2025
Tempelverordeningen verenigen, verbinden en verzegelen
September 2025


‘Tempelverordeningen verenigen, verbinden en verzegelen’, Liahona, september 2025.

Historische perspectieven op het huis des Heren

Tempelverordeningen verenigen, verbinden en verzegelen

Uit de geschiedenis van het tempelwerk in de laatste dagen blijkt het enthousiasme en de stapsgewijze openbaring voor plaatsvervangende dopen voor de doden.

illustratie van een doop in een bevroren rivier

Illustratie, Dan Burr

Betsy King Duzette stapte in het ijskoude water van de Mississippi. De 58-jarige weduwe en bekeerlinge uit Connecticut liet zich vervolgens voor haar ooms, schoonmoeder en de stiefvader van haar man dopen.

De profeet Joseph Smith had de heiligen kort daarvoor, in augustus 1840, onderwezen in de leer van de doop voor de doden. In hun enthousiasme doopten ze in de rivier, aangezien de Nauvootempel nog niet voltooid was. Vrouwen lieten zich dopen voor mannen en mannen voor vrouwen. Maar al gauw openbaarde de Heer aan Joseph Smith dat de doop voor overleden voorouders in ingewijde tempels moet gebeuren (zie Leer en Verbonden 124:28–35). En in 1845 kondigde Brigham Young aan dat vrouwen voor vrouwen gedoopt moesten worden en mannen voor mannen.

Betsy’s man, Philemon Duzette, was zes jaar eerder overleden. Ze trotseerde het koude water om zich voor zijn en haar eigen overleden familieleden te laten dopen. Ze liet zich onder andere dopen voor Philemons stiefvader, Jesse Peas, die vijftig jaar eerder was gestorven. Betsy was toen nog maar een klein meisje. Hoewel ze hem nooit had ontmoet, wist ze waarschijnlijk wie hij was en kende ze zijn naam en relatie met Philemon en zijn moeder, Martha Wing. Betsy kende Martha toen ze nog leefde.

Betsy liet zich vrijwel direct na de openbaringen over de doop voor de doden plaatsvervangend voor Jesse dopen. En zij en haar man vernoemden een van hun kinderen naar Jesse. Philemons biologische vader, die ook Philemon heette, stierf toen hij nog een baby was. Jesse Peas werd zijn stiefvader toen Philemon 3 jaar was en hielp Martha hem op te voeden.

Stiefouderschap was gebruikelijk in het Amerika van de achttiende en negentiende eeuw. Door de hoge sterfte- en hertrouwcijfers leefden veel mensen in stiefgezinnen of samengestelde gezinnen. Zo werden de familiebanden tussen Duzette-Peas twee keer opnieuw samengesteld: toen de moeder van Philemon met Jesse Peas trouwde en daarna door doop voor de doden.

tekening van de doopvont in de Nauvootempel

Tekening van de doopvont in de oorspronkelijke Nauvootempel

Dierbaren verlossen

De plaatsvervangende doop bracht die sterfelijke banden bij elkaar op een manier die voor eeuwig zou blijven bestaan. Joseph Smith schreef dat de doop voor de doden een ‘verbindende schakel’ is die de levenden met de doden verbindt, ‘want zonder hen kunnen wij niet tot volmaaktheid komen; evenmin kunnen zij zonder ons tot volmaaktheid komen’ (Leer en Verbonden 128:18).

Joseph Smith leerde dat de aarde zonder deze verbindende schakel met een ban zou worden getroffen, waardoor de aarde tot een woestenij zou worden en geen doel zou hebben (zie Leer en Verbonden 128:17–18). Tegenover deze grimmige uitspraak stond Josephs heerlijke openbaring over de macht om al Gods kinderen voor eeuwig met elkaar te verbinden.

Joseph beklemtoonde niet alleen het belang van plaatsvervangende verordeningen voor overleden familieleden, maar ook dat de levenden er baat bij hebben: ‘En nu, mijn innig geliefde broeders en zusters, laat mij u verzekeren dat dit beginselen zijn in verband met de doden en de levenden waar niet zomaar aan voorbij kan worden gegaan, met betrekking tot ons heil’ (Leer en Verbonden 128:15).

Voor Joseph Smith waren deze openbaringen uiterst persoonlijk. Zijn oudste broer, Alvin, was in 1823 overleden, en Joseph voelde dat verlies in zijn leven. In een openbaring in 1836 had Joseph een visioen van ‘het celestiale koninkrijk van God en de heerlijkheid ervan’, ‘de bovenaardse schoonheid van de poort’ en ‘de prachtige straten van dat koninkrijk’. In dit grootse visioen van het celestiale koninkrijk zag hij ook familieleden die hij kende en liefhad, onder wie zijn broer Alvin. Hij was ‘verwonderd’ dat Alvin, die nooit was gedoopt, ‘erfgenaam [was] van het celestiale koninkrijk van God’. (Zie Leer en Verbonden 137:1–6.)

Vóór de grondlegging van de wereld

De band tussen levende en overleden dierbaren toont de majestueuze omvang van het heil van de mens, want zij die ‘sterven zonder kennis van het evangelie’ (Leer en Verbonden 128:5) zijn bekend, en er was een pad voor hun verlossing voorzien voordat zij naar de aarde kwamen. De doop voor de doden is zelfs ingesteld voor ons heil ‘van vóór de grondlegging van de wereld’ (Leer en Verbonden 128:8). Openbaringen over de doop voor de doden werden gevolgd door latere openbaringen over verzegelverordeningen. De verzegeling van kinderen aan ouders werd een bekronende verordening die iedereen die ooit had geleefd aan elkaar verbond (zie Leer en Verbonden 138:47–48).

In een prachtige conferentietoespraak uit april 2018 beschreef ouderling Dale G. Renlund van het Quorum der Twaalf Apostelen de kracht van die verbindende verzegelingen:

‘God verzegelt en geneest in zijn oneindige macht personen, gezinnen en families ondanks tragedies, verlies en moeilijkheden. […]

Jezus Christus heeft deze zegeningen dankzij zijn verzoening voor iedereen, zowel de doden als de levenden, in petto.’

Net zoals Betsy King Duzette geloofde en vertrouwde toen ze namens de stiefvader van haar man de Mississippi inging, kunnen wij allemaal voor eeuwig aan elkaar verbonden, verzegeld en aaneengesmeed worden.