2025
Ontheven maar niet nutteloos: zinvol dienen op elke leeftijd
April 2025


‘Ontheven maar niet nutteloos: zinvol dienen op elke leeftijd’, Liahona, april 2025.

Langer en beter leven

Ontheven maar niet nutteloos: zinvol dienen op elke leeftijd

Anderen vanuit het hart dienen, bemoedigen en opbeuren hoeft geen formele kerkroeping te zijn. We zijn allemaal tot dit soort christelijk dienstbetoon geroepen.

man en jongvolwassenen tuinieren

Julie Bangerter Beck weet veel af van dienen in de kerk. Ze diende niet alleen in ring- en wijkroepingen, maar was ook vijf jaar raadgeefster in het algemeen jongevrouwenpresidium, en later, van 2007 tot 2012, algemeen ZHV-presidente.

‘Ik heb in die 10 jaar bijna twee miljoen kilometer gereisd’, zegt ze. ‘Het was vermoeiend, maar de Heer deed me opleven en gaf me de energie die ik nodig had op het moment dat ik die nodig had.’

Na haar ontheffing maakte zuster Beck een tijdlang deel uit van verschillende kerk- en onderwijsbesturen. Ze begeleidde de Utah Tech University als bestuurder tijdens een moeilijke overgang. Nu heeft ze die taken afgerond en heeft ze geen formele kerkroeping.

Mensen vragen haar soms of ze die roepingen en taken mist. ‘Ik mis het contact,’ zegt ze, ‘en ik mis het om bij mensen thuis te komen en te zien hoe ze met hun familie omgaan.’ Maar zuster Beck denkt graag aan de woorden van president Dallin H. Oaks, eerste raadgever in het Eerste Presidium: ‘Er [is] geen sprake van “degradatie” als we worden ontheven, en [we] maken ook geen “promotie” als we worden geroepen. […] Er is alleen “vooruitgang of achteruitgang”, afhankelijk van hoe we met onze ontheffingen en roepingen omgaan.’

De staldeur openduwen

Nu ze geen formele kerk- of maatschappelijke taken meer heeft, zegt zuster Beck dat ze meer tijd heeft voor kinderen, vrienden en onopvallend dienstbetoon. ‘Ik heb sowieso altijd meer op Ammon dan op bevelhebber Moroni geleken’, zegt ze. ‘Laat mij maar de schapen hoeden.’ (Zie Alma 17:25.) Met ongestructureerde tijd die ze al jaren niet heeft gehad, geniet ze van de mogelijkheid om met haar kleinkinderen te eten, met oude vrienden te praten, naar de fitness te gaan en te genieten van de vrije tijd die ze nu heeft.

Zuster Beck neemt haar vader, William Grant Bangerter, ook als voorbeeld. ‘Mijn vader zei dat hij niets wilde missen van wat het sterfelijk leven te bieden had’, zegt ze. ‘Dit omvatte ook ouder worden. Nadat hij algemeen autoriteit, tempelpresident en verzegelaar was geweest, en nog andere roepingen had gehad, werd hij als consulent familiegeschiedenis in zijn wijk geroepen.’

Hij was toen in de 80 en wist niet hoe hij met een computer moest omgaan. ‘Hij moest het leren’, zegt zuster Beck. ‘Hij belde een diaken in zijn wijk om hem te helpen. Daarna leerden ze de andere diakenen hoe ze familiehistorisch onderzoek konden doen. De diakenen onderwezen vervolgens de andere Aäronisch-priesterschapsdragers in de wijk. Uiteindelijk namen ze meer dan tienduizend namen mee naar de tempel.’

Zuster Beck en haar man, Ramon, concentreren zich op wat voor hen ligt, niet op wat achter hen ligt. ‘We praten niet zoveel over wat we hebben gedaan. We hebben te veel te doen. Het is nu ongestructureerde tijd. Wij mogen beslissen’, zegt ze. ‘Als iemand zegt dat hij op stal is gezet, zeggen we: “Je mag zelf beslissen of je in de stal blijft of de deur openduwt.” De meeste barrières zijn sowieso niet echt. Dienstbetoon, vriendschap, familie, bediening – niets daarvan kent grenzen.’

jongemannen bezoeken een oudere man

Tieners en deuntjes

Zuster Beck zegt dat een van de beste manieren om relevant te blijven, is contact te leggen met jongeren in uw familie of wijk. Dat kan inhouden dat u hun favoriete muziek, hun interesses of gewoonten leert kennen. Jongeren kunnen er baat bij hebben om contact te leggen met iemand die luistert, ervaringen uitwisselt en een perspectief voor de lange termijn biedt.

