2025
Gezegend door priesterschapsgezag en -macht
September 2025


‘Gezegend door priesterschapsgezag en -macht’, Liahona, september 2025.

Gezegend door priesterschapsgezag en -macht

Kerkleden gebruiken de macht van God om anderen in de kerk, thuis en over de hele wereld te dienen en tot zegen te zijn.

Ouderling D. Todd Christofferson

Ons getuigenis aan de wereld is dat het heilige priesterschap van God essentieel is voor het volbrengen van zijn werk van heil en verhoging, dat Hij het priesterschap met dat doel op aarde heeft hersteld, en dat het door De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen wordt bediend.

De noodzaak van priesterschapsgezag en -macht

Jezus Christus is het hoofd van de kerk. De kerk is het middel dat Hij in het leven heeft geroepen om het essentiële werk van de verlossing van de mensheid in deze laatste evangeliebedeling te volbrengen, net als in de bedeling waarin Hij op aarde leefde. Door middel van de kerk:

  • kan Hij zijn evangelie over de hele wereld verkondigen;

  • kan Hij de doop en alle andere verbonden aanbieden – een verbondspad naar zijn celestiale koninkrijk;

  • kan Hij gezinnen voor eeuwig verenigen;

  • kan Hij de gaven van het eeuwig heil aanbieden, zelfs aan hen die zonder die gaven zijn gestorven;

  • kan Hij in de stoffelijke behoeften van Gods kinderen voorzien.

Om dit grote werk tot stand te brengen en de wederkomst van de Heiland voor te bereiden, heeft de kerk Gods voortdurende leiding, gezag en macht nodig. De kerk is de ‘ware en levende kerk’ (Leer en Verbonden 1:30) omdat Christus haar met zijn leiderschap en macht bekleedt door middel van zijn priesterschap, ‘het heilig priesterschap naar de orde van de Zoon van God’ (Leer en Verbonden 107:3).

Zonder dit heilige priesterschap zou de kerk in wezen een seculiere organisatie zijn, die in de wereld goeddoet, maar niet bij machte is om haar uiteindelijke doel te bereiken, namelijk de zoons en dochters van God op de vreugde van het eeuwige leven in zijn tegenwoordigheid voor te bereiden. Met dit priesterschap, en de sleutels om het werk van het priesterschap te leiden, is er zowel gezag als orde in de kerk.

‘Al het priesterschapsgezag wordt uitgeoefend op aanwijzing van hen die priesterschapssleutels dragen.

‘Waardige mannelijke kerkleden ontvangen priesterschapsgezag wanneer hun het priesterschap wordt verleend en zij tot een priesterschapsambt worden geordend. Alle kerkleden kunnen gedelegeerd gezag uitoefenen als ze aangesteld of aangewezen zijn om aan Gods werk deel te nemen.’

Door middel van priesterschapssleutels zullen de prioriteiten van de Heer altijd de overhand hebben. Niemand kan een persoonlijke agenda doorvoeren die niet in overeenstemming is met zijn aanwijzingen. Niemand kan slagen in priesterbedrog, door persoonlijk gewin en een eigen aanhang na te streven.

Het priesterschap speelt ook een cruciale rol bij de kerkleden thuis. President Dallin H. Oaks, eerste raadgever in het Eerste Presidium, heeft gezegd: ‘Het beginsel dat priesterschapsgezag alleen kan worden uitgeoefend op aanwijzing van wie het sleutelgezag voor die functie draagt, is van essentieel belang in de kerk. Maar dat gaat niet op in het gezin.’ Vaders presideren en gebruiken het priesterschap in hun gezin – voor advies, gezinsbijeenkomsten, priesterschapszegens of zalvingen aan gezinsleden of anderen enzovoort – zonder opdracht of toestemming van iemand die priesterschapssleutels draagt.

‘Hetzelfde beginsel is van toepassing als de vader afwezig is en de moeder het gezin leidt. Zij presideert thuis en speelt door haar tempelbegiftiging en -verzegeling een grote rol in het beschikbaar stellen van priesterschapsmacht en -zegeningen in haar gezin.’

De herstelling van het priesterschap in onze tijd

Johannes de Doper herstelt het Aäronisch priesterschap aan Joseph Smith jr. en Oliver Cowdery

15 mei 1829

De herstelling van het priesterschapsgezag in deze laatste bedeling verliep ordelijk en stapsgewijs. Toen de fundamentele Schriftuur van onze bedeling, het Boek van Mormon, in 1829 werd vertaald, begon de Heer zijn priesterschapsstructuur op te zetten. In antwoord op de vraag van Joseph Smith en Oliver Cowdery over de doop, verscheen de herrezen Johannes de Doper en verleende hun het Aäronisch priesterschap, welk priesterschap ‘de sleutels omvat van de bediening van engelen en van het evangelie van bekering en van de doop door onderdompeling tot vergeving van zonden’ (Leer en Verbonden 13:1). Met dat gezag doopten Joseph en Oliver elkaar en later anderen toen de kerk officieel werd opgericht.

herstelling van het Melchizedeks priesterschap

Kort na 15 mei 1829

Niet lang na de verschijning van Johannes de Doper verschenen de apostelen Petrus, Jakobus en Johannes en verleenden hun het hogere of Melchizedeks priesterschap, met inbegrip van ‘de sleutels van mijn koninkrijk […] en een bedeling van het evangelie […] voor de volheid der tijden’ (Leer en Verbonden 27:13; zie ook 128:20).

spreekgestoelten in de Kirtlandtempel

3 april 1836

Er werd aanvullend priesterschapsgezag verleend toen drie profeten van weleer, Mozes, Elias en Elia, in de Kirtlandtempel aan Joseph en Oliver verschenen en hun de sleutels van de vergadering van Israël en van het werk in de tempels van de Heer overdroegen (zie Leer en Verbonden 110:11–16).

