, was leunen en vertrouwen op mijn Maker.
Ook werd ik aangesloten aan allemaal toeters en bellen. De details zal ik je besparen. De dokter zei: ‘Je hebt een hersenbloeding en daarachter misschien een tumor, maar als die er is, kunnen we die niet zien vanwege al het bloed.’ Meteen voelde ik dat het geen tumor was. Misschien was het gewoon onwerkelijk, misschien was het God die mij geruststelde.
Mijn weg naar herstel
Toen de druk op mijn hoofd opliep, en ik niet meer reageerde, werd mijn hart herstart door reanimatie en werd ik geopereerd. Van toen ik wakker werd, weet ik niets meer. Ik had moeite met spreken, informatieverwerking, overprikkeling, vermoeidheid en de functie van mijn rechterhand was aangetast. Ik heb twee weken in het ziekhuis gelegen en ben daarna naar een revalidatiecentrum geweest voor mensen die onder andere niet aangeboren hersenletsel (NAH) hebben. Eerst zat ik in een rolstoel, daarna liep ik met een rollator en later kon ik zelfstandig lopen. Overwinning! Ik leerde opnieuw traplopen, fietsen – wat echt eng was – en mijn conditie verbeteren. Ik kreeg onder andere ook logopedie voor het praten, ergotherapie voor dagelijkse bezigheden, en psychotherapie. Het was hard werken. Ik ging van drie keer overdag slapen naar één keer.
In die tijd las ik niet in de schriften en bad ik weinig. Op dat moment kon ik alleen aan mijn herstel werken en praten over mijn geloof met anderen. Dat was oké. Ik voelde Gods liefde heel sterk voor mij. Het gaat niet om een afgevinkt to-dolijstje, het gaat om een relatie met je Hemelse Vader. Het gaat om je hart. Je kunt de verzoening niet verdienen door iets te doen, het is een geschenk. ‘Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God’ (Efeze 2:8).
Laat zijn wil geschieden
Toen de neuroloog bij de uitslag van een MRI-scan zei: ‘Je zult nooit meer dezelfde zijn’, kwam dat als een klap in mijn gezicht. Meteen hoorde ik ook de woorden van God in mijn hoofd: ‘Alles komt goed.’ Ook al wist en weet ik niet hoe, ik hou me vast aan die woorden. Toen hoopte ik nog dat ik volledig zou herstellen, nu denk ik dat God een ander plan met mij heeft. Hij verfijnt mij en dat doet pijn. Hij polijst me als een diamant. Zet me onder druk. Vaak wil ik die bittere beker niet drinken, maar dan denk ik aan het gebed van Jezus in Getsemane: ‘Laat niet Mijn wil, maar de Uwe geschieden’ (Lukas 22:42).
De dagelijkse gevolgen
Ik ben snel moe, overprikkeld door geluid of beelden en heb last van brainfog. Daarbij is de functie van mijn rechterhand zeker verbeterd, maar heel veel doe ik nog met moeite of kan ik niet, zoals dingen oppakken en neerzetten, snijden, schrijven, tekenen (dat is wel moeilijk als je illustrator bent) en typen (bijvoorbeeld dit verhaal). Er zijn veel dingen die ik niet meer kan en dat vind ik vaak heel verdrietig. Geen rijbewijs halen, geen tweede kind, maar ook ‘kleine dingen’, zoals niet ‘lekker uit eten’ of ‘lekker muziek luisteren’.
Wat het me gebracht heeft
Toen het me even allemaal te veel werd, gaf mijn vader mij een zegen waarin werd gezegd dat het oké is dat ik door een rouwproces ga, omdat er inderdaad iemand is doodgegaan, maar dat er ook iemand is wedergeboren. Dat daar een gave bij hoort, de gave voor het bidden van anderen. Door deze ervaring kan ik beter mijn moeder begrijpen (die ook NAH heeft) en kan ik me meer inleven in mensen die dat ook hebben of bijvoorbeeld chronisch ziek zijn. Ook leer ik geduld met mezelf, anderen en ben ik veel minder perfectionistisch, omdat het me anders te veel energie kost. Op een bepaalde manier ben ik toch verlost. Eerder had ik bijvoorbeeld een angststoornis, maar nu kamp ik helemaal niet meer met die angst. Heb ik het daarom geaccepteerd? Nee, zo ver ben ik (nog) niet.
Mijn voortdurende worsteling
Met veel dingen moet ik op andere mensen en de Heer leunen, om hulp vragen. Dat vind ik regelmatig nog moeilijk. Vaak heb ik te maken met depressieve gedachtes en voel ik me intens verdrietig. Soms lukt het me niet te geloven in de woorden ‘Alles komt goed’ en soms lukt dat me wel.
Door dit hele proces, dat zeker nog niet klaar is, ben ik meer op Jezus moeten gaan vertrouwen. Ik voel me vaak als Petrus terwijl hij het water inzinkt en roept: ‘Heer, red mij’, en dat was alles wat hij kon doen. Ik kan niet anders dan mij aan Jezus vastklampen. Dat doe ik dus op de manieren waarop ik dat wel kan: door te lezen in de Schriften, door opbouwende media te bekijken, door met trillende handen paasversieringen te maken, door mijn zoontje te leren over de Verlosser, en door over Hem te getuigen. Want Hij is de enige die altijd boven het water staat.