2025
Opoffering en de tempel
April 2025


‘Opoffering en de tempel’, Liahona, april 2025.

Historische perspectieven op het huis des Heren

Opoffering en de tempel

Waarom Gods verbondsvolk de wet van offerande in elk tijdperk heeft nageleefd.

klokkentoren van de Nauvootempel

Foto van de Nauvootempel (Illinois, VS), Alan William Jensen

Toen heiligen der laatste dagen in Nauvoo een tempel begonnen te bouwen, werden ze door openbaring opgeroepen om vooruit en achteruit in de tijd te kijken. De Heer zei tegen de heiligen dat Hij in de tempel ‘dingen [zou] openbaren die van vóór de grondlegging van de wereld verborgen zijn gehouden’ (Leer en Verbonden 124:41).

Tegelijkertijd beklemtoonde Hij dat de tempel een plek zou zijn waar de heiligen gewassen en gezalfd konden worden, zoals de Israëlitische priesters vanouds, en een plek voor ‘gedachtenissen aan uw offers door de zonen van Levi’ (Leer en Verbonden 124:39).

Hoewel de altaren in de hedendaagse tempels worden gebruikt om verbonden te sluiten in plaats van offers van dieren, graan, olie of wijn te brengen, herinneren ze ons nog steeds aan het zoenoffer van Jezus Christus en het bijbehorende beginsel van offerande. Heiligen der laatste dagen hebben offers gebracht om tempels te bouwen, naar de tempel te gaan en hun tempelverbonden na te komen. Net als in het oude Israël komen we door deze ervaringen dichter tot de Heer en ervaren we de zegeningen van een verbondsvolk.

Offerande in de tempel van Jeruzalem

In het oude Israël gingen mensen vaak naar de tempel in Jeruzalem om fysieke offers te brengen. In de Bijbel staat een kalender beschreven met dagelijkse, wekelijkse en jaarlijkse offers in de tempel, evenals specifieke offers voor bepaalde levensgebeurtenissen (zie Leviticus 1–7; Numeri 28-29). Deze offers vestigden de aandacht op verschillende aspecten van de relatie tussen de mens en God. Bijvoorbeeld:

  • Zondoffers en schuldoffers herinnerden de mensen eraan zich met God te verzoenen en zijn geboden te onderhouden.

  • Dankoffers vierden Gods verbondsrelatie met zijn volk en toonden dankbaarheid voor zegeningen.

  • Brandoffers en graanoffers erkenden Gods aanwezigheid en toonden de toewijding van de mensen aan Hem.

Of iemand nu een kleine hoeveelheid graan, een paar vogels of een gezond kuddedier offerde, offers hielden in dat er iets waardevols werd opgegeven. Bovendien werd iets door het op te offeren gedeeld met God en anderen. Bij veel offers was dat delen letterlijk. Het bloed en vet van een dierenoffer konden op het altaar worden geofferd, terwijl de priesters de huid voor toekomstig gebruik ontvingen en de gever vlees te eten kreeg. Door middel van tempeloffers konden de kinderen van Israël symbolisch een maaltijd met hun hemelse Vader en Koning delen.

Gezinnen in Jeruzalem konden de rook van de tempelaltaren naar de hemel zien opstijgen en de ‘aangename geur’ herkennen van vlees, landbouwproducten en dranken die aan de Heer werden geofferd (zie Leviticus 1:9, 13, 17). Die offers verbonden hun eigen dieren, gewassen, land en arbeid met God. Rechtschapen koningen verwelkomden pelgrims uit het hele beloofde land bij evenementen zoals het Pascha in de tempel, waarbij elk gezin een lam offerde (zie 2 Kronieken 29–30; 35). Aan offers deelnemen en feestmalen samen met andere aanbidders delen, was een krachtige herinnering aan een gedeeld erfgoed en bestemming. De Israëlieten konden de tempel voorbereid verlaten om elke dag offers voor God en elkaar te brengen.

De tempelsfeer van delen en verbondenheid door opoffering is prominent aanwezig in het Nieuwe Testament. Toen Jezus nog jong was, reisde Hij met zijn ouders naar de tempel om offers te brengen. Ze ontmoetten mensen zoals Anna, Simeon en godsdienstleraren (zie Lukas 2). Het hoogtepunt van Jezus’ zending en bediening kwam toen Hij voor de laatste keer naar de tempel reisde en vervolgens zijn leven gaf als offer voor anderen. Na de dood van Jezus bezochten de apostelen vaak de tempel en onderwezen ze mensen die uit vele landen daar bijeen waren gekomen. Sommige auteurs van het Nieuwe Testament beschreven de verzoening van Jezus door die met tempeloffers te vergelijken.

heiligen in de begintijd van de kerk werken aan de bouw van de Salt Laketempel

De heiligen in de begintijd van de kerk offerden hun tijd en talenten op om tempels te helpen bouwen. Hier zien we werk dat verricht wordt aan de Salt Laketempel.

Opoffering in de herstelling

Tegen de tijd dat heiligen der laatste dagen tempels begonnen te bouwen, was hun begrip van opoffering al verfijnd. In het Boek van Mormon wordt uitgelegd dat het voornaamste doel van offerande in de oudheid was om de mensen op het komende offer van Jezus Christus voor te bereiden. Het offer dat Hij van ons eist, is ‘een gebroken hart en een verslagen geest’ (3 Nephi 9:20). In de hedendaagse tempeldiensten worden we door fysieke herinneringen aan het offer van Jezus Christus voorbereid om lief te hebben, te dienen en op te offeren zoals Jezus dat deed.