Joseph Smith roept de eerste heiligen op om de leden in nieuwe roepingen te steunen

Zomer 1829–april 1835

Openbaringen die nu in de Leer en Verbonden zijn opgenomen, waren instructies voor de profeet Joseph Smith over de ordening van mannen tot ambten in het hogere (Melchizedeks) en voorbereidende (Aäronisch) priesterschap; de aanstelling van priesterschapsfunctionarissen, zoals bisschoppen; en de organisatie van priesterschapsquorums en -raden.

pioniers trekken over de vlakten

1835–1973

Profetische aanwijzingen blijven de priesterschapsorganisatie en het functioneren van de priesterschap in de kerk leiden. Er werden in het Kirtland-tijdperk bijvoorbeeld quorums der Zeventig opgericht om het Quorum der Twaalf bij te staan. Na de grote uittocht naar het westen en de verspreiding van de kerkleden over grote geografische gebieden, werden deze quorums aan de ringen van de kerk toegewezen.

koor zingt tijdens de algemene conferentie

1973–heden

Onder leiding van de presidenten Spencer W. Kimball (1895–1985), Ezra Taft Benson (1899–1994) en Gordon B. Hinckley (1910–2008) gingen de zeventigers en hun quorums op algemeen kerkniveau en in kerkgebieden direct onder het Quorum der Twaalf functioneren. Quorums op ringniveau werden toen opgeheven. Tegenwoordig assisteren twaalf quorums met algemeen autoriteiten en gebiedszeventigers de apostelen ‘bij het opbouwen van de kerk en het regelen van al haar aangelegenheden onder alle natiën’ (Leer en Verbonden 107:34). Naarmate de kerk groeit, kunnen er meer Quorums der Zeventig worden gevormd.

Ouderling Christofferson begroet leden van de kerk in Gambia

Ouderling Christofferson begroet in februari 2022 de broers Sampson en Daniel Amako in Gambia (West-Afrika).

Priesterschap: de macht om te zegenen

Kortom, het doel van het priesterschapsgezag en de priesterschapsmacht die Jezus Christus heeft hersteld, is om te zegenen. Kerkleden worden erdoor in staat gesteld om de macht van God te gebruiken en anderen in de kerk, thuis en over de hele wereld te dienen en tot zegen te zijn. Leden werken samen met de Heiland in zijn werk van heil en verhoging, waarbij zij goddelijke gaven en macht kunnen gebruiken die veel groter zijn dan die van henzelf, om het koninkrijk van God te laten groeien en de aarde te vullen (zie Leer en Verbonden 65:2, 5–6).

De Heer heeft gezegd: ‘Dit grotere [Melchizedeks] priesterschap bedient het evangelie en omvat de sleutel van de verborgenheden van het koninkrijk, ja, de sleutel van kennis van God.

‘Daarom, in de verordeningen daarvan is de macht der goddelijkheid kenbaar.

‘En zonder de verordeningen daarvan, en het gezag van het priesterschap, is de macht der goddelijkheid niet kenbaar voor de mens in het vlees’ (Leer en Verbonden 84:19–21).

Verordeningen zijn uiteraard de ceremoniën of sacramenten, door de priesterschap bediend, waarbij we verbonden met God sluiten, te beginnen met de doop en vervolgens door de verbonden die we in het huis des Heren sluiten. Als we ons aan deze verbonden houden, veranderen we door de verzoenende genade van Christus van ‘natuurlijke’ mannen en vrouwen in heiligen (zie Mosiah 3:19). Dan worden we zowel gerechtvaardigd als geheiligd – schuldeloos en vlekkeloos – voor het aangezicht van God (zie Leer en Verbonden 20:29–31; 3 Nephi 27:16–20).

Dit citaat uit ‘De herstelling van de volheid van het evangelie van Jezus Christus: een proclamatie aan de wereld in het 200e gedenkjaar’ van het Eerste Presidium en de Raad der Twaalf Apostelen, geeft een passende samenvatting weer:

‘Wij verklaren dat De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, die op 6 april 1830 is opgericht, de herstelde nieuwtestamentische kerk van Christus is. Deze kerk is verankerd in het volmaakte leven van haar hoeksteen, Jezus Christus, en in zijn oneindige verzoening en letterlijke opstanding. Jezus Christus heeft weer apostelen geroepen, en heeft hun priesterschapsgezag verleend. Hij nodigt ons allen uit om tot Hem en zijn kerk te komen, de Heilige Geest en de heilsverordeningen te ontvangen, en blijvende vreugde te verwerven.’