Er bestaan maatschappelijke programma’s waar tieners en gepensioneerden elkaar kunnen leren kennen. Senioren kunnen ook informeel tijd vrijmaken om tijd met jongeren in hun eigen familie of wijk door te brengen, wat beide groepen ten goede komt.

‘Er is een oudere man in mijn wijk die naar mijn basketbal- of voetbalwedstrijden op de middelbare school komt’, zegt Kimball Carter. ‘Hij valt zelfs in als seminarieleerkracht in de omgeving. Kinderen vinden hem leuk omdat hij veel vragen stelt, maar niet veel advies geeft. Hij luistert zelfs naar onze muziek en kent enkele populaire artiesten. Hij is geen jeugdleider; hij is gewoon een buurman. Afgezien van mijn familie, denk ik dat hij mijn grootste fan is.’

bejaarde vrouw en jongeman kijken door fotoalbum

Dienstbetoonmogelijkheden zoeken

Voormalig zendingspresident Steven Fox benadrukt dat er ongeacht onze leeftijd of omstandigheden veel mogelijkheden zijn om te dienen: formeel en informeel, groot en klein, individueel en burgerlijk. Het is belangrijk om het gebod van de Heer te volgen ‘voor een goede zaak werkzaam te zijn en vele dingen uit eigen vrije wil te doen en veel gerechtigheid tot stand te brengen’ (Leer en Verbonden 58:27).

Na zijn ontheffing als zendingspresident zei broeder Fox dat hij zich emotioneel en geestelijk ‘niet op zijn plek’ voelde. Na zo’n veeleisende roeping helemaal geen taak hebben, was een grote verandering.

Hij zegt: ‘Het is nu aan mij om zelfstandig een en ander in gang te zetten, in plaats van afhankelijk te zijn van de dagelijkse zendingseisen om mijn agenda te vullen. Het gaat niet langer om een roeping; in plaats daarvan kijk je om je heen of er mogelijkheden zijn om te dienen.’

F. Melvin Hammond, emeritus algemeen zeventiger, zegt dat het bij oprechte bediening altijd gaat om het zoeken naar die mogelijkheden. Op 91-jarige leeftijd dient hij in de tempel, geeft hij maandelijks les in het ouderlingenquorum, en blijft hij op de hoogte van plaatselijke en nationale sportteams, zodat hij raakvlakken kan vinden voor gesprekken met jongere mannen in zijn wijk.

Hij kent al zijn buren en gaat vaak bij ze op bezoek. Hij probeert het voorbeeld van de Heiland te volgen, die tijd doorbracht met mensen uit alle lagen van de bevolking. ‘Ik praat graag met mensen, ongeacht hun situatie of hun trouw aan het evangelie’, zegt ouderling Hammond. ‘De ene buurman is een herstelde alcoholist, een andere buurman is al jaren niet meer naar de kerk geweest, een ander heeft dementie en zijn vrouw vraagt me om bij hem te komen zitten terwijl ze boodschappen doet. We houden allebei van cowboyseries, dus die kijken we samen.’

Nadat hij op een avond in de tempel had gediend, ging ouderling Hammond naar een fastfoodrestaurant. Hij raakte in gesprek met een medewerker die de tafels aan het schoonmaken was. De medewerker vroeg ouderling Hammond waarom hij een pak droeg. ‘Ik vertelde hem over de tempel’, zegt ouderling Hammond. ‘We praatten meer dan een halfuur. Ik weet niet of hij de kerk verder zal onderzoeken, maar hij weet dat er iemand is die hem niet alleen als keukenhulpje ziet.’

Bonnie, ouderling Hammonds vrouw, overleed twee jaar geleden. Hoewel ouderling Hammond haar vreselijk mist, besloot hij op haar sterfdag iets aardigs voor zijn buren te doen. Samen met familieleden maakte hij kaartjes voor zijn buren om deze dag te vieren. Op de kaarten voegde hij een foto toe van een kers bovenop een heerlijk dessert met de woorden ‘Ze was altijd de kers op de taart.’ Hij gaf bij elke kaart een zakje verse kersen. ‘Ik wil dat mijn buren weten hoeveel ik van haar houd en dat ik ernaar uitkijk om samen de eeuwigheid door te brengen’, zegt ouderling Hammond.

Er is geen formele kerkroeping nodig om anderen oprecht te dienen, te bemoedigen en op te beuren. We zijn allemaal geroepen tot dit soort christelijk dienstbetoon, ongeacht onze leeftijd of omstandigheden.

De auteur woont in Utah (VS).