Heiligen der laatste dagen offerden hun tijd, talenten en bezittingen op om de eerste tempels te bouwen. Lucy Mack Smith zag in dat het werk aan de Kirtlandtempel mensen bijeenbracht. ‘Er was maar één drijfveer voor al onze gedachten,’ zei ze, ‘en dat was het bouwen van het huis des Heren.’ Jezus Christus verscheen in de voltooide tempel en beloofde dat de heiligen daar in zijn tegenwoordigheid konden komen: ‘In dit huis zal Ik Mij in genade aan mijn volk bekendmaken’ (Leer en Verbonden 110:7).

In Nauvoo offerden veel mannen hun tijd op door elke tiende dag aan de bouw van de tempel te werken. De ZHV werd opgericht nadat een naaister, Margaret Cook, haar werkgeefster, Sarah Granger Kimball, had benaderd met het idee dat vrouwen een bijdrage konden leveren door overhemden te maken voor de mannen die aan de tempel werkten. Daardoor werden bouwvakkers van de Nauvootempel vaak gekleed door de offers van hun andere heiligen. In de pionierstempels in Kirtland, Nauvoo en Utah verbonden de gedeelde opofferingen van materiaal en arbeid de tempel voor altijd met de families van degenen die eraan bijdroegen.

De bijdragen van alledaagse heiligen der laatste dagen, zoals die van de weduwe die in de tijd van Jezus haar bezit aan de schatkist van de tempel gaf, blijven de bouw van tempels mogelijk maken (zie Markus 12:41–44). In veel gevallen hebben heiligen ook offers gebracht om naar de tempel te gaan. Nadat de tempelceremonies in 1945 volledig in het Spaans waren vertaald, gingen heiligen uit Mexico, de Verenigde Staten en later Midden-Amerika bijvoorbeeld jaarlijks met een karavaan naar de Mesatempel (Arizona, VS). Leden langs de route en in Mesa boden reizigers maaltijden, slaapplaatsen en gedenkwaardige gezamenlijke ervaringen aan.

Of heiligen nu bussen huren voor een soortgelijke karavaan, regelmatig een wijktempelavond houden of een tempeldienst voor jongeren regelen, gezamenlijke tempeltradities kunnen ons dichter tot God en elkaar brengen als we het offer van Jezus Christus gedenken.

In de tempel verbinden we ons ertoe de wet van offerande te gehoorzamen, wat inhoudt dat we een geest van offerande en delen aannemen wanneer we terugkeren om het werk van de Heer in de buitenwereld te doen. Door onze bereidheid om wereldse verlangens op te geven en op een hogere, heiligere manier te leven, laten we de Heer zien dat we bereid zijn om Hem ‘een gebroken hart en een verslagen geest’ als offer te brengen (3 Nephi 9:20).

Net zoals de Israëlieten vanouds vaak een deel van hun offers terugkregen om te eten, merken wij vaak dat onze eigen offers ons geestelijk voeden. Bij het betreden van het huis des Heren kunnen we bedenken dat de tijd die we opofferen om deel te nemen aan tempelwerk meer is dan alleen iets wat we opgeven – het is tijd die we met de Heer kunnen delen en een waardevolle kans om in zijn aanwezigheid te zijn.

Noten

  1. Adam en Eva leerden van een engel van de Heer dat offers bedoeld waren als ‘een zinnebeeld van het offer van de Eniggeborene van de Vader’ (Mozes 5:7).

  2. De nadruk in zowel vroegere als hedendaagse tempels ligt erop om mensen in Gods aanwezigheid te brengen. In de oudheid maakten maaltijdsymbolen deel uit van die ervaring. De Bijbelse tabernakel en tempel hadden bijvoorbeeld een tafel met schalen en toonbroden (zie Exodus 25:29–30). Het zinnebeeld is dat de tempel, als het huis van God, een plaats is waar God aanbidders uitnodigt om in zijn aanwezigheid te eten. Offers dragen ook bij aan de beeldspraak van de maaltijd. De reden dat een deel van een dier verbrand werd, was dat de rook opsteeg en het offer opstijgen naar God voorstelde. Technisch gezien deelden de gelovigen bij het brengen van een brandoffer geen maaltijd met God, maar gaven ze God alleen het voedsel in de vorm van opstijgende rook, of ‘aangename geur voor de Heere’ (Leviticus 1:17). Bij een dankoffer of graanoffer werd het offer echter gedeeld tussen God, de priesters en de offeraars.

  3. Zie bijvoorbeeld Hebreeën 9:13–14; 1 Petrus 1:19.

  4. Lucy Mack Smith, History, 1844–1845’, boek 14, pagina 3, josephsmithpapers.org; ook geciteerd in Lisa Olsen Tait en Brent Rogers, ‘A House for Our God’, in Revelations in Context: The Stories behind the Sections of the Doctrine and Covenants (2016), 170.

  5. Zie James Goldberg, ‘Five People Who Helped Found the Relief Society’, history.churchofjesuschrist.org.

  6. Zie Eduardo Balderas, ‘Northward to Mesa’, Ensign, september 1972, 30–33.

  7. Zie Algemeen handboek: dienen in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, 27.2, Evangeliebibliotheek.